11 juli 2011

Bilaterale afspraken op korte termijn effectiever alternatief dan regionaal systeem

Deze week wordt tijdens een vergadering van de International Maritime Organization (IMO) voor de laatste keer dit jaar getracht om tot een mondiaal systeem voor CO2-uitstoot door zeescheepvaart te komen. Volgens ambtenaren van de Europese Commissie is dit echter onhaalbaar. Zij zien meer heil in een Europees systeem. Verladersorganisatie EVO onderkent de noodzaak om emissies door zeescheepvaart terug te dringen, maar is fel tegen invoering van een regionaal stelsel. Regionale afspraken zijn minder effectief dan een mondiaal systeem en zijn slecht voor de concurrentiepositie van de EU. EVO dringt er bij de Europese Commissie en de EU-lidstaten op aan zich te blijven inspannen om te komen tot een mondiaal systeem voor CO2-reductie. Zolang dat er niet is, pleit EVO voor bilaterale afspraken.

Geen regionaal systeem

Een systeem voor zeescheepvaart dat zich beperkt tot Europa is volgens EVO onverstandig. Zeescheepvaart is immers een mondiaal opererende sector, zodat alleen mondiale systemen als oplossing voor het emissieprobleem kunnen dienen. Een regionaal systeem leidt tot verstoring van het ‘level playing field’ en zodoende tot verslechtering van de Europese concurrentiepositie. Import- en export vanuit Europa wordt dan immers duurder. Bovendien werkt het ‘carbon leakage’ in de zeescheepvaart in de hand. Rederijen kunnen besluiten om containers bijvoorbeeld in de haven van Tanger te lossen om ze vervolgens te herdistribueren over Europa. Op die manier is er niemand die betaalt voor de uitstoot van broeikasgassen, terwijl Europa hier wel schade van ondervindt.

Bilaterale afspraken

Aangezien een mondiaal systeem op korte termijn niet haalbaar lijkt, ziet EVO een voorlopige oplossing in bilaterale afspraken tussen groepen landen uit verschillende werelddelen om zeeschepen te laten betalen voor de CO2-uitstoot.  Europa dient zich in te spannen om samen met andere landen (Canada, Australië, Nieuw Zeeland, Zuid Afrika en Japan) een stelsel op te zetten dat 80 procent van de wereldhandel beslaat. Op die manier wordt zo goed mogelijk een mondiaal systeem benaderd.