Overzicht van de belangrijkste wijzigingen

Leestijd: 5 minuten

02-12-2020  Op het gebied van het arbeidsrecht zal er vanaf 1 januari 2021 weer een en ander veranderen. Gelukkig wijzigt er niet zo veel als begin van dit jaar, toen de Wet arbeidsmarkt in balans (Wab) inging. Wij geven hieronder een overzicht van de belangrijkste wijzigingen.

Een aantal wijzigingen voor 2021 is nog een uitwerking van de Wab, waarvoor een latere ingangsdatum is afgesproken. Verder is er nog een aantal belangrijke wetsvoorstellen, waarvan het nog niet zeker is of deze in 2021 van kracht zullen worden.

Minimumloon per 1 januari omhoog

De brutobedragen van het wettelijk minimumloon en het minimumjeugdloon zullen zoals gebruikelijk per 1 januari 2021 stijgen. Zie voor alle leeftijden en uurlonen de tabel op de site van de Rijksoverheid. Het wettelijk brutominimumloon (WML) voor werknemers van 21 jaar en ouder bij een volledig dienstverband wordt per 1 januari 2021:

  • 1.684,80 euro bruto per maand (21 jaar en ouder);
  • 388,80 euro bruto per week (21 jaar en ouder);
  • 77,76 euro bruto per dag (21 jaar en ouder).

Onbelaste vaste reiskostenvergoeding vervalt bij thuiswerken

Deze zomer maakte de Belastingdienst bekend dat werkgevers tot en met 31 december 2020 een vaste reiskostenvergoeding onbelast mogen blijven betalen, ook als de werknemer vanwege het coronavirus (gedeeltelijk) thuiswerkt en daardoor deze kosten niet of minder maakt.  Per 1 januari 2021 vervalt deze uitzondering en mogen werknemers voor thuiswerkdagen geen onbelaste reiskostenvergoeding meer ontvangen. Alleen daadwerkelijke reisdagen mogen nog belastingvrij vergoed worden. Voor veel werknemers zal dit ertoe leiden dat een vaste reiskostenvergoeding niet meer mogelijk is, omdat er niet meer voldaan kan worden aan de voorwaarde dat een werknemer 36 weken of 128 dagen naar een vaste werkplek reist. Dit kan grote financiële gevolgen hebben. Indien niet aan de 36-weken- of 128-dagen-eis is voldaan, moet je als werkgever de reiskosten op basis van declaratie of nacalculatie vergoeden. Het is daarom van belang het (veranderde) werk- en reispatroon van de werknemers in kaart te brengen en alle vaste reiskostenvergoedingen opnieuw te onderzoeken, en een eventuele aanpassing ook tijdig aan de werknemer te communiceren. 

Adequate pensoenregeling voor payrollwerknemers

Per 1 januari 2021 hebben payrollwerknemers recht op dezelfde basispensioenregeling als personeel in gelijkwaardige functies of op een alternatief dat aan een aantal eisen voldoet.

Dit betekent in een aantal gevallen dat de payrollonderneming vanaf 2021 een pensioenregeling moet optuigen. De Wab heeft daar een aantal minimumvoorwaarden voor benoemd:

  • Geen wachttijd of drempelperiode voordat de opbouw van het pensioen begint;
  • Een voorziening voor zowel een ouderdomspensioen als een nabestaandenpensioen;
  • De collectieve werkgeverspremie bedraagt ten minste 14,6 procent van de pensioengrondslagsom van de payrollwerknemers die recht hebben op een pensioenregeling.

De kosten voor de pensioenregeling worden opgebracht door de payrollonderneming, maar kunnen doorgerekend worden aan de inlener.

Deze wijziging is nog een uitwerking van de Wab, waarvoor een latere ingangsdatum is afgesproken, zodat payrollondernemingen meer tijd hebben gehad zich voor te bereiden op deze wijziging. Het verwachte gevolg van deze wijziging is dat de kosten van payrolling verder zullen stijgen.

