19-07-2011  Vorige week deed de Rechtbank ’s-Gravenhage uitspraak in een zaak waarbij een lid van EVO 323 boetes had ontvangen omdat zij gedurende een bepaalde periode in 2010 niet aan haar verplichtingen van het eurovignet had voldaan.

De juristen van EVO zagen voldoende mogelijkheid om in bezwaar te gaan, gezien de grote hoeveelheid boetes in samenhang met de bijzondere omstandigheden waarin het bedrijf verkeerde.

De Belastingdienst dacht daar anders over; zij besliste negatief op het bezwaarschrift. Hierop adviseerde EVO het bedrijf om in beroep te gaan, waarbij EVO bijstand verleende. En met succes, de rechter vernietigde de uitspraak op bezwaar en matigde de boetes tot 50 euro per verzuim in plaats van 147 euro. 

Het EVO-lid vroeg altijd het eurojaarvignet aan voor haar gehele wagenpark, dit was ook de bedoeling over de periode in 2010.

Echter, op 31 januari 2010 kreeg de werknemer die binnen het bedrijf verantwoordelijk was voor de aangiften en betaling van het eurovignet een hersenbloeding.

Vervolgens bleef de administratie daarvan tijdelijk liggen, met als gevolg dat voor een aantal vrachtauto’s het eurovignet niet tijdig werd aangevraagd.

Hoewel het bedrijf na ontvangst van de eerste boetebeschikkingen direct haar verzuim herstelde, kon zij niet voorkomen dat er een opstapeling van boetes volgde. Dit was mede te wijten door het lange tijdsverloop tussen de constateringen en het opleggen van de boetes.

Overigens heeft EVO begin 2011 actie ondernomen ten aanzien van het tijdsverloop, wat leidde tot een afspraak met de Belastingdienst dat de termijn niet langer mag zijn dan drie maanden.

In onderhavige zaak legde de rechtbank een aantal argumenten terzijde. Zo achtte zij het opleggen van een boete van 147 euro per verzuim (per dag) niet in strijd met het evenredigheidsbeginsel.

Ook moet volgens haar de boete niet worden gezien als een signaleringssysteem dat het vignet niet is aangevraagd. Voorts vond de rechtbank niet dat buitenlandse chauffeurs een voorkeursbehandeling hebben omdat daarbij geen elektronische controle mogelijk is.

De rechtbank vond in deze zaak doorslaggevend dat er bijzondere omstandigheden aanwezig waren die aanleiding geven om de boetes te matigen. Zij voegde daaraan toe dat in sommige gevallen ook financiële omstandigheden reden geven om boetes te matigen.