10-05-2011  De Telegraaf en andere media berichtten vanochtend dat truckende tractoren steeds vaker een goedkoop alternatief zijn voor kiepauto’s van erkende transportbedrijven. TLN  stelt zelfs dat er sprake is van oneerlijke concurrentie door tractoren ten opzichte van het beroepsgoederenvervoer.

Volgens EVO is dit onzin. Dat de transportsector 20 procent aan omzet misloopt door het gebruik van tractoren in plaats van de diensten van de TLN-leden, is niet hard te maken.

Onderzoek heeft eerder echter wel aangetoond dat 95 procent van de bedrijven tractoren alleen gebruikt voor bewerking van het eigen land of voor onderhoud van plantsoenen.

Bovendien is het brandstofverbruik van landbouwtractoren hoger en vallen de operationele kosten vele malen hoger uit. Het gebruik van tractoren op langere afstanden is daarom simpelweg oneconomisch.

Als het zo zou zijn dat tractoren een aantrekkelijk alternatief vormen voor de kiepauto’s van de transporteurs, hadden transporteurs al lang besloten om tractoren in te zetten in plaats van kiepauto’s.

EVO is het wel eens met TLN dat de verkeersveiligheid van tractoren verbeterd kan worden.

EVO kan zich dan ook goed vinden in voorstellen die de initiatiefgroep Peijs eerder deed. Deze initiatiefgroep, die de minister van Infrastructuur en Milieu heeft geadviseerd over het beleid ten aanzien van bos- en landbouwtrekkers, stelde onder andere voor om jonge bestuurders voortaan een rijbewijs te laten halen.

Een verplicht kenteken voor tractoren draagt hoegenaamd niets bij aan de verkeersveiligheid.

Wel zadelt een dergelijke maatregel het bedrijfsleven op met miljoenen aan extra administratieve lasten. Deze extra lasten kan het bedrijfsleven in tijden van voorzichtig economisch herstel niet gebruiken, vindt EVO.

EVO merkt verder op dat ook de initiatiefgroep Peijs, waarvan EVO én TLN deel uitmaakten, geen voorstander was van verplichte kentekening.