25 mei 2011

Minister Schultz van Haegen van Infrastructuur en Milieu gaat de regie over tunnelveiligheidsbeleid zoveel mogelijk zelf in handen nemen om een effectievere besluitvorming te realiseren. Dit heeft zij gisteren tijdens het AO in de Tweede Kamer over tunnelveiligheid nogmaals aangegeven. Verladersorganisatie EVO en TLN steunen de minister van harte in de door haar ingezette lijn. Met haar besluit tilt de minister de regie terecht naar het landelijk niveau. Wel vinden de verladers en vervoerders het jammer dat de minister het besluit over de openstelling van tunnels nog wel aan lokale bestuurders over lijkt te willen laten.

Goederenvervoer

Er worden steeds meer tunnels gebouwd en er zijn nog veel plannen daartoe in aantocht. Door de te scherpe veiligheidseisen die sommige lokale bestuurders voor nieuwe tunnels hanteren, loopt de openstelling van tunnels vaak vertraging op. Ook krijgen tunnels veelal een onnodig zware veiligheidscategorie toebedeeld in het kader van het vervoer van gevaarlijke stoffen. We lopen in Europa weer onnodig voorop. Hierdoor wordt het vervoer van gevaarlijke stoffen belemmerd en wordt vrachtverkeer gedwongen om te rijden. Dit zorgt, naast inefficiëntie door omrijdkilometers, voor onnodig veel uitstoot van schadelijke stoffen. Ook zorgt het voor geluidsoverlast en verkeersveiligheidsrisico’s, doordat vrachtverkeer dan vaak in dichtbevolkt gebied terecht komt. Dat de minister heeft aangekondigd slechts één adviseur over de veiligheid te laten gaan en standaard veiligheidsnormen te willen hanteren, komt volgens EVO en TLN de snelheid en helderheid van het proces alleen maar ten goede.

Integrale afweging

EVO en TLN vinden het  belangrijk dat decentrale partijen niet langer de verantwoordelijkheid hebben voor het al dan niet openstellen van een tunnel. Er is een afweging te maken, maar die overstijgt het lokale belang. Een tunnel staat niet op zich maar is een onderdeel van een nationaal en internationaal netwerk. Daar komt bij dat kennis over tunnelveiligheid zeer specifiek is en ver af staat van de aanwezige lokale deskundigheid, maar beter te beleggen is bij het departement omdat hier een betere coördinatie van kennis kan plaatsvinden. Daarom willen  EVO en TLN dat de minister ook gaat over de uiteindelijke openstelling en de bijbehorende veiligheidsafweging maakt. Het feit dat de burgemeester verantwoordelijk is voor de externe veiligheid hoeft geen bezwaar te zijn. Een concrete afspraak met hem of haar over de verwachtingen, het aangaan van een prestatieverplichting als het gaat om aanrijdtijden van brandweer en ambulances e.d. lost dat probleem eenvoudig op.