Vervoert, verpakt of laadt u gevaarlijke stoffen? Dan is het niet altijd nodig om onder volledige toepassing van het ADR, de Europese wetgeving voor het internationale vervoer van gevaarlijke stoffen, te werken.

Vrijstellingen

Het ADR kent verschillende soorten vrijstellingen:

  • Algehele vrijstellingen, waarbij alleen het vrijstellingsvoorschrift van kracht is.
  • Gedeeltelijke vrijstellingen, waarbij het vrijstellingsvoorschrift van kracht is in combinatie met of uitgezonderd van enkele andere voorschriften welke benoemd staan.
  • En bijzondere bepalingen, deze geven afhankelijk van de bepaling een algehele óf gedeeltelijke vrijstelling (veelal stof- of productspecifiek)

Als veiligheidsadviseur merk ik regelmatig dat het juist toepassen van ADR-voorschriften problemen oplevert. Dit is meestal geen onwil, maar onwetendheid. Onwetendheid over welke maatregelen moeten worden genomen en wat de voorschriften precies inhouden.

Een veel voorkomende misvatting is dat een ‘vrijstelling’ de organisatie vrijwaart van alle (overige) voorschriften. Dit is meestal niet correct. 

Multimodaal

Het goederenvervoer kent tegenwoordig steeds vaker een multimodaal karakter. De goederenstroom vindt bijvoorbeeld plaats over de weg, het water, het spoor of door de lucht. Op al deze modaliteiten zijn andere vormen van wetgeving van toepassing.

Het kan voorkomen dat vrijstelling X voor het wegvervoer wel geldt maar niet voor het luchtvervoer.

Ook is het ook mogelijk dat beide modaliteiten hetzelfde type vrijstelling kennen maar dat de details binnen deze vrijstelling sterk afwijken.

Het is dus belangrijk dat vrijstellingsregelingen correct worden toegepast. Daarom organiseert EVO op 23 januari (Zoetermeer), 4 februari (Breda) en 15 mei (Arnhem) de workshop Vrijstellingsregelingen ADR. Deelnemers krijgen hier kennis over vrijstellingsregelingen en leren hoe zij deze juist kunnen toepassen.

Aanmelden kan hier!