Sinds januari ben ik beleidsadviseur in Noord-Brabant en Limburg – een regio gekenmerkt door de maakindustrie, voedingsproductie, distributie en hightech. Ik wist dat ik in beide provincies zelfbewuste, trotse en goed georganiseerde ondernemers tegen zou komen. Wat ik niet wist, is dat logistiek en bereikbaarheid in deze regio net zo belangrijk zijn als in de Randstad. Misschien wel belangrijker.

Uitvalsbasis

De economische activiteiten in Noord-Brabant en Limburg kenmerken zich door flinke goederenstromen. Hier is niet alleen de industrie verantwoordelijk voor, de vele distributiecentra zijn dat ook. Het is niet voor niets dat de nummers één, twee en drie van de top-10 logistieke hotspots van Nederland in deze provincies liggen. De logistieke clusters Venlo-Venray, West-Brabant en Tilburg-Waalwijk vormen een uitstekende uitvalsbasis naar de rest van Europa.

In Noord-Brabant en Limburg liggen de slagaders van onze economie: de A2, A16, A27 en de A67. Door beide provincies lopen ook belangrijke water- en spoorverbindingen. Wat kun je in de Randstad beginnen zonder deze achterlandverbindingen? Juist, niets. De verkeersdruk op deze verbindingen maakt deze regio, maar ook de Randstad, echter kwetsbaar.  Er moet daarom veel gebeuren om de infrastructuur te verbeteren.

Investeren

Laat ik mij beperken tot asfalt – vrijwel alle rijkswegen verdienen een flinke capaciteitsuitbreiding. Denk bijvoorbeeld aan de A27 tussen Houten en Breda of de A67 tussen Eindhoven en Venlo. Eindhoven kan zich op de lange termijn niet ontwikkelen zonder de Ruit van Eindhoven. Dit project kent helaas veel weerstand.

Ook de A2 en de A16 dienen op termijn te worden verbreed. Hier zijn miljarden euro’s voor nodig – geld dat er niet is. Tenminste, als wij er niets aan doen. Om beide provincies op de lange termijn bereikbaar en leefbaar te houden moet EVO samen met haar partners in de regio aan de slag om gerichte investeringen in infrastructurele knelpunten te realiseren. Ik ben er trots op hier een steentje aan bij te mogen dragen.