18-05-2011  ‘Herinvoering van grenscontroles en het afschermen van nationale arbeidsmarkten in de EU, zoals de Denen en sommige Nederlandse politici willen, is het stomste wat we kunnen doen.’ Dat laat Dick van den Broek Humphreij, scheidend algemeen directeur van EVO, vandaag weten in een opiniestuk in Het Financieele Dagblad.

Het opwerpen van zulke belemmeringen tegen het vrije verkeer van goederen en diensten gaan immers ten koste van de economie. Zeker gezien het voorzichtig economisch herstel moet alles op alles worden gezet om de economie te stimuleren en niet het tegenovergestelde. EVO roept de Nederlandse politiek daarom op om zich in te zetten voor het openhouden van de arbeidsgrenzen.

Binnen een paar jaar kampt Nederland met een gigantisch tekort op de arbeidsmarkt, vooral in de transport- en logistieke sector. Nu al is er een tekort van duizenden werknemers in deze sector. Daarom is het des te vreemder dat Nederland prima gekwalificeerd personeel uit Oost-Europa aan de grens tegenhoudt. Dat is slecht voor het bedrijfsleven en dus slecht voor de economie.

Bovendien staat het haaks op de ambitie van het kabinet om de internationale concurrentiepositie van Nederland te verbeteren. Niet voor niets is logistiek benoemd tot een van de negen topsectoren. Met het dichtgooien van de grenzen snijdt Nederland zichzelf dus in de vingers.

De Nederlandse economie is gebaat bij een ongehinderde goederenstroom. Grenscontroles werken belemmerend en zorgen voor stilstaande vrachtauto’s aan de grens. En daarbij komen ook nog eens de zee- en binnenvaartschepen, treinen en vliegtuigen.

Deze stagnatie van de goederenstroom bezorgt het bedrijfsleven economische schade. Vervoerders en verladers berekenen de extra kosten weer door aan de consument. Het is dus de consument die uiteindelijk de rekening betaalt voor het dichthouden van de grenzen.