Ongetwijfeld vormt het realiseren van (economische, ecologische en sociale) duurzaamheid een van de belangrijkste maatschappelijke vraagstukken van deze tijd. Toch blijft het binnen de logistiek & supply chain wereld relatief stil op dit terrein. Natuurlijk, iedereen voldoet netjes aan de regels en is bezig met het reduceren van de uitstoot. Maar van een fundamentele transitie lijkt vooralsnog geen sprake. Een oproep voor meer strategische duurzaamheid.

Brief

Onlangs stuurden negentig hoogleraren een brief naar de formateur over de noodzakelijke transitie op het gebied van duurzaamheid en de energietransitie. Opmerkelijk genoeg waren er onder de ondertekenaars nauwelijks of geen representanten vanuit de logistieke sector (ook ondergetekende stond niet op de lijst). Dat is inderdaad opvallend omdat de ‘rokende schoorstenen’ van onze fabrieken en de uitlaatgassen van onze vrachtauto’s in de ogen van het grote publiek welhaast als de ultieme symbolen van de ‘vervuiling’ worden gezien.

Paus

Natuurlijk gaat logistiek over veel meer dan productie en vervoer. En natuurlijk is het beeld dat het grote publiek heeft niet gerechtvaardigd en doen we juist heel veel om dit soort vervuiling terug te dringen. Maar nuanceringen als deze zijn even terecht voor ons als ‘insiders’ als dat ze onbekend zijn bij de ‘outsiders’. Het lijkt daarom voor ons imago van belang om ‘roomser dan de paus’ te zijn. Dat wil zeggen dat we als logistiek en supply chain juist voorop zouden moeten lopen als het over duurzaamheid gaat. Maar dat lijkt toch niet of nauwelijks het geval.

Onvermijdelijk

Veel organisaties zijn van mening dat duurzaamheid een kwestie is van je aan de regels houden. Inderdaad zijn regels, afspraken en convenanten over duurzaamheid even belangrijk als onvermijdelijk. Het onderliggende vraagstuk is de zogenaamde ‘tragedy of the commons’; individuen maken gebruik van een gemeenschappelijk goed maar krijgen niet de (volledige) rekening voor hun gebruik. Bijvoorbeeld kan het uit economische overwegingen aantrekkelijk zijn voor individuele vissers om ieder voor zich te investeren in meer viscapaciteit. Maar als álle vissers dat gaan doen, dreigt er overbevissing waarbij niemand gebaat is. Bij vele duurzaamheidsvraagstukken speelt een dergelijk soort probleem.

Parijs

Juist omdat het individuele belang niet altijd overeenkomt met het algemene belang en omdat echte verbeteringen alleen gezamenlijk gerealiseerd kunnen worden, vormen wetten, convenanten en afspraken een belangrijke ruggengraat van duurzaamheidsinitiatieven. In het voorbeeld: alleen als alle vissers samen afspraken maken over vangstbeperkingen (en zich er vervolgens ook aan houden) kan overbevissing voorkomen worden. Het is daarom dat gezamenlijke afspraken zoals het energieakkoord in Nederland en het klimaatakkoord van Parijs zo belangrijk zijn. En zo kwetsbaar; immers,het werkt alleen als iedereen zich eraan houdt.

Gevaar

Echter, hoe belangrijk ook, wetten en afspraken kunnen op zijn best een ‘ondergrens’ van duurzaamheid aangeven. En er is nog een ander gevaar; hoe talrijker en hoe strenger de wetten worden, hoe meer organisaties geneigd zijn om de randen van de regels op te zoeken. Dan wordt de ‘letter van de wet’ belangrijker dan de ‘geest van de wet’. En voor je het weet wordt duurzaamheid dan niet als nastrevenswaardig doel gezien maar vormen de duurzaamheidsregels een sta-in-de-weg voor het bereiken van andere bedrijfsdoelen. Bijvoorbeeld het sjoemelsoftware schandaal bij Volkswagen kan alleen zijn ontstaan omdat het streven gericht was op het korte-termijn (financieel) resultaat waarbij milieuregelgeving omzeild diende te worden.

Keuzes

Gelukkig zijn veel organisaties zich bewust van hun maatschappelijke verantwoordelijkheid. Onder het mom van MVO (Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen) worden er dan allerlei goede doelen ondersteund en wordt er aandacht besteed aan minderbedeelden. Dat is zonder meer prijzenswaardig. Maar als we daadwerkelijk vaart willen maken met duurzaamheid, dan zullen organisaties daarvoor expliciete strategische keuzes moeten maken. Dan komt duurzaamheid naast andere bedrijfsdoelen te staan. Niet voor niets spreken we van de ‘triple double line’ (People-Planet-Profit). Duurzaamheid is dan geen ‘nice-to-have’ of een regel waaraan de organisatie zich moet houden, maar wordt een bedrijfsdoel op zichzelf.

Doordacht

Een strategische keuze voor duurzaamheid houdt ook in dat op de korte termijn duurzaamheid ten koste mag gaan van andere doelen (en dus geld mag kosten). Maar natuurlijk ook dat er een doordacht business model achter de duurzame strategie schuilgaat; immers zonder lange-termijn ‘profit’ kan een organisatie niet duurzaam zijn. Dit is wellicht realistischer dan vaak gedacht. Duurzaamheid is voor zowel eindgebruikers als voor werknemers een belangrijk item. Een bedrijf dat expliciet voor duurzaamheid kiest, zal veel goodwill verkrijgen en in staat zijn om het (jong) talent beter aan zich te binden.

Triple C

Helaas is het kiezen voor een duurzame strategie nog geen ‘bon-ton’. Natuurlijk zijn er de bekende voorbeelden, zoals Tony Chocolonely, Tesla en Dopper. Maar vele organisaties worstelen nog met het expliciet kiezen voor duurzaamheid en het bijbehorende businessmodel. Dat is ook wel te begrijpen; immers een transitie is moeilijk. Om met collega inkoophoogleraar Frank Rozemeijer te spreken; bedrijven hebben, naast triple P, ook triple C nodig: Collaboratie, Creativiteit en Courage. Niet onmiddellijk zaken waar organisaties in het algemeen, en logistiek & supply chain professionals in het bijzonder, in uitblinken. Maar die wel keihard nodig zijn voor het inzetten op een duurzame strategie.

Actie

Wel geldt dat hoe langer het duurt, hoe belangrijker een duurzame strategie wordt. Steeds meer beseffen we dat we de aarde in bruikleen hebben van onze kinderen. Bovendien worden voortbrengingsketens met de huidige communicatiemiddelen steeds transparanter en daarom zullen consumenten ons steeds vaker aanspreken op onze verantwoordelijkheid om daarin het ‘goede’ te doen. Hoewel binnen de ‘triple A’ van Awareness, Acceptance en Action het dus al de hoogste tijd voor actie is, lijken we binnen supply chains toch vaak een beetje te blijven hangen tussen de eerste twee A’s. En dat kunnen we ons niet blijven veroorloven, zeker niet als we voorop willen lopen.

Kortom, een transitie is heel hard nodig. Wie durft en heeft al een duurzame (supply chain) strategie?