03-11-2011  De CO₂-reductie van een vrachtauto op groen gas komt uit op 80 procent. Dit blijkt uit onderzoek van TNO naar het gebruik van groen gas in de transportsector. Reden voor EVO om er bij het ministerie van Financiën op aan te dringen zeer terughoudend te zijn met een accijnsverhoging op duurzame alternatieve brandstoffen.

Vrachtauto’s rijden vrijwel altijd op diesel, wat een vrij grote uitstoot van fijnstof en CO₂ met zich meebrengt. Bedrijven die de emissies van het wagenpark willen reduceren, kijken daarom naar betaalbare alternatieven voor diesel.

Innovatie is belangrijk

De eerste resultaten van het gebruik van duurzame alternatieve brandstoffen tonen aan dat de CO₂-emissies over de hele linie beduidend lager zijn. Maar de ontwikkelingen staan nog in de kinderschoenen. Er is nu sprake van een overgangsfase, waarbij innovatie over de hele linie belangrijk is. Daarom is EVO geen voorstander van de ‘bevoordeling’ van één specifieke groep alternatieve brandstoffen.

Langetermijnvisie nodig

EVO vindt dat het de overheid ontbreekt aan een langetermijnvisie op brede inzetbaarheid van alternatieve brandstoffen. Vergunningen worden niet of pas na lange tijd verleend, waardoor de kosten aanzienlijk kunnen oplopen. Zonder langetermijnvisie is het bedrijfsleven minder geneigd te investeren in de ontwikkeling van en het gebruik van alternatieve brandstoffen. EVO wil dat de ministeries van I&M, EL&I en Financiën, samen met het bedrijfsleven een langetermijnvisie ontwikkelen.

Bedrijfsleven zit niet stil

EVO benadrukt dat het bedrijfsleven ondertussen zeker niet stil zit. Een fors aantal EVO-leden is inmiddels koploper in het ‘Lean and green’-programma van Connekt, waarbij zij zich hebben  gecommitteerd aan 20 procent emissieverlaging binnen vijf jaar.

Projecten emissiereductie

De regionale emissiereductieprojecten die EVO uitvoert bij bedrijven leveren een besparing op van maar liefst 15 miljoen kg CO₂ per jaar. EVO ziet graag dat het ministerie van Infrastructuur en Milieu de emissiereductieprojecten actief aanmoedigt door nieuwe duurzaamheidsconvenanten met lokale en regionale overheden en het bedrijfsleven.