10-08-2015  Ketensamenwerking heeft overduidelijk voordelen maar wordt in de praktijk slechts mondjesmaat toegepast. Hoe komt dat eigenlijk? Nieuwe modellen uit de evolutietheorie geven daarvoor interessante inzichten.

Evolutie

Ontegenzeggelijk is Darwins evolutietheorie de belangrijkste natuurwetenschappelijke verklaring voor vormverscheidenheid. Binnen deze theorie zijn mutatie (het ontstaan van nieuwe eigenschappen) en natuurlijke selectie (‘survival of the fittest’) de twee fundamentele principes.

Harvard professor Martin Nowak bepleit echter dat er nog een derde principe van de evolutietheorie is: het vermogen tot samenwerking.

Logica

In Nowaks modellen zijn er twee typen individuen; de gever (collaborator) en de zelfzuchtige (defector). Alleen de gever investeert tijd en energie in een ander individu (de ontvanger). De ontvanger ervaart een grotere waarde dan de gever als verlies ervaart.

In een gemeenschap die bestaat uit zowel gevers als zelfzuchtigen, heeft die laatste groep een evolutionair voordeel omdat ze wel ontvangen maar niets geven. Met andere woorden, op het eerste gezicht lijkt evolutionair samenwerking niet logisch te zijn.

Gemeenschapskracht

Er is echter ook een tegengestelde kracht, namelijk het feit dat als er in de groep veel gevers zijn, de groep als geheel sterker wordt. De groep kan bijvoorbeeld profiteren van de gedeelde specialistische kennis en vaardigheden. Als iedereen bijdraagt wordt iedereen er beter van (win-win). Evolutionair gezien is het daarom van belang dat een groep veel gevers heeft.

Samenwerkingmechanismes

Nowak onderscheid vijf kernmechanismes die de broodnodige samenwerking bevorderen. Dit zijn (1) familiaire banden: individuen geven onvoorwaardelijk aan bloedverwanten; (2) directe reciprociteit: als jij mij helpt dan help ik jou; (3) indirecte reciprociteit: door te geven bouwt een individu aan een goede reputatie en krijgt daarom veel terug; (4) netwerknabijheid: hoe meer verbondenheid met de naburige individuen hoe meer samenwerking; en (5) Groepselectie: groepen met veel gevers reproduceren zichzelf beter.

Fluctuerend

Uit simulatiestudies blijkt dat over de tijd gezien het niveau van samenwerking geen stabiel gegeven is. De twee krachten, namelijk korte termijn individueel belang van zelfzuchtigen versus lange termijn groepsbelang, werken voortdurend op elkaar in maar komen nooit tot een vaste balans. 

Tijdsgeest

Als we deze evolutietheorie in de huidige tijdsgeest plaatsen dan wordt er veel duidelijk. De mens is van nature een supersamenwerker (alle vijf genoemde mechanismes zijn van toepassing). Maar door ontwikkelingen op technologisch vlak en ontzuiling is de wereld letterlijk en figuurlijk afstandelijker geworden. Het gevolg was individualisering en een (bedrijfs)cultuur van zelfzuchtigheid.

Juist daarom is meer (keten)samenwerking hierop het natuurlijke antwoord.