Zoetermeer, 1 maart 2012

De Europese Commissie (EC) heeft op het allerlaatste moment afgezien van de mogelijkheid om de grensoverschrijdende inzet van ecocombi’s mogelijk te maken. Hoewel alle seinen op groen stonden, werd gisteren tijdens een IRU bijeenkomst bekend dat er toch nog nader juridisch onderzoek nodig is. Feitelijk koopt de EC hiermee tijd en creëert het voor zichzelf de nodige armslag om alle mogelijke bezwaren te kunnen weerleggen, aldus Transport en Logistiek Nederland (TLN) en verladersorganisatie EVO. De organisaties zien in dit uitstel zeker geen afstel, maar zijn wel teleurgesteld dat grensoverschrijdend grensverkeer hierdoor op korte termijn niet mogelijk is.

Vanaf 2005 rijden er in Nederland ecocombi’s rond. Deze voertuigconfiguraties kunnen dankzij de extra lengte en het gewicht meer goederen meenemen. Onderzoeken hebben de voordelen op verkeersveiligheid, duurzaamheid en economie aangetoond. Alleen al in Nederland kunnen door de inzet van de ecocombi ongeveer 20 miljoen kilometers per jaar minder wordt gereden. Daarnaast zijn ecocombi’s tot 15 procent zuiniger dan reguliere configuraties. Binnen Nederland is de inzet van ecocombi’s zeer succesvol te noemen: inmiddels rijden al ruim 700 ecocombi’s rond.

Vervoerders mogen de ecocombi’s echter niet inzetten voor grensoverschrijdend vervoer omdat er binnen Europa interpretatieverschillen zijn over de richtlijn maten en gewichten. EVO en TLN hadden verwacht dat de Europese Commissie vandaag tijdens een bijeenkomst van de Intertional Road Union (IRU) duidelijkheid zou geven over deze verschillen. In plaats daarvan heeft de Commissie vandaag aangegeven te werken aan een onderzoek en de resultaten hiervan snel te kunnen presenteren. De organisaties betreuren dat deze vertraging in het proces is opgetreden en wachten de resultaten van het onderzoek af.