Coronavirus: leveringsproblemen door corona: overmacht?

De regels van het Duitse recht toegelicht

19-03-2020  Als gevolg van de uitbraak van het coronavirus ondervinden ondernemingen problemen bij het nakomen van hun leververplichtingen, en distributieketens raken verstoord. Is een schending van leververplichtingen ten gevolge van het coronavirus een geval van overmacht onder het Duitse recht? En in welke gevallen bestaat er een recht op aanpassing of beëindiging van het contract?

Vooral bij internationale zakelijke relaties (het product wordt gekocht uit Duitsland of geleverd naar Duitsland) doet zich de vraag voor: voor wiens rekening komen de kosten van vertraagde of uitblijvende levering: kan de leverancier zich op overmacht beroepen? Zo ja, kan de leverancier (voorlopig) zijn prestatie opschorten zonder schadevergoeding te riskeren? Of is de leverancier aansprakelijk voor vertraagde of uitblijvende levering en daarmee schadeplichtig? Dergelijke vragen doen zich in alle schakels van een distributieketen voor. Ondernemers vragen zich af of zij zich op overmacht kunnen beroepen omdat zij hun leververplichtingen niet kunnen nakomen omdat ze zelf niet beleverd worden.

Onafwendbare gebeurtenis

Volgens de Duitse Hoge Raad, het Bundesgerichtshof (BGH), gaat het bij overmacht om een "van buiten komende, niet in verhouding tot de bedrijfsvoering staande en ook met inachtneming van uiterste zorgvuldigheid niet afwendbare gebeurtenis." Bij de vraag of een schending van leververplichtingen ten gevolge van corona een geval van overmacht is, zijn - zoals dikwijls - de specifieke omstandigheden van het geval beslissend. Het belangrijkste aanknopingspunt vormt de inhoud van het contract: zijn er regelingen opgenomen over overmacht, dan zijn die maatgevend.

Als de overeenkomst een overmachtsbepaling kent, moet die worden uitgelegd volgens het op de overeenkomst toepasselijke recht. Als de bepaling epidemieën, pandemieën, ziekte of quarantaine als gevallen van overmacht aanduidt, bestaat er gerede kans dat de leverancier die te laat of niet levert, zich met succes op overmacht beroepen kan. Hetzelfde geldt als de overmachtsbepaling overheidsbesluiten of waarschuwingen omvat en men daarvan bewijs kan overleggen.

Als de overmachtsbepaling niet uitdrukkelijk rept van situaties waarin het voorkomen van corona te rangschikken valt, slaagt een beroep op overmacht niet eenvoudig. Immers, de andere partij kan beargumenteren dat partijen uitdrukkelijk niet deze specifieke gebeurtenis hebben willen duiden als overmacht; anders had men dat wel opgenomen.

Weens Kooprecht voordeliger voor de leverancier

Als de overeenkomst geen overmachtsbepaling kent, wordt de vraag naar overmacht beantwoord door het toepasselijke recht. Als partijen Duits recht hebben afgesproken, dan is in beginsel (bij internationale koop) het Weens Kooprecht van toepassing, en aanvullend het Duits recht. Let wel: behalve als de toepasselijkheid van Weens Kooprecht uitdrukkelijk is uitgesloten (wat nogal eens voorkomt).

Het Weens Kooprecht regelt in artikel 79 dat een partij niet aansprakelijk is voor een tekortkoming in de nakoming van een van haar verplichtingen, als zij aantoont dat de tekortkoming werd veroorzaakt door een verhindering die buiten haar macht lag en dat van haar redelijkerwijs niet kon worden verwacht dat zij bij het sluiten van de overeenkomst met die verhindering rekening zou hebben gehouden of dat zij deze of de gevolgen ervan zou hebben vermeden of te boven zou zijn gekomen.

Deze verstrekkende bepaling is voordelig voor de leverancier. Indien Weens Kooprecht toepasselijk is, is er een goede kans dat men zich op overmacht kan beroepen. Wel moet aangetoond worden dat de levering als gevolg van corona vertraagd is of achterwege is gebleven. Daarmee wordt de aansprakelijkheid voor de tekortkoming opgeheven.

De volgende vraag is dan of en hoe de overeenkomst wordt voortgezet. Het Weens Kooprecht zwijgt daarover, en dan komt Duits recht in beeld.

Duits recht: onmogelijkheid of gewijzigde omstandigheden?

Als er sprake is van een (tijdelijke subjectieve) onmogelijkheid ("Unmöglichkeit") wordt de leverancier (tijdelijk) vrijgesteld van zijn verplichting tot leveren; de koper hoeft de koopsom niet te voldoen. Eventuele schadevergoeding staat hierbuiten: indien de koper aantoont dat de wanprestatie berust op nalatigheid of opzet van de verkoper, kan de koper schadevergoeding verlangen. Een overheidsbesluit dat de productie in de weg staat, is een voorbeeld van deze onmogelijkheid.

Corona kan ook een geval van gewijzigde omstandigheden ("Störung der Geschäftsgrundlage") zijn. In zo'n geval kan dat betekenen dat het contract wordt aangepast of beëindigd. Een partij kan verlangen dat een contract wordt aangepast als de omstandigheden die tot de kernelementen van de verschuldigde prestatie behoren na contractsluiting ingrijpend zijn gewijzigd, en als partijen - als zij de wijziging hadden voorzien - het contract geheel niet of anders hadden opgesteld. Als de betreffende gebeurtenis behoort tot de risicosfeer van een bepaalde partij, kan deze partij er zich niet op beroepen dat het contract gewijzigd moet worden.

Nederlands recht?

Als het Nederlands recht van toepassing is (solitair dan wel in aanvulling op Weens Kooprecht) kennen we ook de ‘onmogelijkheid’ en de ‘gewijzigde omstandigheden’; in dat geval kan in beginsel buitengerechtelijke ontbinding worden gevorderd dan wel aan de rechter worden verzocht de gevolgen van de overeenkomst aan te passen. Gelet op de rol van redelijkheid en billijkheid naar Nederlands recht (die in het Duitse recht slechts een ondergeschikte rol speelt) valt in Nederland een ruimhartiger toepassing te verwachten.

De bron van dit artikel is www.hollandrecht.nl.

Rogier evofenedex
Contact

Vragen over het coronavirus?

Rogier helpt je graag verder