Coronacrisis: personeel collegiaal uit- en inlenen, hoe werkt dat precies?

Wetten en regels uitgelegd; extra regelgeving voor chauffeurs

19-11-2020  Elkaar helpen kan ook op personeelsgebied. Als het werk bij de ene werkgever stilvalt, kan bij een andere werkgever juist een vergrote behoefte aan personeel zijn ontstaan. Magazijnmedewerkers, vakkenvullers, chauffeurs en schoonmakers werken tijdens de coronacrisis keihard, dus de mogelijkheid bestaat dat er tekorten gaan ontstaan door het vele werk en uitval van medewerkers. Werkgevers in de evenementenbranche of in de horeca hebben juist minder of geen werk voor hun personeel. Dan kan het soms handig zijn om, in onderling overleg met je personeel, mensen tijdelijk uit of in te lenen. We leggen graag uit met welke wetten en regels je dan rekening moet houden. Let op: voor chauffeurs is extra wet- en regelgeving van toepassing.  

De coronacrisis heeft ook consequenties voor de personeelsbezetting van handels- en productiebedrijven. Heb je tijdelijk uitval van werk, dan treed je in overleg met je personeel en geef je aan dat je gebruik wil maken van de optie van collegiale uitleen. Je zoekt een collega-bedrijf waar tekorten zijn en komt met elkaar tot een overeenkomst. Bij voorkeur is dit een bedrijf in de buurt met overeenkomende werkzaamheden en een vergelijkbare cultuur en werkomgeving. Bij het vinden van bedrijven kun je ook het platform Compose gebruiken. Het is allereerst van belang dat de werknemer in kwestie instemt met de uitlening en dat je de afspraken met de inlener goed vastlegt in een overeenkomst voor collegiale in- en uitleen. In sommige gevallen zijn afspraken over uit- en inlenen in de cao vastgelegd; handig om dat van te voren na te gaan. Zolang het elkaar helpen zonder winstoogmerk plaatsvindt, gelden de onderstaande regels.

NOW en collegiale uitleen

De tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid (NOW) is een regeling waarbij werkgevers die een omzetdaling van minstens 20 procent hebben, gedeeltelijk worden gecompenseerd voor de loonkosten. In onze Q&A over de NOW vind je veelgestelde vragen en antwoorden over de NOW 1.0, NOW 2.0 en NOW 3.0. Onder de NOW-regeling is collegiale uitleen toegestaan als dat gebeurt bij wijze van hulpbetoon zonder winstoogmerk (tegen maximaal de loonkosten en een kleine opslag). Let er dus op dat je geen kosten voor de uitleen in rekening brengt, omdat dit gevolgen kan hebben voor het recht op en de hoogte van de NOW-subsidie. Het omzetverlies is namelijk bepalend voor het recht op en de hoogte van de subsidie. Door het in rekening brengen van kosten voor de uitleen, genereer je extra omzet. Dit kan leiden tot een daling van de omzet onder de 20 procent, waardoor geen aanspraak meer bestaat op de NOW-regeling.

Registratie bij de Kamer van Koophandel is niet verplicht bij deze vorm van uitlenen. De Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Waadi) is namelijk niet van toepassing als de arbeidskrachten ter beschikking worden gesteld bij wijze van tijdelijke collegiale uitleen zonder winstoogmerk. Als de uitlener wel kosten in rekening brengt, dan geldt deze uitzondering niet en is registratie wel verplicht.

CUI-overeenkomst

In de Collegiale Uit- en Inleenovereenkomst (CUI-overeenkomst) leg je de afspraken vast die zien op de collegiale uitleen tussen de uitlener, de inlener en de werknemer. Hierbij moet je denken aan zaken als de te vervullen functie (bij voorkeur met een omschrijving van de werkzaamheden), werkafspraken, de duur van de uitlening en instemming van de werknemer met de uitlening. De inlener en de collegiale uitlener maken afspraken over de tegenprestatie van de inlener. Deze tegenprestatie bestaat in ieder geval uit de salariskosten en mogelijk ook een klein bedrag aan andere kosten, zoals bijvoorbeeld administratiekosten. Ook maken beide partijen afspraken over de betaling. Uiteindelijk is de overeenkomst maatwerk en hangt de inhoud van de specifieke omstandigheden af. Leden van evofenedex kunnen een modelovereenkomst opvragen bij de bedrijfsjuristen via bedrijfsjuristen@evofenedex.nl.

