Douanedocumenten bij uitvoer

Hoe doe je aangifte en welke regelingen gebruik je daar voor?

01-11-2019  Een flink deel van het douanewetboek van de Unie (DWU) behandelt ‘goederen die het douanegebied van de Europese Unie’ verlaten. In de volksmond hebben wij het dan over uitvoer of export. Uitvoer is in het DWU een douaneregeling ‘waaronder goederen overeenkomstig het wetboek kunnen worden geplaatst’. Het woord ‘kunnen’ is in dit geval een verplichting: je moet iets met de douane regelen voordat de goederen de EU-grens over mogen.

Wat er precies met de douane kan en geregeld mag worden, hangt af van de status van de goederen en wat daarmee gebeurt nadat ze de grens gepasseerd zijn. Hierbij zijn diverse scenario’s mogelijk. De grootste gemene deler is het doen van een douaneaangifte. De meest voorkomende mogelijkheid is definitieve uitvoer. Praktisch gezien hebben we het dan over het transporteren van goederen vanuit de EU naar een bestemming buiten de Europese Unie (EU). 

Definitieve uitvoer

In de regel is dit het gevolg van een verkooptransactie tussen een in de EU gevestigde exporteur en een buiten de EU gevestigde afnemer. Maar dat hoeft niet altijd zo te zijn. Een ondernemer kan ook zijn eigen goederen verplaatsen, en verkoper en koper hoeven ook niet per se binnen of buiten de EU gevestigd te zijn. Voor toepassing van de douanewetgeving is het vervoer van de goederen doorslaggevend. De reden waarom de goederen vervoerd worden, is minder belangrijk.

Bij ‘definitieve’ uitvoer hebben de goederen de status van ‘Unie-goederen’. Dit wil zeggen dat de goederen in de EU zijn voortgebracht of geproduceerd, of op een eerder moment al van buiten de EU zijn ingevoerd. In het laatste geval moeten alle douaneformaliteiten al vervuld en de eventuele betaling van invoerrechten al gedaan zijn. Beide soorten goederen bevinden zich in het ‘vrije verkeer’ van de EU. Na het passeren van de grens is de verwachting dat wij de goederen nooit meer terug zullen zien omdat deze in het land van bestemming ge- of verbruikt worden. Hiervoor moet een douaneaangifte gedaan worden.

Bewijsmiddel

Het doen van een douaneaangifte voor definitieve uitvoer is meestal een vrij eenvoudige formaliteit. Het eerste doel hiervan is de douane in staat te stellen eventuele controles uit te voeren. Een tweede doel is de exporteur een bewijsmiddel te verschaffen. Want bij het doen van een uitvoeraangifte hoort de verplichting de goederen ook daadwerkelijk over de grens te brengen. Als alles goed gaat, zal de douane bevestigen dat dit gebeurd is. Voor de exporteur is dit bewijs dat hij aan zijn verplichting voldaan heeft. Bovendien is het bewijs voor het correct toepassen van het BTW-nultarief dat je bij uitvoer mag hanteren.

Mochten de goederen onverhoopt toch naar de EU terugkeren, bijvoorbeeld omdat ze door de klant geweigerd zijn, dan komt de uitvoeraangifte ook nog van pas. Want voor goederen die terugkeren, moet je een invoeraangifte doen, waarbij de mogelijkheid bestaat dat de douane invoerrechten in rekening brengt. Met een correct ingevulde aangifte kan de douane vaststellen dat de goederen uit het vrije verkeer van de EU uitgevoerd zijn. Zo vermijd je een eventuele heffing van invoerrechten. Hierbij moet wel vaststaan dat het om dezelfde goederen gaat en dat deze niet langer dan drie jaar geleden uitgevoerd zijn.

Vergunning vooraf

Bij tijdelijke uitvoer bestaat wel de verwachting dat de goederen, in onbewerkte of bewerkte staat, naar de EU terug zullen keren. Een voorbeeld van goederen in onbewerkte staat zijn goederen die verhuurd of op beurzen en tentoonstellingen gebruikt worden. Hiervoor kun je een douaneaangifte doen, met weinig verschil ten opzichte van een aangifte voor definitieve uitvoer. In plaats hiervan wordt vaak gebruikgemaakt van een door de Kamer van Koophandel afgegeven ATA-carnet. Je hoeft dan bij uitvoer en bij het opnieuw invoeren geen douaneaangifte te doen. Ook douaneaangifte in het land van bestemming (en in eventuele doorvoerlanden) kan met dit document achterwege blijven.

