Bedrijven steeds alerter op beroepsziekten

Werkplek verbeteren en veiliger maken

08-01-2020  Blootstelling aan schadelijke stoffen is bij veel bedrijven dagelijkse praktijk. Hoewel veel werkgevers heel veel doen om hun werknemers te beschermen, zijn er ook veel werkzaamheden waarbij dat niet of onvoldoende het geval is. Arbeidshygiënisten Tamara Onos en Mariska Droog werken dagelijks aan het verbeteren en veiliger maken van de werkplek. Daarbij staat bronaanpak voorop.

Niet alleen het voldoen aan de regels, maar het verbeteren van de werkplek is de missie van Tamara Onos, arbeidshygiënist en hogere veiligheidskundige, en Mariska Droog, arbeidshygiënist en ergonoom. Met name als het gaat om het blootstellen van medewerkers aan schadelijke stoffen hebben zij een doel: medewerkers tot en met het pensioen vrij houden van beroepsziekten. Soms kan dat eenvoudig door een schadelijke stof te vervangen door een onschadelijk product of door de werkplek aan te passen, maar als er productieprocessen zijn waarbij schadelijke stoffen vrijkomen, is dat een stuk ingewikkelder.

Tamara Onos en Mariska Droog
Tamara Onos en Mariska Droog

 

Bewustwording

Werkgevers zijn zich volgens Onos en Droog steeds meer bewust van het beperken van gevaar voor werknemers. “De aandacht voor beroepsziekten is door af faires, zoals met chroom-6, behoorlijk toegenomen. Bedrijven vragen zich dan ook steeds vaker af of ze het maximale doen. Er is helaas ook nog een groep bedrijven die pas in actie komt nadat de inspectie is langs geweest en tekortkomingen heeft geconstateerd.”

Volgens Droog is de eerstgenoemde groep echter flink in de meerderheid. “Wij krijgen in ons advieswerk vooral te maken met werkgevers die wel het beste voor hun werknemers willen en willen weten aan welke schadelijke stoffen zij worden blootgesteld. Bij ieder bedrijf waar we binnenkomen,  gaan we eerst onderzoeken wat er allemaal gebeurt op de werkvloer. Dat is ontzettend leuk, want mensen praten altijd met heel veel passie over hun werk.”

Werkgevers kunnen veel zelf doen, maar vaak is niet alle kennis in huis voor een goede beoordeling. Droog: “Voor sommige werkzaamheden is het lastig te bepalen of het schadelijk is of niet. Daarvoor is bepaalde kennis nodig, en anders gaan we meten.” Volgens Onos weten bedrijven wel welke  gevaarlijke stoffen er in huis zijn en hoe ze daarmee moeten omgaan, maar vergeten ze vaak de schadelijke stoffen die vrijkomen bij het productieproces. “Zulke processen zijn lastig te beoordelen, en daarvoor heb je specifieke kennis nodig. Dat is een deel van ons werk. Om dat goed te doen, heb je een beetje gevoel voor natuur- en scheikunde en techniek nodig, want zelf stoffen in kaart brengen met alle gevolgen is goed te doen, maar wat gebeurt er als je de stof verwarmt? Wat komt er dan vrij? Dat zijn lastige kwesties die onderzoek vergen.”

Gezondheidswinst

De twee benadrukken dat bedrijven zich niet altijd bewust zijn van schadelijke productieprocessen. Onos: “Wij komen bij bedrijven waar werken met gevaarlijke stoffen core business is. Alle middelen zijn aanwezig om medewerkers te beschermen, maar iets verderop staat de technische dienst te boren en te zagen. Daarbij komen schadelijke stoffen vrij en dat is een proces dat buiten de scope van een bedrijf ligt. Als het gaat om lasdampen, weten de meeste werkgevers wel dat ze hun medewerkers daartegen moeten beschermen, maar medewerkers van een technische dienst, onderhoud en schoonmaak worden daarbij soms over het hoofd gezien, terwijl ook zij met schadelijke stoffen in de weer zijn.”

Om gezondheidsrisico’s terug te dringen en de werkplek daadwerkelijk te verbeteren beginnen Onos en Droog bij de bron. “De zogenoemde bronaanpak is altijd het best”, aldus Onos. “Als je de schadelijke stof kan vervangen door een onschadelijk product, is de gezondheidswinst maximaal. Iets waarbij een handeling komt kijken, zoals het aanzetten van een afzuiginstallatie om schadelijke dampen te verdrijven, vormt een risico. Als die verkeerd staat afgesteld of als wordt vergeten hem aan te zetten, blijft er een risico op gezondheidsschade. Als je de bron weghaalt, heb je zekerheid. Nog een reden om daar goed naar te kijken is dat een bedrijf moet uitleggen waarom je niet anders kan dan werken met die bepaalde kankerverwekkende of mutagene stof.” Volgens Droog heeft zo’n inventarisatie van schadelijke stoffen nog een waardevolle toevoeging. “Het dwingt bedrijven om weer eens naar hun hele procesketen te kijken. Waarom doen we dingen zoals we die doen en wat kan er nog beter?”

