Goede douaneplanning voorkomt onnodige invoerrechten

Hoe manage ik mijn goederenstromen en tarieven?

Hoe voorkom je het betalen van onnodige invoerrechten? Een goede douaneplanning en het efficiënt inrichten van je supply chain zijn daarbij onmisbaar. De eerste stap hiervoor is het in kaart brengen van je goederenstromen. De bijbehorende tarieven zijn relevant, net als de mogelijkheid van lagere tarieven wanneer goederen worden verhandeld tussen landen die een handelsovereenkomst hebben gesloten.

Voordat je tarieven kunt managen, is het eerst nodig de goederenstromen in kaart te brengen. Waar koop je goederen in? Worden de goederen tussentijds nog bewerkt buiten de Europese Unie (EU)? Kun je aan de hand van een oorsprongsformulier aantonen dat de goederen uit een specifiek land komen? Het antwoord op dergelijke vragen is bepalend om vast te stellen hoe hoog het douanerecht is.

Kijk hierbij niet alleen naar de toeleveringsketen, maar ook naar de processen binnen je bedrijf. Stel bijvoorbeeld vast of je de goederen bewerkt of verwerkt, ompakt of samenvoegt. Die goederenstromen lijken in eerste instantie wellicht niet relevant, maar als de goederen worden uitgevoerd, kan deze informatie voor de douaneafhandeling erg belangrijk zijn.

De vervolgstap is het ‘mappen’ van de levering van de goederen. Bij deze stap stel je vast of je de goederen levert binnen de EU, buiten de EU of wellicht beide. Als je goederen in het vrije verkeer brengt en douanerechten betaalt, krijg je die namelijk niet terug. Ook niet als de goederen later alsnog worden uitgevoerd. Nadat je de goederenstromen in kaart hebt gebracht, kun je bepalen welke belastingen bij invoer gelden. Daarna kun je onderzoeken of je wellicht gebruik kunt maken van gunstigere tarieven of een bepaalde belasting helemaal niet hoeft te betalen.

Tarieven goederenstromen

In de hele EU gelden dezelfde douanetarieven. Dat wil zeggen dat aan de buitengrens van de EU het tarief aan douanerecht gelijk is, ongeacht in welke lidstaat de goederen in het vrije verkeer worden gebracht. Tussen EU-lidstaten onderling worden geen douanerechten geheven. De omzetbelasting bij invoer is in de EU overigens niet gelijk en verschilt dus per lidstaat.

Om te bepalen welk tarief van toepassing is, is het nodig dat de goederen worden ingedeeld ofwel geclassificeerd. Aan de hand van de goederencode en het land van oorsprong, kun je het tarief vaststellen. Op sommige producten heft de EU niet alleen douanerechten, maar ook antidumpingrechten en compenserende rechten. De EU stelt antidumpingrechten in om te voorkomen dat goederen in de EU worden gedumpt. Compenserende rechten worden geheven om (staats)steun in bepaalde landen te compenseren.

Afspraken over tarieven

De EU heeft met verschillende landen of groepen landen handelsovereenkomsten gesloten. Zoals recent de overeenkomsten met Canada (CETA), Japan, Mexico en Vietnam. De EU onderhandelt al geruime tijd met andere landen over dergelijke handelsovereenkomsten. Het aantal daarvan breidt zich daarom nog steeds uit.
Daarnaast heeft de EU eenzijdig de tarieven voor bepaalde ontwikkelingslanden verlaagd. Om de handel met deze landen en de economische groei daar te stimuleren, reduceert de EU het tarief. Voorbeelden hiervan zijn Bangladesh, Indonesië en Ethiopië.

Voor bepaalde landen, zoals Bangladesh, geldt een ‘alles behalve wapens’ regeling. Hierbij zijn alle tarieven, behalve die voor wapens, verlaagd. Voor andere landen, waaronder Indonesië, geldt een meer specifieke regeling. Daarin zijn alleen de tarieven op bepaalde goederen verlaagd. De handelsovereenkomsten met de verschillende landen gelden voor beide partijen. Dus zowel voor invoer in de EU, als bij invoer in het andere land. De eenzijdige verlaging zoals van toepassing bij ontwikkelingslanden, geldt alleen bij invoer in de EU en is niet wederkerig.

