22 augustus 2011

Het Duitse kabinet wil een wetswijziging doorvoeren om private bewaking mee te sturen met schepen in de strijd tegen piraten. Een aantal maatschappelijke organisaties in Duitsland, waaronder de zeevarendenmissie en de dienstenbond Verdi, zien dat echter niet zitten. Verladersorganisatie EVO deelt die zorg. EVO is het met de Duitse maatschappelijke organisaties eens dat de overheid zelf de verantwoordelijkheid moet nemen om schepen te beveiligen. De beveiliging van schepen tegen piraterij valt immers onder het geweldsmonopolie van de staat. Bovendien drijft de inzet van private beveiligers de kostprijs van vervoer over zee op.

Uit berekeningen blijkt dat het volledig beveiligen van schepen per reis enkele tienduizenden euro’s kost. EVO schat dat Nederlandse verladers gezamenlijk nu al rond de 200 miljoen euro aan rederijen betalen om de beveiligingskosten te dekken. EVO vreest dat met het toestaan van private bewaking dat bedrag sterk toeneemt.

Daarom pleit EVO al geruime tijd voor de inzet van extra  internationaal marinepersoneel en marinematerieel. Dat in combinatie met een opbouwmissie in Somalië die door de Verenigde Naties wordt geleid en overheidsbeveiliging van de meest kwetsbare transporten, moet volgens EVO leiden tot het werkelijk oplossen van de piraterijproblematiek in Somalië.          

Volgens EVO is de Duitse discussie een voorproefje van het debat in Nederland. Vóór 1 september komt de door het kabinet ingestelde commissie De Wijkerslooth met haar visie op de mogelijkheid private bewakers met Nederlandse schepen mee te sturen. Daarna moet het kabinet zelf een standpunt bepalen. EVO vertrouwt erop dat het kabinet haar verantwoordelijkheid neemt en definitief afziet van het idee private bewaking van zeeschepen mogelijk te maken.