22-05-2017  Door een recente uitspraak van de rechter in hoger beroep is er meer duidelijkheid gekomen over de vraag of een lading moet worden aangemerkt als afvalstof of niet.

Export naar Tanzania

De rechtszaak ging over een partij elektronische apparaten, bestaande uit voorraadrestanten en door consumenten geretourneerde goederen, voor export naar Tanzania.

Problemen

De partij werd echter als afvalstoffenpartij aangemerkt en dat gaf problemen: de Nederlandse en Tanzaniaanse autoriteiten waren niet vooraf in kennis gesteld van deze exporthandeling en zij hadden dus ook geen toestemming gegeven hiervoor. Dit was volgens de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu in strijd met de regels van de Verordening Grensoverschrijdend Vervoer van Afvalstoffen (EVOA). Export mocht niet zomaar. Volgens de exporteur ging het echter helemaal niet om afvalstoffen.

‘Ontdoen’

In hoger beroep ging het om de vraag of de gehele partij kan worden aangemerkt als een afvalstof.

De conclusie is dat het retourneren van de apparaten door de consument niet kan worden beschouwd als ‘het ontdoen van afvalstoffen’, omdat de consument het apparaat retourneert met het oog op terugbetaling van de aankoopprijs. Daaruit blijkt dat deze apparaten nog van nut zijn voor de exporteur. Het retourneren van voorraadrestanten door de winkelier aan de importeur moet worden gezien als een voortzetting van het distributieproces in het normale handelsverkeer. De omstandigheid dat de exporteur deze apparaten heeft gekocht van de importeurs, maakt bovendien duidelijk dat de partij apparaten een zekere marktwaarde hebben.

Distributieketen

Om te beoordelen of sprake is van een afvalstof in de zin van Afvalstoffenregels, is het dus - onder meer - noodzakelijk om de hele distributieketen te doorlopen en daarbij steeds na te gaan of sprake is van ‘ontdoen’.

Op de voorlichtingsdag Afvalstoffen die evofenedex organiseert op 31 mei  komt het grensoverschrijdend vervoer van afvalstoffen uitgebreid aan de orde.