02-08-2013  In een kort geding over de opheffing van een beslag op rijplaten, boog de Rechtbank Midden-Nederland zich eergisteren over de vraag wie de eigenaar was van de rijplaten en of het beslag rechtmatig was gelegd. Omdat de oorspronkelijke eigenaar de rijplaten was verloren vanwege verduistering, werd hij volgens de rechter niet beschermd door de wet. Bij diefstal hadden de kaarten anders gelegen.

Verhuur

De oorspronkelijke eigenaar van de rijplaten richt zijn bedrijfsactiviteiten op onder meer de verhuur van rijplaten. Deze rijplaten heeft hij gekenmerkt met een ingesneden logo. Op 15 november 2010 doet hij aangifte van oplichting en verduistering, nadat hij een partij verhuurde rijplaten niet terugkrijgt.

Beslaglegging

Later in diezelfde maand koopt de wederpartij in deze zaak 100 rijplaten, waaronder de 12 rijplaten die afkomstig zijn van de oorspronkelijke eigenaar. Die legt daarop op 10 juni 2013 beslag omdat hij meent dat deze aan hem toebehoren.

Bescherming

Centraal staat de vraag wie nu de eigenaar is van de rijplaten. Als een bedrijf zaken verkoopt die niet aan haar toebehoren, dan is zij juridisch gezien niet bevoegd om die zaken te verkopen. De koper kan tegen die onbevoegdheid worden beschermd als hij te goeder trouw heeft gekocht.

Diefstal

Bij diefstal ligt dat anders. In dat geval kan een oorspronkelijke eigenaar de zaak in principe alsnog binnen drie jaar als zijn eigendom opeisen van de koper. Dat blijkt uit artikel 3:86 lid 3 van het Burgerlijk Wetboek.

Verduistering

Omdat de oorspronkelijk eigenaar aangifte kon doen van oplichting en verduistering, kan hij geen beroep doen op zijn eigendomsrechten die hij zou hebben bij diefstal.

Verschil

Het verschil tussen verduistering en diefstal is dat de verduisteraar de zaak al rechtmatig onder zich heeft, zoals bij huur of bruikleen het geval is.  Volgens de rechter valt onvrijwillig bezitsverlies zoals verduistering niet onder de bescherming van dat artikel; het artikel benoemt immers alleen letterlijk ‘diefstal’.