Compensatie transitievergoeding bij langdurige arbeidsongeschiktheid

Kabinet komt met regeling om slapende dienstverbanden te voorkomen

Update 23-04-2019  Vanaf 1 april 2020 is het mogelijk om bij het UWV compensatie aan te vragen voor een betaalde transitievergoeding bij een ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid. Dat heeft het kabinet onlangs besloten. De regeling heeft terugwerkende kracht tot juli 2015.

Verplichte transitievergoeding

Vanaf medio 2015 ben je als werkgever verplicht de transitievergoeding te betalen als je de arbeidsovereenkomst van een werknemer eindigt wegens langdurige arbeidsongeschiktheid. Dat was daarvoor niet het geval.


Slapend dienstverband?

Daarom houden veel werkgevers het dienstverband slapende, zodat zij niet de transitievergoeding hoeven te betalen. Zij hebben immers al veel kosten moeten maken door 104 weken het loon (gedeeltelijk) door te betalen en daarnaast re-integratiekosten en de rekening van de Arbodienst te betalen. Op 28 maart 2019 heeft de kantonrechter te Amsterdam een werkgever veroordeeld tot opzegging dienstverband met een langdurig zieke werknemer. Het is de werknemer dus gelukt de beëindiging van de arbeidsovereenkomst af te dwingen en een einde te maken aan het slapend houden van de arbeidsovereenkomst (zie verder hierover onder het kopje “Verplichte beëindiging?”.


Compensatieregeling

Om slapende dienstverbanden te voorkomen heeft de regering de compensatieregeling transitievergoeding in het leven geroepen. Deze regeling is nu definitief en treedt per 1 april 2020 in werking. Vanaf die datum kun je bij het UWV compensatie aanvragen voor de betaalde transitievergoeding bij een ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid. De aanvraag moet worden ingediend binnen zes maanden nadat de volledige (transitie)vergoeding is verstrekt.
Let op: De regeling heeft terugwerkende kracht tot 1 juli 2015. In die gevallen dient de aanvraag uiterlijk op 30 september 2020 ingediend te worden bij het UWV.


Beoordeling aanvraag tot compensatie UWV

Het UWV heeft de volgende gegevens nodig voor de beoordeling van de aanvraag voor compensatie, dus bewaar deze documenten goed:

  • De arbeidsovereenkomst van werknemer en de duur van de arbeidsovereenkomst;
  • De ontslagvergunning van het UWV;
  • De beëindigingsovereenkomst (inclusief documenten van de bedrijfsarts waaruit blijkt wanneer werknemer ziek was en dat hij bij het einde van de arbeidsovereenkomst nog steeds ziek was);
  • Gegevens die gebruikt zijn om de hoogte van de transitievergoeding te berekenen;
  • Bewijs dat de (totale) transitievergoeding betaald is.

Hoogte compensatie

De compensatie is gelimiteerd tot de transitievergoeding waar werknemer recht op zou hebben op het moment dat de loondoorbetalingsplicht na 104 weken eindigt. Dat betekent dus dat de periode dat de arbeidsovereenkomst ‘slapend’ is gehouden buiten de compensatie van de transitievergoeding valt en dus niet vergoed wordt. Ook als een loonsanctie van één jaar wordt opgelegd en je daardoor pas na drie jaar het loon door te betalen de arbeidsovereenkomst kan beëindigen, zal de transitievergoeding over het laatste jaar niet gecompenseerd worden. Je moet een deel van de transitievergoeding dan dus zelf betalen. Is dat een geldige reden het dienstverband niet te beëindigen?


Verplichte beëindiging?

Nu de compensatieregeling definitief is, hebben rechters zich opnieuw moeten buigen over de vraag of de werkgever verplicht kan worden de arbeidsovereenkomst na twee jaar ziekte te beëindigen. Hoewel rechters in het verleden hebben geoordeeld dat de werkgever niet verplicht kon worden de arbeidsovereenkomst na twee jaar ziekte te beëindigen, heeft het Scheidsgerecht Gezondheidszorg onlangs geoordeeld dat –  mede in het licht van de compensatieregeling –  het niet opzeggen van het dienstverband met een ernstig zieke medisch specialist om daarmee te ontkomen aan betaling van de transitievergoeding in strijd was met goed werkgeverschap. Volgens het Scheidsgerecht was de werkgever daarom verplicht de arbeidsovereenkomst op te zeggen en een transitievergoeding aan werknemer te betalen.

Op 28 maart 2019 heeft ook de kantonrechter te Den Haag geoordeeld dat dat het slapend houden van een arbeidsovereenkomst om te voorkomen de transitievergoeding te betalen in strijd is met goed werkgeverschap (artikel 7:611 BW). De rechter legt de volgende feiten/omstandigheden aan dit oordeel ten grondslag:

  • De Compensatieregeling is definitief;
  • De bedoeling van de wetgever;
  • Werknemer had geen zicht op werkhervatting gezien de medische (eind)situatie en de functie van werknemer (statutair directeur). Daardoor was de arbeidsovereenkomst feitelijk een “lege huls” geworden;
  • Werkgever had geen/onvoldoende financieel belang bij instandhouding van de arbeidsovereenkomst. De werkgever had ook niet aangevoerd dat hij de transitievergoeding niet kon voorschieten.

Volgens de rechter was het in deze zaak in strijd met het goed werkgeverschap het slapende dienstverband in stand te houden. In andere zaken heeft de kantonrechter geoordeeld dat het slapend houden van het dienstverband niet ernstig verwijtbaar was. 


Prejudiciële vragen aan de Hoge Raad

Aangezien er onderlinge tegenstrijdige uitspraken zijn over het beëindigen van slapende dienstverbanden en de maatschappelijke behoefte aan duidelijkheid heeft de Rechtbank Limburg prejudiciële vragen gesteld aan de Hoge Raad. Deze gaan over de vraag of een werkgever een redelijk voorstel van een werknemer tot beëindiging van het slapende dienstverband moet accepteren op grond van goed werkgeverschap (artikel 7:611 BW). De verwachting is dat de Hoge Raad binnen een half jaar antwoord zal geven. Daarna zal de Limburgse rechtbank met inachtneming van de antwoorden van de Hoge Raad beslissen.  Wij houden de ontwikkelingen in de rechtspraak bij en zullen daarover blijven communiceren.

Onze bedrijfsjurist Peter
Contact

Advies nodig of vragen?

Peter en de andere bedrijfsjuristen helpen je graag verder