Voordat je aanspraak kunt maken op een verlaagd tarief, moet je voldoen aan de voorwaarden die zijn gesteld voor het verkrijgen van de verlaging. Bij de meeste handelsovereenkomsten geldt dat de goederen de oorsprong moeten hebben van het land waarmee de overeenkomst is gesloten. Dit houdt in dat de goederen óf moeten zijn verkregen in dat land óf dat de goederen daar een bepaalde bewerking of verwerking hebben ondergaan. Je kunt dit aantonen door een formeel oorsprongsformulier te overleggen.

Douane-unie: geen tarieven

De EU heeft niet alleen met diverse landen handelsovereenkomsten gesloten en eenzijdig tariefverlagingen doorgevoerd, maar ook met verschillende landen een douane-unie afgesproken. Bijvoorbeeld Turkije. Dit houdt in dat in principe geen tarieven worden geheven op goederen die zich óf in de EU óf in Turkije in het vrije verkeer bevonden.

In zo’n geval is een oorsprongsformulier niet nodig. Let op: voor Turkije heb je wel een zogenoemd ATR-certificaat nodig om aan te tonen dat de goederen zich in het vrije verkeer bevonden. Komen de goederen uit Turkije met een ATR-certificaat, dan hoef je niet nogmaals de rechten in de EU af te dragen en vice versa. Als producten de oorsprong Turkije hebben en je dit kunt aantonen met een oorsprongsdocument, dan betaal je voor de meeste goederen geen invoerrechten. Dit geldt ook in Turkije voor goederen die de oorsprong EU hebben.

Aanpassen goederenstromen

Het bedrag aan belasting dat bij invoer moet worden betaald, is dus afhankelijk van de hoogte van het douanerecht. Daarnaast speelt de vraag of er nog antidumpingheffing of aanvullende rechten van toepassing zijn. Het kan daarom lonen naar alternatieve toeleveringskanalen te kijken.

Een voorbeeld: je importeert fietsframes uit China. Op fietsonderdelen uit China zijn in principe een regulier tarief van 4,7 procent én een antidumpingheffing van 48,5 procent van toepassing. Op fietsframes uit Indonesië is slechts een tarief van 1,2 procent van toepassing. De frames moeten dan wel daadwerkelijk de oorsprong Indonesië hebben. Het kan zelfs nog ‘goedkoper’. Als de frames de oorsprong Cambodja hebben, geldt een tarief van 0 procent.

Door een andere leverancier in een ander land te selecteren, betaal je dus minder rechten. Een belangrijk aandachtspunt hierbij is vast te stellen dat de productie daadwerkelijk in het andere land plaatsvindt. Want oorsprongsfraude komt veel voor en vindt vaak plaats zonder dat de importeur het weet. Toch is de wetgeving onverbiddelijk: de importeur is aansprakelijk voor de te weinig afgedragen douanerechten.

Zoals eerder gezegd, geldt bij invoer vanuit de EU in een groot aantal landen een lager tarief aan douanerecht. Voor jouw klant kan het daarom interessant zijn dat je goederen de oorsprong EU krijgen. Haal je bepaalde goederen uit de EU en een ander deel uit niet-EU-landen? Dan kan dit invloed hebben op het al dan niet van oorsprong EU zijn van de goederen. In iedere handelsovereenkomst hebben de EU en het land waarmee de overeenkomst is gesloten, afspraken gemaakt over wanneer goederen wel en niet de oorsprong krijgen.

Als je klant een oorsprongsbescheid (een attest van oorsprong of een EUR.1-certificaat) vraagt, moet je nagaan of de goederen de oorsprong EU daadwerkelijk hebben gekregen. Het onterecht afgeven van een oorsprongsbescheid is een strafbaar feit en slecht voor je reputatie. Zowel commercieel gezien als richting de autoriteiten.

Gebruik van schorsingsregelingen

Als je goederen van buiten de EU haalt en deze vervolgens weer naar klanten buiten de EU verstuurt, kun je gebruikmaken van een schorsingsregeling zodat je niet onnodig dubbel rechten hoeft te betalen. Zo kun je de goederen bijvoorbeeld opslaan in een douane-entrepot of repareren of produceren onder actieve veredeling. In het derde artikel in deze reeks lees je meer over schorsingsregelingen.
 


Dit artikel is geschreven door Samantha Zwart-Speelman. Zij is adviseur en jurist bij Customs Knowledge.

Wil je meer leren over douaneplanning en andere strategische douane-onderwerpen? Schrijf je in voor de post-hbo opleiding Manager Customs & Trade Affairs (MCTA).

Onze ledenadviseur Alice
Contact

Vragen over internationaal ondernemen?

Alice en de andere ledenadviseurs helpen je graag verder