Verzending ADR-consumentenproducten onder de loep

Ondanks de beste bedoelingen, valt er hier en daar nog wel wat te verbeteren

Hoe is het gesteld met de kwaliteit van zendingen consumentenproducten die gevaarlijke stoffen bevatten? Om die vraag te beantwoorden, vatten we eind vorig jaar het plan op een aantal van deze producten online te bestellen. En vervolgens onder de loep te laten nemen door twee eigen bedrijfsadviseurs op het gebied van gevaarlijke stoffen. Hun oordeel: ondanks de beste bedoelingen, valt er hier en daar nog wel wat te verbeteren.

Gevaarlijke stoffen zitten in veel meer produc­ten dan je zou verwachten. Zo zijn ze aanwe­zig in allerlei consumentenproducten: spuit­bussen, verf, consumentenelektronica en zelfs in cosmetica. Om de kans op transport­incidenten zo klein mogelijk te maken is hier­voor veel wetgeving opgetuigd, zoals het ADR, de Europese regelgeving voor het ver­voer van gevaarlijke stoffen over de weg. Denk hierbij aan verpakkings­, vervoers­ en etiketteringseisen. En hoe zit het eigenlijk met retourzendingen, als er gevaarlijke stoffen in de bestelling zitten? 

Wij waren benieuwd hoe e­-commercebedrijven in de praktijk omgaan met de ver­zending van consumentenproducten waarin gevaarlijke stoffen zijn verwerkt. We namen de proef op de som: via webshops van bekende en minder bekende bedrijven bestelde we een aantal van deze consumentenproducten, om te kijken in hoeverre de bedrijven hun bedrijfs­voering op orde hebben. De volgende artike­len werden besteld: twee gasflessen, een fles zoutzuur, twee buitenlakken, twee herenpar­fums en drie powerbanks.

Ter vergelijking zijn een paar identieke producten besteld bij ver­schillende webshops, waaronder bouwmark­ten, (online)warenhuizen, cosmeticabedrijven, verfproducenten en woonwinkels. Toen alle artikelen gearriveerd waren, stortten bedrijfs­/veiligheidsadviseurs Frank Lantink en Hans Stegeman zich op de pakketten, om te kijken of de producten ‘ADR­-proof’ verzonden wa­ren.

“Dit is materie waar menig bedrijf mee worstelt of zich misschien juist te weinig van bewust is. En dat is niet alleen het geval bij kleine mkb’ers, het speelt ook bij grote winkel­ketens”, aldus Lantink. In het algemeen geldt voor dit soort zendingen met gevaarlijke stof­fen dat ze voorzien moeten zijn van een ge­vaarsetiket en een UN-­nummer en verpakt moeten zijn in een ‘UN-­gekeurde’ (door de VN goedgekeurde) verpakking. Was dat ook het geval?

Dubieus

Allereerst de twee gasflessen, bekende attri­buten op de camping. Beide waren in goede staat en waren UN­-goedgekeurd. De twee gasflessen van 9,5 en 6 kilo werden geleverd met een label dat los aan de opening van de hals hing. Hierop waren ­ geheel correct ­ het gevaarsetiket en het UN­-nummer (vervoers­naam) afgebeeld. Maar het label was niet be­vestigd op de fles. Deze praktijk is uiterst du­bieus te noemen. Immers, in ADR 5.2.1.2 staat: “Alle kenmerken, vereist volgens dit hoofdstuk: a) moeten goed zichtbaar en leesbaar zijn; b) moeten blootstelling aan weer en wind kunnen doorstaan zonder een wezenlij­ke vermindering van doeltreffendheid.”
Het is aan te raden om de gevaarsetiketten in­clusief UN-­nummer op een verticaal stuk of de schouder van de fles te bevestigen. Onder het label was wel een gevaarsetiket op de fles ge­plakt, maar in beide gevallen ontbrak daarop het UN-­nummer. De gasflessen werden niet in een doos of een andere verpakking geleverd, geheel volgens de regels. Maar er had wel een vervoersdocument bij moeten zitten, omdat deze producten volledig onder het ADR vallen. Dit document ontbrak bij beide gasflessen.