Voor goederen die nadat ze een bewerking hebben ondergaan naar de EU terugkeren, kun je aangifte doen met gebruik van de regeling Passieve veredeling. Over het bewerkte en teruggestuurde product, dat vaak zwaarder belast is met invoerrechten dan de uitgevoerde materialen (als die op hun beurt ingevoerd zouden worden), wordt in dit geval niet het volle pond aan invoerrechten berekend. Dit gebeurt door het ‘EU-gedeelte’ niet te belasten. Hierdoor is de aangifte wel wat ingewikkelder door de eis uit het DWU dat de douane hiervoor vooraf een vergunning verleent.

Invoerrechten vermijden

Ook bij wederuitvoer worden goederen vanuit de EU over de grens gebracht. Het verschil met de voorgaande scenario’s is dat de goederen douanetechnisch al een stukje geschiedenis hebben. De term ‘wederuitvoer’ wordt gebruikt bij uitvoer van goederen die zich niet in het vrije verkeer bevinden maar in de EU onder douanetoezicht staan. In de praktijk praat je dan over goederen die geleverd worden vanuit een douane-entrepot of geproduceerd zijn onder de regeling Actieve veredeling.

Dit zijn twee douaneregelingen waarbij wel goederen van buiten de EU zijn ingevoerd maar waarbij de betaling van invoerrechten is opgeschort. Bij de regeling Douane-entrepot gaat het om opslag, bij die voor Actieve veredeling om grondstoffen of halffabricaten die ingevoerd worden met de bedoeling ze te verwerken tot (eind)producten die bestemd zijn om weer uit te voeren.

Het doel van de aangifte is feitelijk hetzelfde, de douane wil kunnen controleren en de exporteur heeft bewijsmateriaal nodig. Niet voor de BTW maar vooral om aan te tonen dat de voorafgaande douaneregelingen ‘gezuiverd’ zijn. Het niet kunnen aantonen van de uitvoer leidt ertoe dat de douane alsnog de invoerrechten gaat navorderen. De aangifte zal dan ook hier wat ingewikkelder zijn. Er moet duidelijk verwezen worden naar de voorafgaande entrepotopslag of Actieve veredeling, daarnaast heeft het DWU de verplichting dat er naast de (weder)uitvoeraangifte een aangifte voor douanevervoer gedaan moet worden.

Moeilijker zichtbaar

Entrepotopslag en Actieve veredeling zijn veel gebruikte middelen om het betalen van invoerrechten te vermijden. Het vereiste voor deze besparing is wel dat de goederen (weder) uitgevoerd worden. Als de exporteur ook de importeur van de goederen is, zal snel duidelijk zijn of er besparingen mogelijk zijn. Als de goederen binnen de EU nog verder worden verhandeld, is het wat moeilijker zichtbaar. Het kan voorkomen dat vooraan in de keten invoerrechten betaald zijn voor goederen die uiteindelijk toch de EU verlaten.

Het is uiteraard niet zo dat de importeur die de regeling Actieve veredeling toepast, de magazijnbeheerder die goederen in entrepot opslaat en de exporteur dezelfde persoon moeten zijn. Het DWU kent voldoende mogelijkheden om ook in langere ketens besparingen te realiseren, bijvoorbeeld door het zogenaamde ‘overdragen van rechten en plichten’. Mijn advies aan exporteurs die (nog) geen gebruik van deze douaneregelingen maken, is dan ook goed na te gaan of de aangekochte goederen al wat douanegeschiedenis hebben.

Dit artikel is geschreven door Bert van Leeuwen, senior customs manager bij Customs Connect Europe.

Opleiding Douaneprocedures in de praktijk

Tijdens de opleiding Douaneprocedures in de praktijk krijg je goed inzicht in de werkwijze van de douane en in de verschillende douaneprocedures.
 

Onze ledenadviseur Yoan
Contact

Vragen over internationaal ondernemen?

Yoan en de andere ledenadviseurs helpen je graag verder