15 april 2022 deadline voor het aanpassen van in lopende handelscontracten gemaakte afspraken

Leestijd: 3 minuten

11-01-2022  Op 1 november 2021 is de Wet oneerlijke handelspraktijken landbouw- en voedselvoorzieningsketen1 in werking getreden. Door bepaalde afspraken in handelscontracten tussen leveranciers en afnemers als onrechtmatig te bestempelen en daarmee te verbieden, stelt deze wet paal en perk aan oneerlijke handelspraktijken in de levensmiddelenindustrie. In lopende handelscontracten gemaakte afspraken moeten uiterlijk 15 april 2022 aan de nieuwe wet zijn aangepast.

Bij de Wet oneerlijke handelspraktijken landbouw- en voedselvoorzieningsketen gaat het om de Nederlandse implementatie van een Europese richtlijn2 over dit onderwerp. De wet beperkt de contractvrijheid en brengt belangrijke wijzigingen mee voor leveranciers en afnemers in de voedselsector, zoals boeren, vissers, tuinders, importeurs, handelsondernemingen en supermarktketens.

Omzet (on)gelijkwaardigheid?

De nieuwe wet beoogt de onderhandelingspositie van kleinere leveranciers in de (internationale) landbouw- en voedselvoorzieningsketen te verstevigen ten opzichte van (in de praktijk vaak) grotere afnemers. De wet geldt alleen als de leverancier en de afnemer voor wat betreft hun jaaromzet ongelijkwaardig zijn. Of van een ongelijkwaardige omzet sprake is, wordt vastgesteld aan de hand van omzetcategorieën:

Leverancier

Afnemer

Maximaal 2 miljoen euro

Meer dan 2 miljoen euro

Meer dan 2 tot maximaal 10 miljoen euro

Meer dan 10 miljoen euro

Meer dan 10 tot maximaal 50 miljoen euro

Meer dan 50 miljoen euro

Meer dan 50 tot maximaal 150 miljoen euro

Meer dan 150 miljoen euro

Meer dan 150 tot maximaal 350 miljoen euro

Meer dan 350 miljoen euro

Maximaal 350 miljoen euro

Overheidsinstantie

Zwarte en grijze lijst

De wet werkt uitdrukkelijk niet met algemene verbodsbepalingen, maar schrijft voor welke specifieke afspraken vallen onder ‘oneerlijke handelspraktijken’. Hiervoor zijn een zwarte en een grijze lijst (artikel 3) opgesteld. Handelingen op de zwarte lijst (artikel 2) zijn per definitie onrechtmatig (hardcore restricties). Handelspraktijken op de grijze lijst (artikel 3) zijn alleen toegestaan als deze vooraf, uitdrukkelijk en schriftelijk zijn overeengekomen. Op de zwarte lijst staan bijvoorbeeld:

  1. Te laat betalen van de leverancier (bij bederfelijke producten later dan 30 dagen, bij niet-bederfelijke producten later dan 60 dagen);
  2. Annuleren van bestellingen op korte termijn, waarbij de leverancier van bederfelijke producten redelijkerwijs geen alternatief meer kan vinden voor het verhandelen of gebruik van zijn producten (ook hier geldt dat minder dan 30 dagen als een ‘korte termijn’ wordt beschouwd);
  3. Weigeren gemaakte afspraken schriftelijk te bevestigen als de leverancier hier om vraagt;
  4. Eenzijdig wijzigen van bepaalde contractuele voorwaarden door de afnemer;
  5. Commerciële vergeldingsacties of het dreigen daarmee (zoals de-listing);
  6. De leverancier laten betalen voor bederf of verlies na levering, of voor zaken die geen verband houden met de verkoop van de producten.

Het retourneren van onverkochte producten aan de leverancier zonder daarvoor te betalen, is een voorbeeld van een gedraging op de grijze lijst. Deze handelspraktijk is alleen geoorloofd als dit vooraf, schriftelijk, helder en ondubbelzinnig is overeengekomen.

Hoge boetes bij overtreding

De handhaving is toevertrouwd aan de Autoriteit Consument & Markt. Overtredingen kunnen worden bestraft met hoge geldboetes tot maximaal 900.000 euro of tot 10 procent van de jaaromzet van de afnemer als deze hoger is. Dat is heel stevig. Leveranciers kunnen geschillen daarnaast voorleggen aan een geschillencommissie of naar de civiele rechter stappen.

Wat betekent de wet voor de praktijk?

Ten aanzien van de in lopende handelscontracten gemaakte afspraken moet op korte termijn worden beoordeeld of deze nog wel rechtmatig zijn. Deze afspraken moeten namelijk uiterlijk 15 april 2022 aan de wet zijn aangepast. Nieuw af te sluiten contracten moeten al sinds 1 november 2021 voldoen aan de regelgeving. Deze heeft niet alleen ingrijpende gevolgen voor wat in handelscontracten op schrift mag worden afgesproken, maar ook voor feitelijke gedragingen. Als de betalingstermijn op papier klopt, maar de afnemer houdt zich daar vervolgens feitelijk niet aan, zal sprake zijn van onrechtmatig handelen. Ook bij commerciële vergeldingsacties zal het gaan om feitelijke gedragingen, en niet alleen om contractuele afspraken. Ondernemingen in de voedselvoorzieningsketen doen er daarom verstandig aan zich te verdiepen in de regelgeving of zich hierover te laten adviseren.

Dit artikel is geschreven door Jikke Biermasz, advocaat bij Ploum Advocaten te Rotterdam.

1. Wet van 3 maart 2021, houdende regels strekkende tot implementatie van Richtlijn (EU) 2019/633 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 inzake oneerlijke handelspraktijken in de relaties tussen ondernemingen in de landbouw- en voedselvoorzieningsketen (PbEU 2019, L 111/59) (Wet oneerlijke handelspraktijken landbouw- en voedselvoorzieningsketen). Deze hier is te vinden.

2. Richtlijn (EU) 2019/633 inzake oneerlijke handelspraktijken in de relaties tussen ondernemingen in de landbouw- en voedselvoorzieningsketen (Publicatieblad EU 2019, L 111/59).

Onze bedrijfsjurist Peter
Contact

Advies nodig of vragen?

Peter en de andere bedrijfsjuristen helpen je graag verder