12-11-2012  Misschien is het u al opgevallen; in de komende maanden vieren we in Europa het bestaan van 20 jaar interne markt. In het kader daarvan woonde ik enkele weken geleden een bijeenkomst bij in het Huis van Europa, waar toenmalig vicepremier Verhagen en eurocommissaris Barnier spraken over de voordelen van de interne markt.

Positieve cijfers

Op 1 januari 1993 werd het vrije verkeer van personen, kapitaal en goederen een feit. Vlak daarvoor, in 1992, werd afgesproken een gemeenschappelijke munt in te voeren. Zakendoen in Europa is door die besluiten een stuk gemakkelijker geworden. Het wegvallen van douanecontrole en wisselkoersen hebben de transactiekosten flink verlaagd. Een prestatie van formaat, zo blijkt ook uit de cijfers.

Driekwart van de Nederlandse export gaat naar landen in de EU: export die in 2011 was verviervoudigd ten opzichte van 1990. Zonder de interne markt zou 20 procent van de Nederlandse export en 12 procent van de import nooit tot stand zijn gekomen en Nederlandse ondernemers zouden 19 procent minder hebben geïnvesteerd in het buitenland. De totale export vanuit de EU is sinds de invoering van de interne markt verdrievoudigd.

Andere prestaties die samenhangen met de interne markt zijn de verlaging van de administratieve lasten voor bedrijven met 25 procent ten opzichte van 2007. Wederzijdse erkenning zorgt ervoor dat nationale technische regels geen barrière meer vormen voor de vrije handel van goederen. Hetzelfde geldt voor de harmonisatie van technische en kwaliteitscriteria.

Vooruit kijken..

Toch hoor ik niet alleen positieve geluiden. Nog steeds klagen ondernemers over onnodige administratieve lasten in het Europese handelsverkeer. Grote ergernis is ook het gebrek aan harmonisatie bij de 27 douaneorganisaties. Reden genoeg dus om niet alleen terug te kijken op 20 jaar interne markt, maar vooral te kijken naar de toekomstige ontwikkelingen. Daar bevinden we ons in een harde werkelijkheid. Het politieke en economische klimaat waar we ons nu in bevinden, beweegt Europa niet richting verdere harmonisatie. Culturele verschillen tussen lidstaten, bijvoorbeeld over de wijze van controles op goederenstromen en gebrek aan financiële middelen om te investeren in de benodigde IT, maken dat harmonisatie na 20 jaar niet heel veel verder lijkt te komen. Zonder op specifieke casussen in te gaan, merkten ook Verhagen en Barnier op dat er nog veel werk te doen is. Trots zijn op wat we hebben bereikt en keihard werken om het bedrijfsleven verder te faciliteren, was hun boodschap.

EVO-inzet voor versterking interne markt

Dat is ook precies zoals EVO er tegenaan kijkt. EVO is daarom blij dat het nieuwe kabinet zich inzet voor versterking van Europa. Mede dankzij de EVO-lobby spreekt het regeerakkoord letterlijk over ‘versterken van de interne markt’ en het ‘bevorderen van een snelle en goede douaneafhandeling’. Een mooi resultaat, maar dat betekent ook werk aan de winkel om deze voornemens te concretiseren.

EVO doet dit onder andere door in Europa herhaaldelijk te pleiten voor een uitgebreide vorm van Centralized Clearance in de nieuwe douanewet, waarbij de goederenstroom en aangifte kunnen worden losgekoppeld. Voor grote verladers zou dit betekenen dat ze al hun douanebehandelingen in één lidstaat kunnen onderbrengen. Dit zou een aanzienlijke administratieve lastenverlichting betekenen.

Nu Single Window / Coordinated Boarder Management bijna zeker niet meer in de nieuwe Europese Douanewet zal worden opgenomen, werkt EVO ook mee aan de ontwikkeling van het Neutraal Logistiek Informatie Platform, een nationaal Single Window. Onze vrees daarbij is echter dat iedere lidstaat eindigt met zijn eigen Single Window en dat komt de harmonisatie in Europa niet ten goede. Het blijft daarom van groot belang aan te dringen op één Europees Informatie Platform.

Blijven innoveren en harmoniseren

Het vieren van 20 jaar interne markt is dus duidelijk geen eindpunt. Verdere innovatie en harmonisatie is cruciaal voor Europa in zijn geheel en Nederland als handelsland in het bijzonder. Nederland kan dan de indrukwekkende groei van de afgelopen 20 jaar doorzetten en een belangrijke handelspartner in de wereld blijven.