Extra eisen bij chauffeurs

Voor collegiale uit- en inleen van chauffeurs binnen het beroepsvervoer gelden een aantal extra voorwaarden, op grond van de Regeling wegvervoer goederen (artikel 13 lid 2):

  1. het bedrijf dat de chauffeur uitleent aan de beroepsvervoerder is zelf ook in het bezit van een Eurovergunning;
  2. de chauffeur kan een verklaring van dienstbetrekking tonen;
  3. de chauffeur wordt zonder winstoogmerk en bij wijze van hulpbetoon
     ter beschikking gesteld door het andere bedrijf;
  4. de inleen vindt plaats voor beperkte tijd (maximaal 6 weken).

Let op: deze voorwaarden gelden als een beroepsvervoerder een chauffeur wil uitlenen aan een andere beroepsvervoerder. Als een eigen vervoerder een chauffeur wil uitlenen aan een beroepsvervoerder kan dat niet zo maar. De uitzondering van collegiale uitleen is hier namelijk niet van toepassing, omdat de eigen vervoerder vaak niet in het bezit is van een Eurovergunning. Uitleen in deze situatie kan alleen als de eigen vervoerder de volgende stappen doorloopt:

  1. Aan de Kamer van Koophandel melden dat je niet-bedrijfsmatig arbeidskrachten ter beschikking stelt aan een derde. Dat kan via dit vragenformulier. Vul bij 'Je vraag' in: ‘Bij deze maak ik er melding van dat mijn bedrijf niet-bedrijfsmatig arbeidskrachten ter beschikking stelt’. Vermeld je naam, je bedrijfsnaam én je KvK-nummer.
  2. Bij de KIWA een aanwijzingsbeschikking aanvragen dat je tijdelijk werknemers ter beschikking stelt aan een derde, met daarbij overlegging van het bewijs van de registratieverplichting bij de Kamer van Koophandel.
  3. Als je de aanwijzingsbeschikking van de KIWA hebt ontvangen, moet je een verklaring van terbeschikkingstelling invullen waarin ook het NIWO-nummer van de beroepsvervoerder wordt vermeld. Alleen met deze verklaring mag de chauffeur werken voor de beroepsvervoerder.

Arbo-verantwoordelijkheid

De arbo-verantwoordelijkheid voor de veiligheid en gezondheid van de ingeleende werknemer ligt deels bij de inlener en deels bij de uitlener. Hierbij geldt het volgende:

  • bij ziekte: de inlenende werkgever hoeft de ingeleende kracht niet te begeleiden bij ziekte. Ook hoeft hij het loon niet door te betalen. De uitlenende werkgever en het UWV zijn hiervoor verantwoordelijk;
  • bij ongevallen: de inlenende werkgever is verantwoordelijk voor de gezondheid en veiligheid van de ingeleende werknemer als deze onder zijn leiding en toezicht werkt. Het bedrijf moet ingeleende krachten behandelen alsof het zijn eigen werknemers zijn en moet voor een goede en veilige werkomgeving zorgen.

Aansprakelijkheid

Omdat de inlenende werkgever toezicht houdt op de uitvoering van de werkzaamheden, is deze werkgever vaak aansprakelijk voor eventueel letsel of andere schade die ontstaat tijdens de uitvoering van de werkzaamheden. In het algemeen zal een werkgever hiervoor een bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering met werkgeversdekking hebben afgesloten. Deze verzekering dekt schade die zijn eigen werknemers, maar ook de door hem ingehuurde inleenkrachten, mochten berokkenen aan derden.

Als de inleenkracht schade toebrengt aan het inlenende bedrijf, dan kan dit bedrijf deze schade niet verhalen op het uitlenende bedrijf. De schade is immers ontstaan onder toezicht van het inlenende bedrijf. De inlener kan de schade ook niet op de inleenkracht zelf verhalen. Die geniet in dat opzicht dezelfde bescherming als eigen werknemers. Alleen bij opzet of bewuste roekeloosheid van de arbeidskracht kan de schade op hem persoonlijk verhaald worden. Maar hiervan is niet snel sprake, omdat de lat voor dit bewijs hoog ligt.

Compose

Via het platform Compose kunnen evofenedex-leden met vraag naar en aanbod van personeel elkaar vinden en personeel collegiaal aan elkaar uitlenen. Lees in dit artikel meer over hoe je via dit platform efficiënt en zonder kosten personeel kunt uitwisselen.

Rogier evofenedex
Contact

Vragen over corona?

Rogier helpt je graag verder