Een patent idee

Hoe gaat Groasis om met octrooien, merken en licenties

De ecologische, waterbesparende technologie van Groasis wint prijzen en wordt ingezet in tientallen uitgedroogde gebieden over de hele wereld. Maar hoe goed de Waterboxx® en Growboxx® ook zijn als producten, zonder een doordachte strategie voor intellectueel eigendom zouden ze niet zo succesvol zijn. Hoe gaat Groasis om met octrooien, merken en licenties? En wat kun je daar als internationaal opererende onderneming van leren?

In de MKB Innovatie Top 100 van de Kamer van Koophandel werd Groasis in 2018 uitgeroepen tot het meest innovatieve mkb-bedrijf van Nederland. Op de foto die gemaakt is bij de uitreiking van de prijs is CEO Pieter Hoff te zien, die, in plaats van bloemen, zijn eigen product vasthoudt: de biologisch afbreekbare Growboxx, waaruit in dit geval een fruitboompje en pepers groeien. Deze Growboxx – in tientallen landen gepatenteerd en in meer dan veertig landen verkocht en gedistribueerd – wordt ingezet bij het herbebossen van grond die door menselijk toedoen gedegradeerd (minder vruchtbaar) is. De hoofddoelstelling van Groasis: bijdragen aan het oplossen van de water- en voedselschaarste en het terugdringen van de CO2-uitstoot. Bomen halen immers CO2 uit de lucht. Pieter is ambitieus. Met zijn Growboxx en de eerder ontwikkelde Waterboxx wil hij twee miljard hectare ‘man made desert’ beplanten. Een aardoppervlak van vijftig keer Nederland. Om die ambitie te kunnen verwezenlijken, is het noodzakelijk om strategisch om te gaan met intellectueel eigendom.


Verwoestijning

Pieter ontwikkelde zijn eerste ideeën voor de Waterboxx meer dan vijftien jaar geleden, toen hij nog als baas van zijn lelieveredelingsbedrijf over de wereld reisde. Bij zijn bezoeken aan kwekers in Afrikaanse, Amerikaanse en Zuid-Europese landen zag hij hoe de verwoestijning oprukte, veelal door een combinatie van slecht grondgebruik en klimaatverandering. In 2003 verkocht Pieter zijn bedrijf, riep Groasis in het leven en richtte zich hele- maal op de ontwikkeling van de Waterboxx. Jaren van experimenteren, testen en tegelijkertijd zoeken naar investeerders volgden. In 2006 vroeg Pieter patent aan op de Waterboxx, die in 2008 op de markt kwam. In 2016 kwam een doorontwikkelde en uiteraard ook juridisch beschermde versie op de markt: de Growboxx. Het ontwerp van zowel de Waterboxx als de Growboxx oogt simpel: een ronde bak van een halve meter doorsnee met in het midden een grote opening en, bij de Growboxx, daaromheen een aantal kleine openingen. De gebruiker graaft de bak half in en plant in de openingen de boom en daaromheen struiken en planten. Het bijzondere is dat de bak zo is gebouwd dat deze heel efficiënt het condenswater en de regen die erop vallen verzamelt en naar de wortels in de grond laat lekken. Zo krijgt de beplanting net voldoende water om in leven te blijven en precies dat stimuleert de wortels om dieper naar water te zoeken. Op drie meter diepte is – ook in gedegradeerde gebieden – altijd water te vinden. Is dat eenmaal binnen zes maanden bereikt, dan kan de beplanting op eigen kracht verder groeien.

Een gmelina arborea boom in de Groasis Waterboxx, dertien maanden na planten.


Papieren bak

De eerste versies van de Waterboxx waren van plastic. Toen bleek dat de Waterboxx weliswaar goed werkt, maar dat het voor arme boeren (te) lang duurt voordat ze opbrengsten krijgen uit hun geplante bomen, ontwikkelde Pieter de Growboxx, een papieren variant waar je ook oogstgewassen in kunt planten, die binnen een half jaar opbrengsten genereren. De bakken kunnen toe met heel weinig water. Bij gemiddelde irrigatiesystemen heeft een boom 15 liter per dag nodig. De producten van Groasis hoeven maar 50 milliliter per dag te hebben. Ten slotte is de Growboxx zo goedkoop mogelijk gehouden – rond de vier dollar – om zoveel mogelijk arme boeren te kunnen bereiken.


Intellectueel eigendom

Laura Witjes, manager Legal bij Groasis, vergelijkt het businessmodel van Groasis met dat van Coca-Cola. “We hebben een productiefaciliteit in Nederland, maar laten daarnaast onze producten op zoveel mogelijk plekken ter wereld in licentie produceren en distribueren. Groasis is in essentie een R&D-bedrijf, dat constant bezig is met het verder ontwikkelen van zijn producten.” Bij de oprichting van het bedrijf werd direct de strategie voor intellectueel eigendom be-paald. Laura: “Het is voor ons essentieel dat onze producten overal ter wereld identiek zijn en dezelfde hoge kwaliteit hebben. Daarnaast bewaken we dat de ‘boxxen’ niet onder een andere naam worden verkocht. Dat betekent dus: tijdig patenten en merken aanvragen, zorgvuldig contracten afsluiten en scherp toezien op de naleving van die contracten.” Gaat het wel eens fout? Laura zegt dat er soms discussie ontstaat tussen een ‘licence producer’ of distributeur en Groasis. Maar in de afgelopen tien jaar heeft er geen fraude plaatsgevonden. “Het is voor ons heel belangrijk dat er onder onze strikte voorwaarden wordt gewerkt. In de algemene voorwaarden staat bijvoorbeeld dat ‘reverse engineering’ verboden is. Je mag onze producten niet uit elkaar pulken om na te maken – daar staat een boete op. Ook is het voor distributeurs strikt verboden om onze producten onder een andere naam dan Groasis te verspreiden.” De basis voor de doorgaans goede werkrelatie tussen lokale partner en Groasis is volgens Laura het onderlinge vertrouwen: “Daar steken we veel tijd en energie in. De licentiedeals worden gesloten door Pieter Hoff persoonlijk. Hij verblijft twee tot drie dagen op locatie om te onderhandelen, het productieproces te begeleiden en te laten zien hoe je de boxxen plant. Vervolgens vindt er nog het nodige e-mailverkeer plaats. En eens in de zoveel tijd gaat hij langs ter controle. Dan ziet hij in een oogopslag hoe het er bij een partner aan toegaat. Doordat we aan het begin van het proces een basis leggen van wederzijds vertrouwen, gaat het eigenlijk altijd goed.”


