31-01-2013  EVO stelt dat het spoorbeleid van de Europese Commissie nalaat de markt voor het spoorgoederenvervoer te verbeteren. De slechte dienstverlening op het Europese spoor, die het gevolg is van gebrek aan concurrentie, zal verladers in toenemende mate doen beslissen hun goederen niet langer over het spoor te vervoeren. De Europese Commissie draait om de hete brij heen, aldus EVO.

Concurrentie

Verladers willen al jaren dat grote vervoerders niet tegelijkertijd hun nationale spoornetten mogen beheren, want die vervoerders hebben daardoor invloed op de ruimte die hun concurrenten nodig hebben op het spoor. Tevens biedt het deze vervoerders de mogelijkheid om geld dat zij van de overheid ontvangen voor het beheer van het spoornet, deels te besteden aan hun eigen treindiensten.

Duitsland en Frankrijk

De nationale spoorbedrijven in Duitsland (DB) en Frankrijk (SNCF) hebben dit ‘probleem’ opgelost door een dochtermaatschappij het spoornet te laten beheren. De Europese Commissie heeft deze kunstmatige scheiding onder druk van deze twee landen moeten accepteren. Wel wordt de eis gesteld dat er een ‘Chinese muur’ wordt opgetrokken tussen het beheer van het spoornet en het regelen van treindiensten, als dit binnen eenzelfde holding gebeurt.

Volledige scheiding vereist

EVO blijft echter van mening dat een volledige scheiding vereist is om het spoorvervoer voor bestaande en nieuwe gebruikers aantrekkelijker te maken. Gebeurt dit niet, dan zullen steeds meer verladers het spoorvervoer de rug toekeren. Hun klanten en nieuwe afzetmarkten eisen immers een snelle en betrouwbare aanvoer van goederen.