Zoetermeer, 5 juli 2013

Betrouwbaarheid spoorgoederenvervoer ‘Twentekanaalroute’ het hoogst.

Naast de Betuwelijn is er extra spoorcapaciteit nodig voor het spoorgoederenvervoer. De zogenoemde ‘Twentekanaalroute’ is hiervoor de beste optie. Volgens verladersorganisatie EVO is de kans op vertragingen via deze spoorlijn het kleinst.

Het ministerie van Infrastructuur en Milieu verwacht dat er in de toekomst veel meer goederen per spoor vervoerd worden. Staatssecretaris Mansveld onderzoekt daarom vier nieuwe routes door Oost-Nederland. In het najaar neemt ze een beslissing. De Twentekanaalroute heeft volgens EVO, belangenbehartiger van bedrijven die eigenaren zijn van goederen, de hoogste bedrijfszekerheid.

Twentekanaalroute

Leden van EVO, handels- en productiebedrijven, hebben een voorkeur voor de Twentekanaalroute omdat de kans op vertragingen op dit spoor het kleinst is. Zo is bij de variant genaamd ‘Kop maken in Deventer’ bijvoorbeeld de kans op vertragingen groter omdat treinen van rijrichting moeten veranderen. Ook is de reistijd langer.

Spoorvervoer

Het spoorgoederenvervoer is belangrijk voor de concurrentiepositie van Nederlandse handels- en productiebedrijven, die bijvoorbeeld goederen naar Duitsland te vervoeren hebben. Omdat de haven van Rotterdam blijft groeien, mede door de aanleg van de Tweede Maasvlakte, is het goederenvervoer van en naar de haven voor een alsmaar belangrijker deel op het spoor aangewezen – grotendeels via de Betuweroute. Extra spoorcapaciteit in Oost-Nederland is daarom onmisbaar.