19-07-2013 Bij de bouw van de Rotterdamsebaan pleiten EVO en TLN ervoor dat gekozen wordt voor de juiste tunnelcategorie. Ook maakt de verladersorganisatie zich er hard voor dat overlast tijdens de bouw zo veel mogelijk wordt voorkomen. 

EVO en Transport en Logistiek Nederland (TLN) hebben grote steun uitgesproken voor de Rotterdamsebaan, de toekomstige, cruciale toegangsweg naar Den Haag. Tegelijk maken de organisaties zich er hard voor dat er bij het ontwerp en de aanleg wordt gekozen voor een optimaal eindresultaat.

Tunnelcategorie

De Rotterdamsebaan zal deels uit een tunnel onder de Vlietzone bestaan om de natuur zoveel mogelijk te sparen. EVO heeft gepleit voor tunnelcategorie C. Hierdoor zullen de meeste gevaarlijke stoffen door de tunnel kunnen rijden. Voor efficiënt transport van stoffen die vallen onder categorie A, zoals gassen, moet de zogenoemde Spoorbooglaan zo snel mogelijk worden gerealiseerd, aldus de organisaties.

Bij de aanleg van de Rotterdamsebaan vrezen EVO en TLN voor overlast op de Binckhorst en op de A4 en de A13. Zij hebben de gemeente opgeroepen de overlast tot een minimum te beperken. Dit kan onder meer door het verkeer in de spits te reduceren door ‘spitsmijden’. Dit komt erop neer dat automobilisten een vergoeding krijgen als ze buiten de spits rijden.

Capaciteit

Verder hebben de organisaties de gemeente met klem gevraagd om de capaciteit van het tracé op de toekomstige verkeersstromen te baseren. Zo mogen geplande verkeerslichten op Ypenburg de doorstroming niet belemmeren en moet het ontwerp zo zijn dat er fysiek voldoende ruimte is voor vrachtverkeer, inclusief LZV’s.