13-10-2016  EVO krijgt van steeds meer leden meldingen van grote problemen door de situatie op de Merwedebrug. Vandaag en morgen vindt overleg plaats tussen EVO en Rijkswaterstaat waarbij een aantal oplossingsrichtingen wordt besproken.

Problemen

Op de derde dag waarop het vrachtverkeer niet meer over de Merwedebrug bij Gorinchem mag rijden, krijgt EVO van steeds meer leden meldingen van grote problemen die worden ervaren met de inrichting van logistieke processen. EVO heeft daarom op het hoogste niveau binnen Rijkswaterstaat druk uitgeoefend om, voordat morgen besluitvorming plaatsvindt, mee te kunnen denken over de oplossingen die Rijkswaterstaat nu uitwerkt. Vandaag en morgen vindt overleg plaats tussen EVO en Rijkswaterstaat waarbij een aantal oplossingsrichtingen wordt besproken.

Economische impact beperken

EVO zal er bij Rijkswaterstaat op aandringen dat er zo snel mogelijk een oplossing komt die de toch al flinke economische schade voor ondernemers zo veel mogelijk beperkt en dat serieus wordt gekeken naar verzachtende maatregelen, bijvoorbeeld door verkeersregelaars in te zetten om het verkeer in de omgeving van de brug en de omleidingsroutes beter te regelen. Bovendien moet de communicatie over het verbod veel beter. Daarover vindt overleg plaats tussen de organisaties en Rijkswaterstaat zodat meer chauffeurs op de hoogte kunnen worden gebracht van het verbod.

Gevolgen verbod zijn ingrijpend

Het verbod heeft ingrijpende gevolgen voor ondernemers die in de directe omgeving van de brug gevestigd zijn. Met name het plannen van ritten is problematisch, omdat chauffeurs al heel vroeg op pad moeten om de files voor te zijn, ze te maken krijgen met forse extra rijtijd en ze op een gegeven moment vanwege de regelgeving voor rij- en rusttijden niet meer verder mogen rijden. EVO ontving al diverse vragen over het claimen van geleden economische schade door de maatregel. Leden die vragen hebben, wordt geadviseerd contact op te nemen met EVO.

Beleidsregel nadeelcompensatie

Voor reguliere infrastructurele maatregelen gaat Rijkswaterstaat uit van de Beleidsregel nadeelcompensatie 2014 (hierna: 'Beleidsregel'). Rijkswaterstaat gebruikt een drempel om de vraag te beantwoorden of tijdelijke schade van een bedrijf tot het normaal ondernemersrisico behoort. Die drempel wordt berekend met omzet- of kostencijfers van de jaren voordat de schade zich voordeed. Wordt de drempel overschreden, dan kan de benadeelde voor gedeeltelijke vergoeding van zijn schade in aanmerking komen. 

In een situatie waarin sprake is van reguliere overheidsmaatregelen, en er verder geen bijzonderheden zijn ten aanzien van het bedrijf dat schade lijdt, of overige omstandigheden, wordt een standaarddrempel van 15 procent van de omzet op jaarbasis gehanteerd. Zeer uitzonderlijke omstandigheden kunnen aanleiding zijn om de drempel te verlagen (artikel 3a Beleidsregel).

Risico

Bedrijven komen alleen voor vergoeding in aanmerking als men niet had kunnen weten dat de maatregelen zich zouden of schade zich zou kunnen voordoen. De schade mag ook niet vallen onder het normaal maatschappelijk risico of normaal ondernemersrisico. De Beleidsregel hanteert in dit kader een zogenaamde bagateldrempel van 1.000 euro. Dat wil zeggen dat schade beneden 1.000 euro niet voor vergoeding in aanmerking komt.

Bedrijven kunnen het 'aanvraagformulier nadeelcompensatie bedrijven' voor bedrijven hanteren in het kader van hun verzoek en sturen naar Rijkswaterstaat Corporate Dienst, Afdeling BJV Projectadvisering, Postbus 2232, 3500 GE Utrecht.