24-01-2014  De binnenvaart afficheert zich graag als een milieuvriendelijke vervoerwijze. Wat de CO2-uitstoot en de nieuwere schepen  betreft, klopt dat ook. Maar kijk je naar andere emissies en de verouderde schepen, dan wordt dat milieuvoordeel de komende jaren kleiner.

Het wegvervoer wordt namelijk steeds schoner. Vooral op het gebied van emissies anders dan broeikasgassen. Die emissies (bijvoorbeeld fijnstof) hebben een grote invloed op de luchtkwaliteit. En daar gaat het gezien de Europese eisen  uiteindelijk ook  om.

Niet voor niets stelden de regio’s Rotterdam en Arnhem-Nijmegen onlangs subsidie beschikbaar voor binnenvaartoplossingen die bijdragen aan een verbetering van die luchtkwaliteit.

Vergroenen

Het ‘vergroenen’ van de binnenvaart is stukken lastiger dan van het wegvervoer. De markt voor nieuwe binnenvaartmotoren is veel kleiner en de levensduur van schepen is aanzienlijk langer dan die van vrachtauto’s. 

Het vervangen van oudere motoren en alle bijbehorende voorzieningen kost veel geld. Geld dat er onder de huidige marktomstandigheden gewoonweg niet is. Dat blijkt ook uit de weerstand tegen de invoering van eisen die in CCR-verband zijn afgesproken – eisen die overigens ook betrekking hebben op de veiligheid.

Investeringen

LNG wordt weliswaar gepropageerd als schone brandstof, maar daarin investeren is niet altijd realistisch. Vooral minder grote schepen verliezen daardoor veel laadruimte, wat het terugverdienen van die investeringen extra lastig maakt.

Onder de huidige marktomstandigheden kunnen verladers geen hogere tarieven betalen voor ‘groenere’ schepen. Alleen als hún klanten dat eisen, zijn er mogelijkheden. Zolang de crisis nog niet achter de rug is, zal dat aantal klanten voorlopig niet toenemen.

Dat maakt het terugverdienen van investeringen in een groenere binnenvaart, voor zowel binnenvaarders als verladers, voorlopig erg lastig.