14-07-2015  De concurrentiepositie van de Rotterdamse haven staat onder druk en er wordt bij de overheid met te veel gemakzucht gedacht over de toekomst.  Vanmorgen schreef de directeur van Deltalinqs, Bas Janssen, in het Financieel Dagblad dat het beleid voor de mainport Rotterdam een impuls nodig heeft om toegevoegde waarde te blijven bieden. Mainport 2.0 moet ook interessant blijven als vestigingsplaats voor industrie en handel.

Gesprekken

Dat lijkt mij een goede oproep naar de overheid. Janssen ondersteunt daarmee de gesprekken die gaande zijn tussen overheden, havenbeheerder en bedrijven om Rotterdam aantrekkelijk te houden.

Goederen

Binnen hun netwerk EVO delen bedrijven kennis en werken zij samen hindernissen in de goederenstromen weg. Daarom kruis ik met plezier de degens met de overheid en de havenbeheerder om ervoor te zorgen dat de goederen zo geruisloos als mogelijk hun weg door het havencomplex weten te vinden. We hebben het dan over infrastructuur van, naar en in de haven, maar ook over het functioneren van de containerterminals of de tarieven die toezichthouders zoals de NVWA de verlader in rekening brengen.

Concurrerende havens

Onze leden zijn niet met Rotterdam getrouwd. Voor sommige zijn Nederlandse, Belgische of Duitse havens gunstiger gelegen, of goedkoper. Ik vind dat de Rotterdamse haven zich op kwaliteit van dienstverlening en infrastructuur moet kunnen onderscheiden ten opzichte van de concurrerende havens in de Hamburg-Le Havre-range. Hoe hoger de kwaliteit van Rotterdam, hoe minder de keuze voor een alternatieve haven.

Urgentie

De urgentie waar Janssen het over heeft, of liever gezegd het gebrek aan urgentie, onderschrijft EVO. Wil Rotterdam de slag om de lading winnen, dan moet dat gevoel van urgentie er continu zijn. Niet alleen vandaag, maar ook in 2016 en daarna.