23-09-2014  De begroting van het ministerie van Infrastructuur en Milieu voor het jaar 2015 ziet er financieel goed uit. Er zijn geen grote bezuinigingen aangekondigd. Maar de logistieke beleidsagenda voor 2015 is nog te veel langs oude sectorale scheidslijnen bepaald. Daardoor mist Nederland kansen. Namens onze leden pleit ik dan ook voor een integrale beleidsvisie op logistiek, welke een routekaart biedt naar een onderscheidende, servicegerichte en juist daardoor florerende logistieke sector. Niet het aanbod van logistieke diensten zelf maar de vraag er naar moet leidend zijn, ook in beleid.

Verlader centraal
Na de reiziger in het personenvervoer moet voor het kabinet nu het belang van handels- en productiebedrijven -  de verlader dus -  echt het middelpunt worden in het beleid voor goederenvervoer. Dat wordt vaak wel in woord beleden maar de daad erbij ontbreekt vooralsnog. Dat blijkt ook weer uit de begroting van het departement voor 2015. Zo heeft het ministerie zich bijvoorbeeld voorgenomen om te komen tot een maritieme strategie, welke tot doel heeft de groei van het maritieme cluster – rederijen, terminals, havens en tussenpersonen - te bevorderen. Er wordt gemakshalve aan voorbij gegaan dat ladingstromen een voorwaarde voor succes zijn. Meer en betere schepen zullen werkeloos aan de kade blijven liggen als er niet afdoende lading is.

Integrale visie

Het voorbeeld van de maritieme strategie staat niet op zichzelf. Het is deze zelfde verouderde sectorale benadering die ik ook terugzie bij het beleid voor luchtvracht, spoorvervoer en wegvervoer. In de luchtvaart is niet de groei bij de luchtvrachtverlader maar de groei van mainport Schiphol het hoofddoel van beleid. In het spoorvervoer delft het vervoersbelang van het handelende- en producerende bedrijfsleven het onderspit in het geweld van het personenvervoer en de spoornetbeheerders. En bij het wegvervoer worden marktafschermende maatregelen nog steeds gerechtvaardigd omdat niet het belang van de ladingeigenaren centraal staat in het beleid, maar de positie van wegvervoerders. Door het beleid te enten op de dienstverlener in plaats van diens klanten is het risico op miskleunen te groot. Dat moet en kan anders.

Samen bouwen

EVO vertegenwoordigt de logistieke belangen van handels- en productiebedrijven actief in en vanuit Nederland. Onze leden verschaffen 1,3 miljoen mensen een baan en bepalen van 70% van alle goederen in, van en naar Nederland hoe die vervoerd moeten worden. Namens al die leden roep ik het kabinet op om samen met ons en de vertegenwoordigers uit de logistieke sector te bepalen hoe logistiek een betere voorwaarde kan zijn voor het rendement van handel en industrie van ons verdienvermogen. Kansen om meer groei, meer afzet, meer werkgelegenheid en dus meer welvaart te genereren beginnen immers daar. In de primaire economie, daar waar (half)fabricaten en eindproducten gemaakt en verhandeld worden.