22-03-2012  Minister Schultz van Haegen van Infrastructuur en Milieu en de Tweede Kamer hebben gisteren het wetsvoorstel Basisnet Vervoer Gevaarlijke Stoffen besproken. Het doel van het Basisnet is om een einde te maken aan het spanningsveld tussen het vervoer van gevaarlijke stoffen, ruimtelijke ordening en externe veiligheid.

Toekomstbestendig

Het bedrijfsleven vreest echter dat het Basisnet Spoor niet toekomstbestendig is. Daarom hebben EVO en andere belangenorganisaties in de sector - vertegenwoordigd in de Commissie Transport Gevaarlijke Goederen - de Kamer gewezen op de basisvereisten waaraan het Basisnet Spoor moet voldoen:

  • Spooremplacementen moeten deel uitmaken van het wetvoorstel Basisnet Spoor omdat ze grote bottlenecks kunnen vormen in de logistieke keten. Doordat de vergunningsruimte voor emplacementen op lokaal niveau blijft liggen, kunnen gemeenten de vrije doorgang van spoorvervoer belemmeren.
  • De robuustheid van het Basisnet staat of valt met de implementatie van het Programma Hoogfrequent Spoor (PHS). Volgens EVO is niet gegarandeerd dat nieuwe spoorinfrastructuur door de implementatie van PHS (tijdig) kan worden aangelegd. Het bedrijfsleven wil de steden langs de Brabantroute graag ontlasten door over de Betuweroute te rijden, maar dan zijn aftakkingen naar het zuiden, met de toegezegde spoorboog bij Meteren wel essentieel. Ook de Sloeboog is onmisbaar voor veilig spoorvervoer van Zeeland naar Antwerpen.
  • Verder is het van belang dat er een overgangstermijn gaat gelden voor het bedrijfsleven omdat het Basisnet spoorvervoer omvangrijke logistieke veranderingen met zich meebrengt. De sector moet voldoende tijd hebben om jaardiensten en capaciteitsverdelingen te kunnen plannen en doorvoeren.
  • Ten slotte is het noodzakelijk dat verladers en vervoerders een formele inspraakmogelijkheid krijgen voor de bepaling en/of wijziging van zogeheten risicoplafonds. Nu ligt er een te grote beslissingsbevoegdheid bij de minister, waardoor het betrokken bedrijfsleven geen inspraak heeft.

De partijen willen graag op korte termijn toezeggingen van het kabinet om de toekomst van de (petro)chemische sector in Nederland zeker te stellen.