20-07-2015  Om het vestigingsklimaat van Nederland te verbeteren, moeten de logistieke prestaties verder verbeteren. Dit kan alleen als overheidsbeleid primair gericht is op de klant (de vraag) in plaats van op de logistieke dienstverlener (het aanbod).

Rotterdam

Vorige week pleitte de vereniging van bedrijven in de Rotterdamse haven, Deltalinqs, voor een actieplan voor de haven. Directeur Bas Janssen stelde in een interview met het FD dat er te gemakzuchtig wordt gedacht over de toekomst van de haven.

Recentelijk bleek ook uit de Barometer Nederlands Vestigingsklimaat 2015 van EY onder buitenlandse investeerders dat het belastingklimaat, het aanbod van en flexibiliteit van de arbeidsmarkt, stedelijke kwaliteit én logistieke randvoorwaarden een rol spelen bij de keuze zich al dan niet in ons land te vestigen.

Zo beschouwd illustreert de oproep van Deltalinqs een belangrijk breder punt: logistieke kwaliteit, inclusief wet- en regelgeving, bepaalt in belangrijke mate de aantrekkelijkheid van Nederland als vestigingslocatie voor wereldspelers in de handel en productie.

Beleid

Niet voor niets schreef de minister van Infrastructuur en Milieu enkele jaren geleden dat bij het beleid van het departement de reiziger en de verlader, de klanten dus, als uitgangspunten gelden.

Het belang van handelaren en producenten centraal stellen, is nog knap lastig, zo blijkt niet alleen uit het voorbeeld van de Rotterdamse haven. Beleidsmakers denken nog te vaak eerst en vooral aan de belangen van de logistieke sector zelf. De belangen van logistiek dienstverleners in weg-, spoor-, zee-, binnenvaart- en luchtvervoer. Of de belangen van mainports zoals Schiphol en Rotterdam. 

Wereldtop

Dat is verklaarbaar. Allereerst omdat het beeld van logistiek het beeld is van containerschepen, goederentreinen, vrachtauto’s en bedrijvigheid op de nationale luchthaven en aan de oevers van de Maas. Omdat het gaat om een sector waarin ons land een lange traditie kent en waarin de prestaties nog altijd behoren tot de wereldtop. Omdat het gaat om een sector waarin geld verdiend wordt, waarmee veel werkgelegenheid gemoeid is.

En niet om de laatste plaats omdat het, bijvoorbeeld in het wegvervoer en in de binnenvaart, gaat om een sector die het de afgelopen jaren zwaar te verduren heeft gehad door de crisis en zware internationale en Europese concurrentie. Al met al is de verleiding groot het belang van logistiek in ons land te vereenzelvigen met het belang van de logistieke sector.

Dienstverlening

Die belangen zijn niet alleen verklaarbaar, maar ook legitiem. Ook handelaren en producenten hebben baat bij een blijvend sterke logistieke sector. Tegelijkertijd kan een sterke logistieke sector alleen blijven bestaan als beleidsmakers de klanten –  handelaren en producenten die de goederenstroom genereren – als uitgangspunt van hun beleid nemen.

Zeker als het gaat om het aantrekken en behouden van bedrijven met een sterk internationale oriëntatie. De Rotterdamse haven en Schiphol liggen waar zij liggen; uitzonderingen daargelaten is een Nederlandse logistiek dienstverlener ook gebonden aan ons land.

Voor multinationals geldt dit niet – zij wegen de netwerkkwaliteit van Schiphol, de kosten en kwaliteit van dienstverlening in de Rotterdamse haven, de kwaliteit en beschikbaarheid van het spoorgoederennetwerk, maar ook de administratieve lasten en regels die gemoeid zijn met hun logistieke operatie. Zijn de kosten te hoog? Het netwerk en de kwaliteit elders beter? ‘Then I’ll take my business elsewhere.’ Met alle gevolgen voor de economische groei en werkgelegenheid in handel en productie in Nederland van dien.

Stilstaand water

Nederland staat er in alle lijstjes nog goed voor als het gaat om de logistieke prestaties. Maar stilstaand water gaat stinken. We moeten de lat nóg hoger leggen om onze voorsprong te behouden en uit te bouwen.

Om die reden pleitte EVO er bij de begrotingsbehandeling Infrastructuur en Milieu 2015 voor om de sectorale scheidslijnen en de primaire oriëntatie op de logistieke sector bij beleidsvorming los te laten. In plaats daarvan moet er een integrale beleidsvisie op logistiek komen waarin niet het aanbod (de diensten) centraal staat, maar de vraag (de klanten).

Klanten

Want deze klanten, handelaren en producenten, bepalen op basis van de logistieke kwaliteit of ze zich in ons land vestigen. Met alle gevolgen voor onze economie van dien.

De barometer van EY verdient, als basis hiervoor, opvolging en verdieping. Bijvoorbeeld door structureel onderzoek door betrokken departementen, de ministers van Economische Zaken en van Infrastructuur en milieu, naar de wensen en behoeften van internationale spelers als het gaat om logistieke kwaliteit van ons land. Een dergelijke benadering doet ook de logistieke sector floreren.