05-11-2015  De Commissie Transport Gevaarlijke Goederen (CTGG) kaart de problematiek rondom het verrichten van handelingen met gevaarlijke stoffen door bemanningsleden aan bij de ‘Working Party on the transport of dangerous goods (WP.15) van de Unece in Genève.

De CTGG neemt deze stap omdat er op nationaal niveau geen overeenstemming kon worden bereikt over de problematiek.

Interpretatie

De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) heeft eerder dit jaar bedrijven erop gewezen dat de bemanning van een voertuig dat gevaarlijke stoffen vervoert geen handelingen met gevaarlijke stoffen mag verrichten. Daarbij interpreteert de ILT dat de Wet vervoer gevaarlijke stoffen (Wvgs) van toepassing is vanaf het moment dat de bemanning van een vrachtauto met gevaarlijke stoffen de standplaats verlaat tot het moment dat de bemanning daar is teruggekeerd.

Vervoersovereenkomst

Deze interpretatie van ILT leidt in de praktijk tot onwenselijke situaties omdat een opgeleide ‘delivery specialist’ op het terrein van de ontvanger geen handelingen met gevaarlijke stoffen meer zou mogen verrichten. De CTGG stelt dat het de bemanning van een transporteenheid vrij staat, ná het transport, te doen of te laten wat zij wil, met inachtneming van regelgeving, zoals het Activiteitenbesluit. In de ogen van de CTGG wordt de vervoersovereenkomst na ontvangst van de goederen krachtens de AVC (Algemene Vervoerscondities) juridisch beëindigd. Zonder actieve vervoersovereenkomst valt de bemanning buiten de reikwijdte van de Wvgs.

Europees traject

De International Road Transport Union (IRU) heeft op verzoek van de CTGG de problematiek geagendeerd voor de eerstvolgende vergadering van de WP.15. Zodra de uitkomst van het Europese traject duidelijk is, meldt EVO dit op haar website. In de tussentijd kunnen EVO-leden die door de interpretatie van de inspectiedienst tegen problemen aanlopen zich melden bij EVO-Ledenservice, telefoon 079 3467 346, e-mail ledenservice@evo.nl.