EVO: staatssecretaris kan tij keren

28-04-2015  Stijgende kosten, toenemende onzekerheid en onvoldoende prioriteit zorgen ervoor dat handels- en productiebedrijven hun goederen steeds minder over het spoor laten vervoeren. Verladersorganisatie EVO wil daarom dat staatssecretaris Mansveld van Infrastructuur en Milieu maatregelen neemt.

Het spoorgoederenvervoer is volgens EVO, belangenbehartiger van 15.000 handels- en productiebedrijven, belangrijk voor de concurrentiepositie van Nederland. Het goederenvervoer van en naar de Rotterdamse haven is voor een alsmaar belangrijker deel op het spoor aangewezen. Ook exporteren steeds meer handels- en productiebedrijven naar Oost-Europa.

Belemmeringen

Omdat de NS spooraansluitingen van de hand wil doen, dreigen bedrijven het spoor dat hun productielocatie op het hoofdnet aansluit tegen aanzienlijke bedragen zelf te moeten overnemen. En dat terwijl de kosten voor het spoorgoederenvervoer reeds stijgen – vanaf 2016 verhoogt het kabinet de kosten voor het gebruik van het spoor met tien procent. Handels- en productiebedrijven, vooral de chemische industrie, worden ook nog eens geconfronteerd met een verminderde capaciteit voor hun aan- en afvoer over het spoor gedurende de werkzaamheden aan het zogenoemde Derde Spoor in Duitsland. Bedrijven maken tijdens de bouwperiode (2016-2022) daarom extra kosten maar krijgen hier geen compensatie voor – vervoerders wel.

Staatssecretaris

EVO signaleert dat bedrijven door alle obstakels overwegen om hun productie te verplaatsen of uit te wijken naar bijvoorbeeld vervoer over de weg. EVO wil daarom dat staatssecretaris Mansveld maatregelen neemt om bedrijven die op het spoor aangesloten zijn niet op kosten te jagen. Ook moet de staatssecretaris tijdens de werkzaamheden in Duitsland voldoende capaciteit garanderen, bijvoorbeeld via andere spoortrajecten. Deze maatregelen moeten de stijgende kosten drukken en de toenemende onzekerheid zoveel mogelijk wegnemen.