Het zoutzuur zat verpakt in de juiste fles. In het percentage waarin het geleverd was, vier pro­cent zoutzuur, valt het niet onder het ADR, dus er was geen etikettering en kenmerking vereist. Toch was deze zending niet goed verpakt. De fles zat in een te grote kartonnen doos, zonder opvulmateriaal om te voorkomen dat de fles tijdens het transport gaat bewegen. Op de doos zelf waren op twee tegenovergestelde zijden richtinggevende pijlen (die omhoog wij­zen) aangebracht. Dit kenmerk geeft aan dat de doos rechtop moet worden gehouden van­wege een rechtopstaand product. Stegeman: “Op zich netjes, maar de doos was te klein om de fles rechtop te vervoeren. Deze lag dus in de doos en kon tijdens het vervoer en de bijbe­horende handelingen door de doos rollen, met alle risico’s van dien.”

zoutzuur
De fles zoutzuur zit in een te grote kartonnen doos, zonder opvulmateriaal dat voorkomt dat de fles tijdens het transport gaat bewegen.

 

Extra tape

Een wat steviger verpakking hadden de twee blikken buitenlak. Hier was duidelijk meer ge­daan om het bewegen van het blik tegen te gaan. In het eerste geval was er wel opvulma­teriaal aanwezig, maar niet voldoende: het blik kon nog steeds in de verpakking bewegen, wat gevaar kan opleveren (beschadiging en in het ergste geval lekkage). Het tweede blik bui­tenlak dat was besteld was daarentegen zeer goed verpakt volgens Lantink. “Het blik kon geen kant op in de verpakking. Het was zelfs ter bescherming tegen opengaan nog eens extra met tape afgeplakt. Prima dat hier extra aandacht aan is besteed.”

Voor een blik verf zoals dit kan binnen het ADR gebruikgemaakt worden van de vrijstellingsre­geling ‘gelimiteerde hoeveelheden’ (limited quantities, LQ). Het grote voordeel hiervan is dat de eisen voor vervoer en verpakking onder een lichter regime vallen: er is dan alleen LQ-­kenmerking vereist. Een dergelijke verpak­king waarin een gelimiteerde hoeveelheid zit, het blik dus, mag niet los worden vervoerd, maar moet in een extra verpakking zitten: een zogenoemde buitenverpakking. Deze karton­nen doos hoeft bij gelimiteerde hoeveelheden niet UN-­gekeurd te zijn. Het blik mag dus in een gewoon karton worden verpakt, maar het moet wel goed worden vastgezet, zodat het tijdens behandeling en transport niet kan be­wegen. De buitenverpakking moet zijn voor­zien van een LQ­kenmerk, dat in ruitvorm op de buitenverpakking moet worden aange­bracht. In beide gevallen ontbrak zo’n ken­merk op de verpakking.

etest1
Het blik verf is ter bescherming tegen opengaan nog eens extra met tape afgeplakt.

 

Tegenstrijdig

En dan de parfums. Een van die twee pakket­jes was voorzien van de juiste informatie op het gevaarsetiket, maar de afmetingen van het eti­ket klopten niet volgens Stegeman. “Wanneer de doos groot genoeg is voor een etiket van 10 bij 10 centimeter ­ en dat was het geval ­ moet dit formaat worden aangehouden. Is de doos niet groot genoeg voor dit formaat, dan mag een etiket van minstens 5 bij 5 centimeter wor­den gebruikt.” Dit laatste voorschrift (5 x 5 cm) geldt overigens alleen bij LQ-­kenmerkingen. Er stonden ook in principe correcte richtingge­vende pijlen op de doos, maar die waren te­genstrijdig met de verpakkingswijze van het parfum. “De pijlen wijzen naar boven, maar het flesje werd niet rechtop verzonden. Dit was heel goed mogelijk geweest door het product rechtop in een doos te zetten en er genoeg vulling aan toe te voegen”, aldus Lantink.

