Overmacht of onvoorziene omstandigheden: wanneer kun je er een beroep op doen?

Leestijd 10 minuten

17-09-2020  In de volksmond wordt ‘overmacht’ gebruikt om aan te duiden dat je geen invloed hebt op een bepaalde situatie of ontwikkeling. Het coronavirus is niet veroorzaakt door de partijen in de handelsketen en deze hebben de overheidsmaatregelen niet genomen. Het ligt voor de hand dat de gevolgen van de coronamaatregelen zijn aan te merken als overmacht. Juridisch ligt het echter iets lastiger.

Naar Nederlands recht1 spreken wij van overmacht als een partij tekortschiet in de nakoming van haar verplichtingen, maar dit niet aan deze partij kan worden toegerekend. Een tekortkoming kan worden toegerekend op basis van schuld, maar ook omdat partijen dat zo hebben afgesproken. Of omdat het in de wet staat of omdat wij als maatschappij vinden dat de tekortkoming voor risico van de tekortschietende partij komt (artikel 6:75 Burgerlijk Wetboek). Het gaat dus niet alleen om de vraag of de coronamaatregelen buiten de invloedsfeer van een partij liggen. Als een debiteur facturen niet kan betalen door de coronacrisis, dan rechtvaardigt dit geen beroep op overmacht. Betalingsproblemen komen standaard voor rekening van de schuldenaar, ook als die problemen zijn ontstaan door een situatie buiten zijn macht. Ik zou dit willen doortrekken naar het stellen van een bankgarantie, een Letter of Credit of misschien zelfs tot het sluiten van een goederenverzekering. Ook dit is allemaal een kwestie van financiering.

Wie door overmacht wordt belemmerd in de nakoming van zijn verplichtingen, kan niet worden veroordeeld tot levering of betaling van schadevergoeding. De overeenkomst blijft echter wel bestaan. Als leveranciers een beroep doen op overmacht, moet je nagaan of je de producten op een later moment nog wel wilt ontvangen. Wil je dit niet, dan kun je de overeenkomst – ondanks de overmacht – ontbinden (artikel 6:265 Burgerlijk Wetboek).

Nakoming feitelijk onmogelijk

Voor een succesvol beroep op overmacht moet het feitelijk onmogelijk zijn de overeengekomen verplichtingen na te komen. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als grenzen gesloten zijn of als er geen exportvergunningen worden afgegeven. Dat nakoming bezwaarlijker is geworden, kan geen basis vormen voor een beroep op overmacht. Een partij kan zich dan ook niet verweren met overmacht als zij producten door de coronamaatregelen weliswaar kan leveren, maar deze niet bij haar gebruikelijke leverancier kan inkopen of daarvoor nu een veel hogere prijs moet betalen. En een koper zal gewoon moeten afnemen, óók als hij door de crisis niets meer aan de producten heeft.

In een zaak die diende voor de Rechtbank Amsterdam, probeerde vastgoedhandelaar Metroprop met een beroep op overmacht onder een vastgoedtransactie uit te komen. Door de coronacrisis zou het voor hem onmogelijk zijn de financiering rond te krijgen. De rechtbank wees het beroep op overmacht af door te bepalen dat dit een omstandigheid is die voor risico van Metroprop komt.2

In handelscontracten en leveringsvoorwaarden zijn vaak bepalingen opgenomen over ‘force majeure’. Daarmee kan worden afgeweken van de wettelijke regeling. Het is dus van belang na te gaan of het contract regelt wanneer er sprake is van overmacht, wat de gevolgen hiervan zijn en wat er van partijen wordt verwacht.

Onvoorziene omstandigheden

Bij het sluiten van een contract bestaat een zeker evenwicht. Daar vinden partijen elkaar. De coronacrisis heeft in veel handelsrelaties het evenwicht flink verstoord. Een producent wordt wellicht geconfronteerd met schaarste op de markt van zijn grondstoffen, een handelaar krijgt extra kosten voor zijn kiezen en een afnemer ziet de vraag op zijn afzetmarkt afnemen. Dit is allemaal op zichzelf nog geen reden voor een rechter zich te mengen in de contractuele verhoudingen. Het contract is in principe heilig. Als het echt uit de pas gaat lopen en onaanvaardbaar wordt, kan een beroep op aanpassing van het contract door een rechter uitkomst bieden. Als onvoorziene omstandigheden maken dat ongewijzigde nakoming redelijkerwijs niet meer kan worden verwacht, kan de rechter een contract wijzigen (artikel 6:258 BW).

De enorme omvang en impact van COVID-19 had niemand zien aankomen. De coronacrisis is een onvoorziene omstandigheid. Dit wordt breed gedragen; zo blijkt ook uit het handjevol uitspraken dat sinds het uitbreken van de crisis is gewezen. Belangrijk aandachtspunt is wel dat dit geldt voor contracten die zijn gesloten vóór half maart 2020 of misschien wel iets daarvoor. Voor contracten die daarna zijn gesloten, zal dit in de meeste gevallen anders liggen.