Compensatie transitievergoeding bij bedrijfsbeëindiging

Per 1 januari 2021 hebben kleine bedrijven die niet meer dan 24 werknemers in dienst hebben, de mogelijkheid compensatie aan te vragen voor betaalde transitievergoedingen als de onderneming is beëindigd vanwege pensionering of overlijden van de werkgever. Hiervoor geldt een aantal voorwaarden, bijvoorbeeld dat het UWV/de kantonrechter voor ten minste één werknemer toestemming heeft gegeven de arbeidsovereenkomst te beëindigen door bedrijfsbeëindiging, en dat de bruto-transitievergoeding helemaal is betaald op of na januari 2021. Zie voor de overige voorwaarden de website van het UWV.

Deze compensatie zal op dezelfde wijze als de compensatie van de vergoeding na twee jaar ziekte, aan te vragen zijn bij het UWV. Dit kan online via een digitaal formulier in het werkgeversportaal van het UWV.

Eerder was ook afgesproken dat deze compensatie ook zou gelden bij bedrijfsbeëindiging wegens ‘ziekte of gebreken van de werkgever’, maar besloten is dat dit onderdeel nog niet wordt ingevoerd. Hierbij moet het UWV namelijk toetsen of de werkgever als gevolg van ziekte of gebreken niet in staat is zijn werkzaamheden redelijkerwijs voort te zetten binnen een periode van zes maanden, en er is nog geen overeenstemming over hoe deze beoordeling zal plaatsvinden. De datum waarop kleine bedrijven deze compensatie kunnen aanvragen, is daarom nog niet bekend.

Maximale transitievergoeding 2021

De maximale transitievergoeding in 2021 is  84.000 euro (2020: 83.000 euro). Of, als het jaarsalaris van de werknemer hoger is dan 84.000 euro (in 2020: 83.000 euro), maximaal 1 brutojaarsalaris. Het maximumbedrag wordt jaarlijks aangepast aan de ontwikkeling van de contractlonen. In de Macro-Economische Verkenning is  deze ontwikkeling voor 2021 geraamd op 1,4 procent. Na afronding leidt dit voor 2021 tot een bedrag van  84.000 euro.

WW-premie en maatregel voor meer dan 30 procent overwerk

Sinds de Wab betalen werkgevers kort gezegd een lage WW-premie voor vaste contracten en een hoge WW-premie voor flexibele contracten. De WW-premies zullen in 2021 iets lager zijn: de lage WW-premie bedraagt 2,70 procent (2,94 procent in 2020) en de hoge WW-premie 7,70 procent (7,94 procent in 2020).

Op grond van de Wab moet een werkgever met terugwerkende kracht de hoge WW-premie betalen als blijkt dat een werknemer met een vast arbeidscontract voor gemiddeld minder dan 35 uur per week, in een kalenderjaar meer dan 30 procent in uren heeft overgewerkt. Door de coronacrisis is voor 2020 een uitzondering gemaakt en hoeft geen enkele werkgever voor deze situatie met terugwerkende kracht de hoge WW-premie te betalen. Ook in 2021 zal in bepaalde sectoren nog veel overwerk nodig zijn (denk aan de zorg) Daarom heeft minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangekondigd dat ook in 2021 op deze grond geen herziening zal plaatsvinden. Je hoeft dus als werkgever geen verhoging van de lage WW-premie toe te passen bij meer dan 30 procent overwerk.

Vrije ruimte werkkostenregeling omlaag

Het percentage van de vrije ruimte boven de  400.000 euro van het fiscale loon wordt in 2021 verlaagd van 1,2 procent naar 1,18 procent. De vrije ruimte is het deel van de totale loonsom dat je als werkgever kunt gebruiken voor onbelaste vergoedingen en verstrekkingen aan werknemers.

De vrije ruimte voor het fiscale loon tot en met 400.000 euro zal in 2021 weer 1,7 procent zijn. Door de coronacrisis is dit percentage in 2020 tijdelijk verhoogd naar 3 procent.

Ingangsdatum vast aanbod oproepkrachten

Op grond van de Wab is het verplicht om aan oproepkrachten die twaalf maanden op oproepbasis hebben gewerkt een aanbod te doen voor een vaste arbeidsomvang. Dit aanbod moet zijn gebaseerd op het gemiddelde aantal gewerkte uren in de voorgaande twaalf maanden. De oproepkracht heeft vervolgens een maand de tijd dit aanbod te accepteren. In de Verzamelwet SZW 2021 is opgenomen wanneer deze vaste arbeidsomvang moet ingaan als de oproepkracht dit accepteert: uiterlijk op de eerste dag nadat twee maanden zijn verstreken na de twaalf maanden waarover de gemiddelde arbeidsduur is berekend. Dit was nog niet geregeld in de Wab.