Ondersteuning voor bescherming

Onderdeel van Laura’s takenpakket als manager Legal is het beheren van het octrooiportfolio. Ter ondersteuning volgde ze een workshop bij Octrooicentrum Nederland, een onderdeel van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Octrooicentrum Nederland doet de registratie van Nederlandse octrooien en geeft daarnaast onafhankelijke voorlichting. Laura is daar enthousiast over: “Ze maken de, vaak specifiek juridische, kennis goed toegankelijk. Je krijgt een goed beeld van de verschillende paden die je kunt bewandelen. Maar ze helpen je ook om, zoals in ons geval, je bestaande intellectueel eigendomstrategie tegen het licht te houden. Bijzonder nuttig en in ons geval een bevestiging dat we de juiste weg bewandelen.” De business van Groasis valt of staat met het hebben van goede patenten. En dus met het hebben van een goede juridische partner. Laura: “Patenteren is een specialistisch vakgebied. In Nederland, maar zeker ook in het buitenland waar je met andere regels te maken hebt. Daarvoor moet je samenwerken met een goed octrooibureau. Wij werken met Hoyng Rokh Monegier, een internationaal vooraanstaand octrooigemachtigde en advocatenkantoor, dat niet alleen helpt bij het ontwerpen en uitvoeren van octrooiaanvragen over de hele wereld, maar ons ook bijstaat bij het beheer van ons octrooiportfolio. Je werkt nauw met elkaar samen en het is heel belangrijk dat zij jouw business goed kennen en dat je een klik hebt met elkaar.”

Technisch directeur van Groasis Mexico.


Octrooien en licenties – hoe werkt dat?

Voor ondernemers die hun product in het buitenland in licentie willen laten produceren of willen voorkomen dat ongure partijen hun product (slecht) namaken, is het aanvragen van een octrooi, ofwel patent, mogelijk een goed idee. De aanvraag is vaak binnen enkele weken gebeurd en kan per aanvraag, per land, enkele duizenden euro’s kosten. Direct na de aanvraag kan een ondernemer al naar buiten treden met het idee waar patent op is aangevraagd. Het kunnen aanpakken van een eventuele inbreuk laat echter op zich wachten tot het octrooi verleend is. Ter indicatie: de verlening van een patent in Nederland duurt ongeveer anderhalf jaar; in Europa al snel vijf jaar. Daarnaast vindt de internationale uitbreiding (zie ‘Octrooi aanvragen’) van een octrooi vaak plaats op bepaalde vaste momenten, waarop dus ook de financiering geregeld moet zijn. Kortom: voor internationaal ondernemen met octrooien is meestal een strategie nodig.


Strategie

“We raden ondernemers aan om in een vroeg stadium te bepalen of ze een strategie nodig hebben voor hun intellectueel eigendom”, zegt Karen Sam van Octrooicentrum Nederland. “Zo’n strategie moet voortkomen uit de bedrijfsdoelstellingen – het is geen doel op zich. Ben je als ondernemer ook op zoek naar investeerders, weet dan dat die vaak een bewijs van geregistreerd intellectueel eigendom willen zien.” Karen adviseert om in een vroeg stadium bij Octrooicentrum Nederland aan te kloppen. “We denken met je mee en je kunt workshops volgen zoals ‘Intellectueel eigendom-strategie voor mkb’. We helpen je ook bij het zoeken in de octrooidatabanken, als je wilt weten of jouw product voldoende nieuw is om patent aan te vragen. In de databank staan meer dan honderd miljoen octrooien!”


Octrooi aanvragen

Wie na dit oriënterende onderzoek een Nederlands octrooi wil aanvragen, doet dat eveneens bij Octrooicentrum Nederland. Vanuit de Nederlandse aanvraag is uitbreiding naar het buitenland mogelijk. Een goede octrooiomschrijving moet technisch en juridisch helemaal kloppen. Gebruikelijk is om daarvoor een octrooigemachtigde in de arm te nemen; een gespecialiseerd bureau dat de octrooiaanvraag kan indienen en ook actie kan ondernemen als er inbreuk wordt gepleegd. Intellectueel eigendom is geen ‘hot topic’, zegt Karen. “Veel ondernemers schuwen het onderwerp. Maar elke ondernemer die internationaal zakendoet wil voorkomen dat hij of zij plotseling wordt geconfronteerd met copy cats. Niet zelden wil een ondernemer in zo’n situatie hals over kop patent aanvragen. Alleen lukt dat niet meer zodra een uitvinding openbaar gemaakt is.’

Wil je meer weten over intellectueel eigendom? Download dan de handige evofenedex juridische checklist over het onderwerp intellectueel eigendom.

Tekst: Eduard van Holst Pellekaan

Dit artikel is eerder verschenen in Globe Magazine voor internationaal ondernemen - maart 2019

 

Onze bedrijfsjurist Peter
Contact

Advies nodig of vragen?

Peter en de andere bedrijfsjuristen helpen je graag verder