Voor een politiek dier zijn de laatste weken in aanloop naar welke verkiezingen dan ook een feestje. Facebook, twitter, soms obscure nieuwssites en heel soms zelfs de massa-media grossieren in nieuws over partijen en kandidaten op campagne. Zo’n campagne is voor een belangenbehartiger, bijvoorbeeld EVO, wel even iets meer dan alleen de strijd om de gunst van de kiezer. Het is een uitgelezen kans om aspirant-politici een agenda voor de komende jaren mee te geven. Niet vaak en niet iedereen lukt dat.

Des te mooier dat EVO politici en media vorige week goed bereikte met een Top-10 van Europese handelsbarrières. De lobby voor EVO-leden is vaak noeste, onzichtbare arbeid is, waarin je engelengeduld moet oefenen. Bovendien is het lobbyproces vergelijkbaar met het produceren van worsten: hij of zij die van het eindproduct geniet, wil helemaal niet weten hoe en waarvan het ding gemaakt is.

Worsten

Over worsten gesproken: het Duitse tolplan van de nieuwe centrum-linkse regering van Merkel illustreert maar weer eens hoe belangrijk een Europese bestuurslaag kan én moet willen zijn. Bij de presentatie van de EVO top-10 Europese handelsbarrières zei mijn collega Joost Sitskoorn het al tegen een journalist: internationale verladers hebben vaak juist belang bij méér Europa.

Natuurlijk is Europa een praktisch en pragmatisch project en natuurlijk worden er gekke en soms heel verkeerde beslissingen genomen (dat doen gemeenteraden en de Tweede Kamer ook trouwens). Maar een beetje ondernemer heeft toch ook, of zelfs juist, een groter plaatje voor ogen? Die wil toch een Europa, waarin de som der delen meer is dan iedere lidstaat? Die wil toch dat douanesystemen op elkaar af zijn gestemd, dat geïnvesteerd wordt in transnationale goederencorridors, dat één vergunning voor het vervoer van wat dan ook volstaat en dat het betalen voor mobiliteit – als het al met tol moet (en dus lagere vaste belastingen) – geen lapjesdeken van systemen tot gevolg heeft? En bovenal heeft die verlader toch de droom dat er in wat we officieel de Europese interne markt noemen geen handelsbarrières meer zijn?

Die internationale verlader weet namelijk dat als we in Nederland – of in de EU – even niet opletten, we de verliezersfinale tussen lidstaten onderling spelen. Terwijl we eigenlijk samen hadden moeten trainen voor de echte wedstrijd op het wereldtoneel. De top-10 van EVO is praktisch, ja. Maar we zetten er nadrukkelijk ook een Europees toekomstperspectief mee neer, een positieve toekomstgerichte agenda – in het belang van Nederland binnen de EU.

Daar doen we het voor

Van de droom snel terug naar de praktische en pragmatische werkelijkheid. Want dromen zijn waardeloos als mensen in de praktijk geen stappen zetten. Het goede nieuws, zo las ik net op Facebook, is dat de ene na de andere aspirant Europarlementariër onze boodschap hoort en overneemt. Vanochtend nog kandidaat-EP’er Maarten Smit, die – net als EVO – de Duitse plannen ‘nicht so toll’ zegt te vinden en die pleit voor investeringen in de transnationale verbindingen. Kijk, daar hebben we wat aan en daar doen we het voor!