14-06-2011  EVO plaatst een aantal kanttekeningen bij de mogelijke samenwerking tussen Transport en Logistiek Nederland (TLN) en Fenex, de belangenorganisatie van expediteurs.

Afgelopen vrijdag kondigden deze organisaties aan zelfs een integratie van Fenex in TLN niet uit te sluiten. EVO hecht aan de modaliteitsneutraliteit en onafhankelijkheid van expediteurs en wil dat deze niet in het gedrang komt. EVO vraagt zich af hoe de verregaande samenwerking met TLN zich daartoe verhoudt en of Fenex nu voor één specifieke modaliteit kiest.

Bovendien vindt de verladersorganisatie dat in de bemiddeling expediteurs dienstverlenend zijn aan de ladingbelanghebbende en diens belang primair voor ogen moeten hebben. Met de beweging naar een vervoersorganisatie, lijkt Fenex zich van de klant af te keren en dichter aan te schurken tegen de dienstverlener.

EVO vindt dat expediteurs moeten oppassen zichzelf met deze beweging uit de markt te prijzen, omdat zij mogelijk hun meerwaarde als bemiddelaar voor de verlader verliezen.

Als samenwerking in de keten leidt tot meer regie op de uitvoering van de logistiek en als deze regie vervolgens leidt tot de door de verlader zo gewenste betrouwbaarheid, kwaliteit en innovatie, is dat volgens EVO een goede zaak.

Een belangrijke kanttekening is volgens EVO wel, dat met de verdere samenwerking tussen logistiek dienstverleners een volledige integratie van de keten onwaarschijnlijk is. De verlader, als eigenaar van de goederen, houdt altijd een belangrijke rol in de regie, naast de uitvoerder.

En veel verladers blijven ervoor kiezen om de uitvoering van (delen van) de uitvoering zelf te doen. Dit nuanceert de door Fenex en TLN uitgesproken ambitie van de gehele logistieke regie onder één dak.