Zoetermeer, 21 maart 2012

Vandaag hebben minister Schultz van Haegen van Infrastructuur en Milieu en de Tweede Kamer het wetsvoorstel Basisnet Vervoer Gevaarlijke Stoffen besproken. Het doel van het Basisnet is om een einde te maken aan het spanningsveld tussen het vervoer van gevaarlijke stoffen, ruimtelijke ordening en externe veiligheid. Het bedrijfsleven vreest echter dat het Basisnet Spoor onvoldoende toekomstbestendig is. Daarom hebben EVO en andere belangenorganisaties in de sector, vertegenwoordigd in de Commissie Transport Gevaarlijke Goederen, de Kamer schriftelijk gewezen op de vier basisvereisten voor een robuust Basisnet Spoor. De partijen willen graag op korte termijn toezeggingen van het kabinet om de toekomst van de (petro)chemische sector in Nederland zeker te stellen.

Spooremplacementen

In het Basisnet Spoor maken de spooremplacementen vreemd genoeg geen deel uit van het wetsvoorstel, terwijl die grote bottlenecks kunnen vormen in de logistieke keten. Doordat de vergunningsruimte voor emplacementen blijft liggen op lokaal niveau, kunnen gemeenten op bepaalde punten in de logistieke keten toch de vrije doorgang van spoorvervoer belemmeren.

Nieuwe routeringen

EVO wijst erop dat de robuustheid van het Basisnet valt of staat met de implementatie van het Programma Hoogfrequent Spoor (PHS). Volgens de organisatie is er nog onvoldoende garantie of de bouw van nieuwe spoorinfrastructuur als gevolg van de implementatie van PHS (tijdig) kan worden gerealiseerd. Het bedrijfsleven wil de steden langs de Brabantroute graag ontlasten door over de Betuweroute te rijden, maar dan zijn juiste aftakkingen naar het zuiden, met de toegezegde spoorboog bij Meteren wel essentieel. Ook de Sloeboog is onmisbaar voor veilig spoorvervoer van Zeeland naar Antwerpen.

Overgangstermijn

Verder is het van belang dat er een overgangstermijn gaat gelden voor het bedrijfsleven omdat het Basisnet spoorvervoer omvangrijke logistieke veranderingen met zich meebrengt. De sector moet voldoende tijd hebben om jaardiensten en capaciteitsverdelingen te kunnen plannen en doorvoeren.

Inspraak

Ten slotte is het noodzakelijk dat verladers en vervoerders een formele inspraakmogelijkheid krijgen voor de bepaling en/of wijziging van zogeheten risicoplafonds. Nu ligt er een te grote beslissingsbevoegdheid bij de minister, waardoorhet betrokken bedrijfsleven geen inspraak heeft.