17 juni 2011

Europese goederenstroom gebaat bij liberalisering spoor èn weg

EVO vindt het een goede zaak dat de Europese transportministers gisteren zijn overeengekomen dat meer concurrentie nodig is op het Europese spoor. Hiertoe hebben zij aanvullende afspraken gemaakt. Zo moeten buitenlandse aanbieders in de lidstaten recht hebben op gebruik van dezelfde faciliteiten, zoals rangeerterreinen en onderhoudsplekken als binnenlandse aanbieders. Ook juicht de verladersorganisatie het toe dat de Europese Commissie acht lidstaten, die onvoldoende werk hebben gemaakt van spoorliberalisering, waaronder ook Nederland, een ultimatum stelt. Als deze lidstaten niet binnen twee maanden de richtlijnen van het ‘eerste spoorwegpakket’ toepassen, worden ze voor het Europees Hof van Justitie gesleept. Een procedure bij het Europese Hof van Justitie kan echter nog jarenlang voortslepen. Daarom roept EVO de betreffende lidstaten op om zich aan eerdere afspraken te houden door de Europese regels na te leven. Volgens de belangenorganisatie draagt liberalisering van het Europese spoor bij aan de aantrekkelijkheid van deze modaliteit voor verladers. Dit draagt bij aan een efficiëntere Europese goederenstroom, die essentieel is voor economische groei.

Liberalisering spoor nu nog papieren tijger

Het Europese spoor was dankzij het ‘eerste spoorwegpakket’ op papier weliswaar geliberaliseerd, maar in de praktijk nog lang niet. Er is in veel lidstaten geen strikte scheiding tussen netwerkbeheerders en spoorvervoerders. EVO wil dan ook dat lidstaten niet alleen de nieuwe regels, maar ook de oude regels zo spoedig mogelijk toepassen. Spoorliberalisering is volgens EVO de enige manier om de dienstverlening op het Europese spoor te verbeteren en het spoor daadwerkelijk een betrouwbaar, aantrekkelijk alternatief voor andere vervoersmodaliteiten te maken.  Tot op heden is er op het Europese spoor nog steeds geen sprake van vrije marktwerking. In landen als Duitsland en Frankrijk zijn het nog altijd de staatsspoorbedrijven die de scepter zwaaien en buitenlandse spoorvervoerders zoveel mogelijk weren aan de grens. Dit maakt het spoor onbetrouwbaar in levertijd en onnodig duur. Ook maakt het de logistieke keten inefficiënt. Pas als het spoor volledig is geliberaliseerd, kunnen verladers optimaal gebruik maken van het Europese spoornet.

Ook liberalisering wegvervoer nodig

Hoewel Nederland zich gisteren voorstander toonde van meer liberalisering van het spoor, lijkt minister Schultz van Haegen van I&M terughoudend te zijn in het verder liberaliseren van het wegvervoer, zo stelt EVO. Maar door concurrentie bij de ene vervoersmodaliteit te bevorderen en bij de andere tegen te werken, houd je de gesloten markt in stand. Juist met het oog op de toekomstige groei van het goederenvervoer en de economische groei die daarmee gepaard gaat, zijn alle modaliteiten even hard nodig.