23-04-2014  De exportcontroleregelgeving is te complex voor het Nederlandse bedrijfsleven. Met name het mkb moet daardoor veel moeite doen om aan de regels te voldoen. De complexiteit veroorzaakt ook veel kosten: voor bedrijven lopen die al snel op tot 40.000 euro per jaar. Dit liet EVO verschillende Kamerleden weten vooruitlopend op het debat in de handelsraad van de Tweede Kamer op 24 april.

Gelijk speelveld

Hoewel EVO begrip heeft voor de invoering van de exportcontrolemaatregelen omdat ze noodzakelijk zijn voor wereldwijde veiligheid, pleit de organisatie wel voor een gelijk speelveld, verduidelijking van regels en een stop van de wildgroei van Amerikaanse Exportcontroleregelgeving. De efficiënte logistieke en flexibele douaneregelgeving zijn redenen voor bedrijven om zich in Nederland te vestigen. Nederland moet daarom de regels niet strenger interpreteren dan andere EU-landen, aldus EVO.

Verduidelijken

Verder kan Nederland zich volgens EVO onderscheiden door de regelgeving te verduidelijken. Nu zijn daarvoor dure IT-systemen of specialistische kennis nodig. Een eerste stap hiervoor kan een nationale ‘tool’ zijn, waarmee de bedrijven meer inzicht krijgen in de manier waarop ze aan de regels kunnen voldoen.

Amerikaanse exportcontroles

Behalve aan de nationale exportcontolemaatregelen moeten Nederlandse bedrijven veelal ook voldoen aan Amerikaanse exportcontrolemaatregelen. Deze hebben een extraterritoriaal karakter. De gevolgen van het niet voldoen aan deze wetgeving kunnen erg groot zijn. EVO pleit daarom voor internationaal afgestemde regelgeving voor een veilige goederenstroom.

Afstemming

De verladersorganisatie ziet onderlinge afstemming van Europese en Amerikaanse exportcontrolemaatregelen dan ook als een van de belangrijkste punten in het Trans-Atlantisch handelsakkoord (TTIP), waarover de EU nu in onderhandeling is met de VS.