24-10-2013  ​Het opleggen van een alcoholslotprogramma aan chauffeurs met een vrachtwagenrijbewijs is niet onevenredig zwaar gelet op het doel ervan. Dit blijkt uit drie uitspraken die de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State gisteren openbaar heeft gemaakt.

Maatregel

Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) had de rijbewijzen van drie vrachtwagenchauffeurs voor ten minste 24 maanden ongeldig verklaard en hun een alcoholslotprogramma opgelegd nadat de politie had geconstateerd dat ze onder invloed van alcohol hadden gereden.

Oordeel

De Raad van State is van oordeel dat het alcoholslotprogramma een geschikt instrument is om dit doel te bereiken. 'Expliciet is van belang geacht dat van beroepschauffeurs een bijzonder verantwoordelijkheidsgevoel mag worden verwacht.’

Consequenties

Ook stelt de Raad dat algemeen bekend mag worden verondersteld dat verkeersdelicten, ook indien deze buiten werktijd worden begaan, consequenties voor de rijbevoegdheid en daarmee voor de uitoefening van het werk als beroepschauffeur kunnen hebben.

Tegen de uitspraken van de Raad van State is geen hoger beroep mogelijk