Van de drie powerbanks beschikte slechts één over een (correct) kenmerk voor lithium­batterijen. Dit was echter op de powerbank zelf aangebracht, en niet op de doos. Dat had wel gemoeten, want van buitenaf moet zicht­baar zijn dat het pakket deze batterijen bevat en dus niet aan schokken mag worden bloot­gesteld. Het kenmerk zelf was goed; ook de UN­-code stond erop. Op dit etiket stond ook een telefoonnummer, dat een Chinees num­mer bleek te zijn. Zo’n nummer hoort te leiden naar een bron die meer informatie kan ver­schaffen over de gevaarlijke stof. Hier was dat dus niet het geval. Ook waren de gebruiks­aanwijzingen in het Chinees. Stegeman: “Het mag duidelijk zijn dat het wenselijk is dat die ook in het Nederlands zijn. Natuurlijk om te weten hoe het product gebruikt moet worden, maar ook om de veiligheid te waarborgen.” Wat op elk powerbankpakket ontbrak, was de tekst ‘oververpakking’. Dit moet op elk pakket staan dat verpakt is als een verpak­king in een verpakking.

Overigens waren de powerbanks besteld bij drie afzonderlijke bedrijven, maar uiteindelijk geleverd door twee bedrijven waarvan een on­der verschillende handelsnamen opereerde.

powerbanks
Het kenmerk voor lithiumbatterijen is op de powerbank zelf aangebracht.

 

Kenmerking

Wat zijn de belangrijkste bevindingen die uit de steekproef naar voren komen?

  • In de eerste plaats: de opvulling van de dozen is niet altijd in orde. Goed opvulmateriaal is wel belangrijk, om ervoor te zorgen dat het product niet kapot kan gaan en dat het in de goede positie blijft staan.
  • In de tweede plaats: de kenmerking en etikette­ring zijn lang niet altijd juist; het gevaarsetiket ontbreekt nogal eens, en als het wel aanwezig is, is het niet altijd op de goede plaats aange­bracht en/of in het juiste formaat van 10 bij 10 of 5 bij 5 centimeter.
  • En als laatste: als er rich­tinggevende pijlen op de doos staan (soms ontbreken ze), is dit geen garantie dat de ver­pakking van het product hier ook aan voldoet: het kan net zo goed liggend verpakt zijn.

Dan rest nog de vraag: wat als de ontvanger het pakketje wil retourneren? Daarvoor moet de besteller contact opnemen met het bedrijf waar het pakketje is besteld, zo luiden de in­structies van de leveranciers. Dit bedrijf geeft de gegevens van de vervoerder door, zodat de besteller vervolgens contact kan opnemen met deze partij. Het pakketje moet namelijk met dezelfde vervoerder retour gestuurd wor­den. Voor de retourzending gelden geen spe­ciale verpakkingseisen, het kan dus gewoon op dezelfde manier gebeuren als waarop het pakketje verzonden is. Lantink: “Dus als de verzending op de heenweg niet in orde was, dan is ze dat op de terugweg ook niet. Dat is niet goed natuurlijk, maar er kan niet anders van de ontvanger verwacht worden.”

Goede bedoelingen

Wat vonden de twee bedrijfsadviseurs van de praktijken die ze waren tegengekomen? Ondanks dat niet alles in orde was, waren ze wel overtuigd van de goe­de bedoelingen van de leveranciers in kwes­tie. Alleen af en toe schort het aan de uitwer­king. Stegeman: “Het is duidelijk dat de bedrijven wel de intentie hebben aan de regel­geving te voldoen, maar in de praktijk valt er nog wel wat bij te schaven om aan de regels van onder meer het ADR te voldoen. Veel par­tijen hebben de klok horen luiden, maar weten nog niet helemaal waar de klepel hangt.” 

Dit artikel is eerder gepubliceerd in evofenedex magazine


Opleiding ADR Vervoer gevaarlijke goederen over de weg

De verplichtingen vanuit de internationale wetgeving en de verscherpte veiligheidseisen die het bedrijfsleven stelt, leggen een zware verantwoordelijkheid op de vakbekwame chauffeur. Het vervoer van gevaarlijke stoffen vraagt daarom om gespecialiseerde chauffeurs die het vervoer zorgvuldig en deskundig afwikkelen. 

Onze ledenadviseur Marjolein
Contact

Vragen over gevaarlijke stoffen?

Marjolein en de andere ledenadviseurs helpen je graag verder