Een voorbeeld. Een oproepkracht werkt vanaf 1 februari 2021 op grond van een 0-urencontract. De werkgever moet in de maand februari 2022 een aanbod doen voor een vast aantal uren per periode. De oproepkracht heeft een maand de tijd dit aanbod te accepteren en doet dit. De berekende vaste arbeidsomvang gaat vervolgens uiterlijk op 1 april 2022 in. Deze wetswijziging treedt op 1 juli 2021 in werking.

Pilot webmodule zzp en handhaving Belastingdienst

Het ministerie van Financiën begint rond 11 januari 2021 een pilot met de zogenoemde webmodule om beter vast te kunnen stellen of een zzp’er zijn werkzaamheden buiten dienstverband, dus als zelfstandige, verricht. Dit blijkt uit de brief van 16 november 2020 van minister Koolmees. Deze pilot van zes maanden zou eigenlijk al dit najaar van start zijn gegaan. Door deze vertraging zal de Belastingdienst pas op zijn vroegst na evaluatie van de pilot, vanaf oktober 2021, de Wet DBA (Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties) volledig handhaven. Dit betekent dat de Belastingdienst tot oktober 2021 alleen zal handhaven bij kwaadwillendheid of als opdrachtgevers de gegeven aanwijzingen, zoals bijvoorbeeld de arbeidsrelatie als dienstbetrekking te verwerken in de loonaangifte, niet opvolgen binnen redelijke termijn (meestal drie maanden).

Wetsvoorstel Verandering koppeling AOW-leeftijd aangenomen

Het Wetsvoorstel Verandering koppeling AOW-leeftijd is onlangs aangenomen door de Tweede Kamer. Dit wetsvoorstel vervangt de huidige één-op-één-koppeling tussen de AOW- en pensioenrichtleeftijd en de gemiddelde levensverwachting door een zogenoemde tweederde-koppeling. Dit houdt in dat de AOW-leeftijd met acht maanden  in plaats van één jaar stijgt, als de levensverwachting met een jaar toeneemt. De Eerste Kamer moet nog stemmen over dit wetsvoorstel.

Voorstel loondoorbetaling zieke AOW’er van 13 naar 6 weken

Vanaf 1 april 2021 zal de loondoorbetalingsverplichting bij ziekte van een werknemer die de AOW-gerechtigde leeftijd al heeft bereikt, naar verwachting minder lang zijn. Het is de bedoeling dat de termijn van dertien naar zes weken zal gaan. Bij wijze van overgangsregeling is in 2016 bepaald dat de periode van loondoorbetaling bij ziekte voor AOW-gerechtigden dertien weken bedraagt in plaats van de wettelijk bepaalde zes weken. Onlangs heeft minister Koolmees voorgesteld om het overgangsrecht per 1 april 2021 te beëindigen. Hij heeft hiervoor een (ontwerp)besluit naar de Tweede Kamer gestuurd. Dit heeft ook tot gevolg dat het opzegverbod tijdens ziekte voor werknemers die de AOW-leeftijd hebben bereikt, zes weken zal zijn.

Wetsvoorstel RIV-toets

Met het wetsvoorstel RIV-toets UWV door arbeidsdeskundigen wordt geregeld dat het medisch advies van de bedrijfsarts over de belastbaarheid van de werknemer leidend wordt bij de toetsing van het re-integratieverslag (RIV-toets) door het UWV. Als de werkgever en de werknemer de reïntegratie-inspanningen hebben gepleegd die passen bij het medisch advies van de bedrijfsarts, zou een RIV-toets door het UWV niet meer mogen leiden tot een sanctie. Het is de bedoeling dat deze wet per 1 september zal in gaan.  

Onze bedrijfsjurist Peter
Contact

Advies nodig of vragen?

Peter en de andere bedrijfsjuristen helpen je graag verder