Zoetermeer, 24 januari 2013

Bezuinigingen infrastructuur mogen verdienvermogen Nederland niet schaden

Verladersorganisatie EVO is van mening dat bezuinigingen op infrastructuur niet ten koste mogen gaan van projecten die de verdiencapaciteit van Nederland vergroten. Projecten die Nederland concurrerend, bereikbaar en veilig maken moeten doorgaan.

Het kabinet stelt ongeveer een half miljard per jaar minder beschikbaar voor wegen, vaarwegen en spoorwegen tot aan 2030. Ook eerdere toezeggingen staan ter discussie.

Voorwaarden

EVO, de belangenbehartiger van 20.000 bedrijven in alle branches die goederen te vervoeren hebben, bepleit onder meer dat stilstand voorkomen moet worden. Zo moet niet extra bezuinigd worden op het onderhoud en beheer van wegen, vaarwegen en spoorwegen. Daarnaast moet volop worden doorgegaan met alle projecten die reeds aanbesteed en in uitvoering zijn.

Verdienvermogen

In 2011 heeft het kabinet onderzocht waar tot aan 2028, rekening houdende met zowel lage als hoge economische groei, knelpunten ontstaan in de infrastructuur. Deze en andere punten zijn in 2012 meegenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), waarin is vastgesteld welke projecten Nederland concurrerend, bereikbaar en veilig maken. Deze projecten moeten uitgevoerd worden. Dit geldt met name voor projecten waar provincies en gemeenten een grote eigen bijdrage aan leveren.

Fundament

Tot slot moeten er in het belang van de veiligheid voldoende rust- en verzorgingsplaatsen blijven voor (vracht)auto’s en voldoende lig- en overnachtingplaatsen voor binnenvaartschepen. Voldoende middelen voor efficiënt onderhoud en beheer voor rustplaatsen moeten verzekerd zijn en het fundament vormen voor de meerjarenbegrotingen.

Overleg

EVO schoof gisteren samen met andere maatschappelijke organisaties aan voor overleg met de bewindslieden van Infrastructuur en Milieu om de eerste voorstellen voor extra bezuinigingen op infrastructuur te bespreken. Daar is afgesproken terughoudend te zijn in de communicatie hierover. Wel hecht EVO eraan te benadrukken dat het verdienvermogen van Nederland centraal dient te staan bij het invullen van welke bezuiniging op infrastructuur dan ook.