05-10-2016  Gemeente Delft ziet af van de plannen om een minimale beladingsgraad in te voeren voor voertuigen van bedrijven die de stad wilden beleveren. 

Door die maatregel wilde de gemeente de overlast van het bevoorradende verkeer in de historische binnenstad verminderen. Gesprekken tussen EVO en de gemeente hebben ervoor gezorgd dat Delft deze plannen laat varen.

Alternatieve eis

Delft had het voornemen om een beladingsgraad van 33 procent verplicht te stellen. Deze eis hield in dat minimaal het genoemde percentage van de vervoerde lading voor de stad bestemd moest zijn. De gemeente had tevens een andere, alternatieve eis voorgesteld: minimaal 10 ‘drops’ in Delft. Het doel van deze vereisten was om de vrachten te bundelen en zo het aantal vrachtauto’s in de stad te verminderen.

Verzet

EVO heeft zich stevig verzet tegen de plannen, onder meer omdat de meeste verladers en vervoerders nu al uit economisch oogpunt genoodzaakt zijn een hoge beladingsgraad te hanteren. Toch kan het gebeuren dat het percentage voor Delft lager is. Immers, die hoge beladingsgraad geldt voor een hele rit, die meestal een hele regio omvat. Iedere inmenging in deze efficiency leidt volgens EVO tot lagere beladingsgraden.

Kostenverhoging

In andere gevallen moeten bedrijven meerdere kleinere voertuigen op pad sturen, het vervoer uitbesteden, of opereren via een distributiecentrum aan de rand van de stad. In alle gevallen zou sprake zijn van een flinke kostenverhoging. Ook druisten de plannen in tegen de landelijke ontwikkeling om emissieloos vervoer te faciliteren.

Nulmeting

EVO wil de overlast in de binnenstad samen met verladers, vervoerders en de gemeente aanpakken. Op de korte termijn resulteert dit in een nulmeting van de situatie, waarbij wordt gekeken naar de mogelijkheden om en emissieloos vervoer te stimuleren.