Zoetermeer, 8 mei 2014

EVO overhandigt top-10 Europese handelsbarrières aan Hans van Baalen

De Nederlandse economie kan sterk groeien als Europa de interne markt voltooit. De Europese Unie moet daarom handelsbelemmeringen wegnemen, aldus EVO. De verladersorganisatie presenteert vanavond de top-10 Europese handelsbarrières.

EVO, belangenbehartiger van 20.000 handels en productiebedrijven, overhandigde de top-10 vanavond aan Hans van Baalen, lijsttrekker van de VVD voor het Europees Parlement.

Top-10

In Europa gelden er bijvoorbeeld beperkingen voor het inzetten van buitenlandse vervoersbedrijven voor opdrachten binnen één land en verschilt het maximaal toegestane gewicht en lengte van vrachtauto’s per lidstaat. Deze belemmeringen staan op plaats één en twee van de top-10. Op de derde plaats staat het vervoer van afvalstoffen; bedrijven die in verschillende landen actief zijn, krijgen door verschillen in de interpretatie, uitvoering en toezicht te maken met een enorme regelbrij. Van de 65 miljoen euro dat dit vervoer bedrijven jaarlijks kost, gaat zestig procent op aan administratieve procedures.

De volledige top-10 Europese handelsbarrières:

  1. Protectionistische wegvervoermarkt
  2. Onenigheid over maten en gewichten vrachtauto’s
  3. Dure regels voor grensoverschrijdend vervoer afvalstoffen
  4. Wildgroei exportcontroles
  5. Landbouwdocumenten nog altijd niet digitaal
  6. Douaneautomatiseringssystemen ‘verstaan’ elkaar niet
  7. Rijtijden: kleine overtredingen, torenhoge boetes
  8. Europese kustvaart kent status van goederen niet
  9. Woud aan vergunningen voor uitzonderlijk vervoer
  10. Ouderwetse bemanningseisen in de Rijnvaart

Regelbrij

Uit de top-10 blijkt dat lidstaten details van Europese wet- en regelgeving nog steeds grotendeels zelf invullen, wat tot een aanzienlijke hoeveelheid regels leidt die per land verschillen. Ook ontbreekt het voor veel wet- en regelgeving in de Unie aan één loket, waardoor bedrijven bij veel verschillende instanties hun zaken moeten regelen. Volgens EVO bewijst dit dat er van één Europese markt nog lang geen sprake is.