23-08-2012  De belangenorganisaties van het exporterend bedrijfsleven, verladersorganisatie EVO, de brancheorganisatie voor de expeditie Fenex en ACN (luchtvrachtindustrie) vinden dat de administratieve en inspectielasten die gepaard gaan met luchtvrachtbeveiliging fors omlaag moeten. Zij hebben hierover een brandbrief gestuurd aan de verantwoordelijke bewindslieden staatssecretaris Weekers (Financiën) en minister Opstelten (Veiligheid en Justitie).

Steeds dezelfde procedures en inspecties

De organisaties trekken aan de bel, omdat bedrijven nu vaak meerdere keren vrijwel dezelfde procedures en inspecties moeten doorlopen zonder dat daar veiligheidswinst wordt behaald. Concreet willen de bedrijfslevenorganisaties dat de procedures ten behoeve van de programma’s Authorized Economic Operator (AEO; douane) en Known Consignor (KC; luchtvrachtbeveiliging) en het toezicht daarop verder worden geïntegreerd.

AEO-KC

De AEO- en KC-programma’s komen voor een groot deel overeen. Beide stellen strengen eisen aan opslag, personeel en vervoer bij luchtvrachtzendingen. Het zijn echter twee verschillende overheidsdiensten, de Douane en de Koninklijke Marechaussee, die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de programma’s. Dit met alle negatieve gevolgen van dien. Ook moeten bedrijven beide statussen afzonderlijk aanvragen.

Pilot

EVO, Fenex en ACN hebben vele malen bij de Koninklijke Marechaussee en de Douane aangedrongen op integratievan beide regimes. Er is tevens een pilot georganiseerd, die volgens de drie organisaties positief is verlopen. De overheid heeft de resultaten van deze pilot echter nooit officieel gepubliceerd. Hierdoor heeft de pilot geen vervolg gekregen.

Stroomlijnen

EVO, Fenex en ACN verzoeken staatsecretaris Weekers en minister Opstelten in hun brandbrief brief een ultieme poging te doen om de overheidsprocedures voor deze programma’s te stroomlijnen. Er zou één aanvraagprocedure voor beide programma’s moeten komen, en één overheidsdienst zou beide audits moeten uitvoeren.