Het is niet eenvoudig een rechter te overtuigen zich te mengen in de contractuele verhoudingen. Uit de financieel-economische crisis leerden wij dat prijsschommelingen tot het ‘ondernemersrisico’ behoren, ook als deze het gevolg zijn van onvoorziene omstandigheden. Dit zal nu niet anders zijn. Het nadeel moet het normale ondernemersrisico te boven gaan. Je kunt daarbij denken aan grote financiële of bedrijfseconomische problemen, het niet meer rendabel kunnen exploiteren van fabrieken of op het randje van faillissement komen te verkeren.3

Met de billen bloot

Wie een gang naar de rechter overweegt, zal moeten bedenken dat hij flink met de billen bloot moet. Vitesse heeft dit recent ondervonden. De voetbalclub vroeg om een tijdelijke huurverlaging, onder meer op grond van deze onvoorziene omstandigheden. De rechter was van oordeel dat er wel sprake was van onvoorziene omstandigheden, maar tot een aanpassing van de huur kwam het niet. Volgens de rechter ontbrak namelijk iedere onderbouwing van het gestelde omzetverlies, terwijl ook geen aandacht was besteed aan besparingen als gevolg van de beperkingen door de coronacrisis.

Contractuele afspraken kunnen van invloed zijn op de risicoverdeling. Je kunt denken aan zogeheten hardship clausules die specifiek de impact van onvoorziene omstandigheden regelen, maar ook aan garanties en regelingen die partijen het recht geven zich terug te trekken. Dit soort clausules doet geen afbreuk aan de toepassing van artikel 6:258 BW, maar kan de uitkomst wel beïnvloeden.

Hierbij een voorbeeld uit de overnamepraktijk: een internationaal actieve onderneming in springpaarden was flink geraakt door de coronacrisis. Flinke pech voor de Nederlandse koper die net een letter of intent had getekend voor de overname van de helft van de aandelen. Hij kon nog onder de transactie uit, maar alleen onder betaling aan de Amerikaanse verkoper van een contractuele break-up fee van 30 miljoen euro. Dat weigerde de koper en hij beriep zich onder meer op onvoorziene omstandigheden. De rechtbank oordeelde dat de break-up fee moest worden betaald. Deze was nu net bedoeld om in zeer uitzonderlijke situaties te kunnen weglopen van de deal tegen betaling van een vast bedrag. Een eigen risicoverdeling dus, die zou worden uitgehold als de rechtbank zou ingrijpen.4

Als de rechtbank oordeelt dat er aanleiding is voor een aanpassing van het contract, moet het nadeel worden verdeeld tussen de betrokken partijen op een manier die het meest recht doet aan de situatie. De rechtbank zal dan rekening houden met de oorspronkelijke risicoverdeling, maar ook met de aard van het contract en de praktische gevolgen. Daarin is veel denkbaar: een tijdelijke ontheffing uit een leveringsverplichting, een tijdelijke prijsverlaging, een wijziging van de plaats van levering of zelfs een volledige ontbinding van de overeenkomst.

De coronacrisis levert op zichzelf geen overmacht op. Als het nakomen van verplichtingen feitelijk onmogelijk is, kan een beroep op overmacht slagen. De coronacrisis was onvoorzien, maar slechts in uitzonderlijke situaties zal een rechter aanleiding zien om contractuele verplichtingen aan te passen. Het verdient eigenlijk altijd de voorkeur de uitdagingen in de handelsketen gezamenlijk aan te pakken. Voor je in overleg treedt, is het natuurlijk wel zaak je onderhandelingspositie goed in kaart te brengen. Wat staat er in het contract, hoe groot zijn de gevolgen voor partijen en ben je bereid in een openbare juridische procedure volledige openheid van zaken te geven?

Dit artikel is geschreven door Jurgen Kappert. Hij is advocaat bij Eager Lawyers in Utrecht en gespecialiseerd in (internationale) handel en logistiek.

Voetnoten

1. In deze bijdrage wordt uitgegaan van toepasselijkheid van het Nederlands recht. De principes van ‘force majeure’ en ‘hardship’ zijn terug te vinden in de meeste rechtsstelsels. Er zijn echter ook verschillen. Voor het bepalen van je positie is het van belang eerst vast te stellen welk recht van toepassing is.
2. Rechtbank Amsterdam, 20 mei 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:2647 (‘Metroprop / Coltavast’), overweging 4.5.
3. Deze voorbeelden zijn ontleend aan de Rechtbank ’s Gravenhage 24 augustus 2011, ECLI:NL:RBSGR:2011:BT2510 (‘RWE / Ten Cate’) waarin Ten Cate zonder succes verzocht om aanpassing van het contract op grond van onvoorziene omstandigheden.
4. Rechtbank Amsterdam (Netherlands Commercial Court), 29 april 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:2046.

Rogier evofenedex
Contact

Vragen over corona?

Rogier helpt je graag verder