Zoetermeer, 9 maart 2012

Bedrijven die zijn gedupeerd door het uitvallen van de sluis bij Eefde, hebben mogelijkheden om de schade vergoed te krijgen. Ook als zij niet of onvoldoende in aanmerking komen voor de nadeelcompensatieregeling. Dit was de conclusie tijdens een besloten bijeenkomst die EVO organiseerde voor gedupeerde bedrijven.

Verladersorganisatie EVO heeft gisteren tijdens een besloten bijeenkomst een tiental bedrijven die zijn gedupeerd door het uitvallen van de sluis bij Eefde, geïnformeerd over de mogelijkheden om de door hen geleden schade vergoed te krijgen. Hierbij werd EVO bijgestaan door Scheffer Advocaten en adviesbureau Hermes Advisory. De boodschap van de bijeenkomst was dat het burgerlijk recht enkele mogelijkheden biedt om de schade alsnog vergoed te krijgen, mocht een bedrijf niet of onvoldoende in aanmerking komen voor de nadeelcompensatieregeling.

EVO blijft zich, gesteund door Scheffer Advocaten, op het standpunt stellen dat op basis van de criteria die worden genoemd in de Regeling Nadeelcompensatie Verkeer en Waterstaat 1999, de kansen tot compensatie zeer klein zijn. EVO baseert zich hierbij niet alleen op eigen ervaringen, maar vooral ook op de uitspraken van de hoogste rechter hierover.

Alleen als de geleden schade een bedrijf in het bijzonder belast, komt compensatie in beeld. Als het omzetderving betreft, ligt de grens bij 15 procent minder omzet op jaarbasis. In het geval van de extra transportkosten ligt de grens op 15 procent meer kosten dan het bedrijf gemiddeld op jaarbasis aan transport besteedt. Tijdens de bijeenkomst en ook uit voorafgaande vragen die bij EVO binnenkwamen, is gebleken dat bijvoorbeeld het gedurende één maand afhalen van producten vanaf andere locaties, voor gedupeerde bedrijven niet zal leiden tot 15 procent extra transportkosten op jaarbasis. Desondanks hebben bedrijven wel degelijk flink schade geleden.

EVO heeft dan ook geadviseerd, afhankelijk van de uitkomsten van het onderzoek van TNO naar de oorzaken van het naar beneden vallen van de sluis, een schadeclaim in te dienen bij de overheid. Hierbij heeft EVO aangeboden de coördinatie op zich te nemen; dat is effectiever en brengt minder kosten voor de gedupeerden met zich mee. Bij indiening zal een schadeclaim vervolgens goed moeten worden onderbouwd. Hermes Advisory, die geregeld wordt ingeschakeld als partijdeskundige bij juridische geschillen, benadrukt dat een goede onderbouwing van schade meerwaarde krijgt tijdens een procedure. Overigens meent EVO dat, zolang het rapport van TNO nog niet is uitgebracht, er nog weinig te zeggen valt over de haalbaarheid van een schadeclaim.

Het gebaar van de minister tot het openstellen van de nadeelcompensatieregeling verdient waardering, maar de kans op compensatie vanuit deze regeling is klein. EVO heeft gedupeerden daarom geadviseerd een verzoek tot nadeelcompensatie onder voorbehoud in te dienen en parallel hieraan schade te claimen langs de civielrechtelijke weg. Wanneer de resultaten van het onderzoek van TNO bekend zijn, zal EVO wederom een informatiebijeenkomst organiseren om de haalbaarheid van de schadeclaims te bespreken.