Grootscheepse aanpak

Een dergelijke inventarisatie leidt volgens Onos dan ook vaak tot een grootscheepse aanpak. “Als we onze beoordeling hebben gedaan, gaan we daarover in gesprek met het management en leidinggevenden. Dat zijn de leukste gesprekken. Vaak is dat het moment dat het management denkt: hé, wacht even. Als we toch bezig zijn, pakken dat en dat ook meteen aan. Wij helpen graag bij het zoeken naar die verbeteringen. Dat is iets waaraan bedrijven toch altijd wel werken, maar de Arbo wordt daarbij niet altijd meegenomen.”

Droog vult aan: “Ons werk is interessant omdat ieder bedrijf anders is. Juist omdat wij externen zijn, kunnen wij dwars door alle lagen heen met iedereen in gesprek. Juist die gesprekken zijn ontzettend waardevol en dan merk je wel eens dat hoe het management denkt dat er wordt gewerkt totaal anders is dan de werkelijkheid op de werkvloer. Daarnaast kijken we goed naar de schadelijke stoffen. Wat is er in huis en hoe komen ze binnen?” Zo’n proces moet geborgd worden, zegt Onos. “Het komt nog heel veel voor dat een medewerker even naar de bouwmarkt rijdt om iets te halen, voornamelijk bij technische en onderhoudsdiensten. Dan heb je een ongecontroleerd proces.” Bij de meeste bedrijven gaat gelukkig veel goed en is er genoeg tijd om naar verbeteringen te zoeken, al komt het wel eens voor dat Onos en Droog meteen ingrijpen omdat er sprake is van een ernstige situatie. “Dan begin je direct met een maatregel om die werkplek te verbeteren”, zegt Onos.

Boete

Een boete als middel om bedrijven tot verbetering te dwingen is iets waar het tweetal niet in gelooft. Droog: “Wij laten ons ook niet gebruiken om bedrijven te helpen de randen van de wet op te zoeken of iets te maskeren. Dan zijn we weg. Ondernemerschap staat ook voor ontwikkelen. Je wilt toch een goed werkgever zijn en blijven, waar mensen graag aan de slag gaan? Soms kom ik bij bedrijven waar jongelui niet eens willen blijven omdat ze worden blootgesteld aan gevaren. De oude generatie vindt vaak dat de gevaren wat worden overschat als het gaat om blootstellen aan schadelijke stoffen, maar jongeren weten gelukkig wel beter. Zij letten veel beter op hun gezondheid. Als een bedrijf daar niet aan werkt, vertrekken de jongeren snel naar een werkgever die daar wel aan wil voldoen.”

Dat jongeren zo denken, sluit helemaal aan bij het doel van Onos en Droog. “We willen juist mensen helpen, zodat ze na dertig jaar werken nog gezond zijn om van hun pensioen te kunnen genieten. Mensen moeten niet ziek worden van het werk.” Daarbij helpt het ook dat er de laatste jaren steeds meer aandacht is voor beroepsziekten door gevaarlijke stoffen, zoals het schadelijke chroom-6. Onos: “Mensen op de werkvloer zijn daardoor veel alerter en dat maakt ons werk makkelijker en moeilijker tegelijk. Zo was ik laatst bij een bedrijf waar medewerkers verontrust waren omdat er een teken op een verpakking stond van - ik noem het maar - een exploderende man. Dat betekent kankerverwekkend, dachten zij. Maar dat is niet altijd het geval. Het zou kankerverwekkend kúnnen zijn. We hebben het onderzocht en er was sprake van aspiratiegevaar, oftewel een risico op overlijden als de stof bij inslikken in de luchtwegen terechtkomt. Kanker was uitgesloten.” Toch blijven, zelfs na onderzoek, sommige medewerkers sceptisch, zegt zij. “Zo van, dit zeggen jullie omdat mijn baas jullie betaalt.”

Intrinsieke motivatie

Onos en Droog zijn optimistisch over de toekomst. Droog: “Steeds meer werkgevers willen er alles aan doen om medewerkers tegen schadelijke stoffen te beschermen om ervoor te zorgen dat ze gezond blijven tot aan het pensioen. Zij worden niet gedreven door regeltjes en boetes, maar door een intrinsieke motivatie om het beste te doen voor hun werknemer. Dat sluit aan bij ons doel, namelijk niet aan de slag gaan om aan regeltjes te voldoen, maar om de werkplek te verbeteren. Dat is het doel dat wij altijd voor ogen houden.”

Dit artikel is eerder gepubliceerd in evofenedex logisticx.


Workshop Bewust veilig werken met CMR-stoffen

Hebben jullie ook schadelijke stoffen in het magazijn en wil je meer weten over hoe je hier veilig mee kunt werken? Meld je dan aan voor de workshop Bewust veilig werken met CMR-stoffen op 7 april. In deze workshop krijg je antwoord op vragen als: Welke stoffen zijn echt gevaarlijk?, Hoe herken je deze?, Wat kun je daaraan veranderen? en Wat voor maatregelen moet je voor je medewerkers nemen?

Onze ledenadviseur Marjolein
Contact

Vragen over gevaarlijke stoffen?

Marjolein en de andere ledenadviseurs helpen je graag verder