12-11-2015  Bemanningsleden van een voertuig mogen na afloop van het transport handelingen verrichten met gevaarlijke stoffen als hierover afspraken zijn gemaakt tussen de vervoerder en ontvanger. Dit zegt de Working Party on the transport of dangerous goods (WP.15) van de Unece in Genève. Het openen van colli met gevaarlijke stoffen ná het lossen valt niet onder de werkingssfeer van het ADR volgens de WP.15.

Problematiek

Over de problematiek rondom handelingen met gevaarlijke stoffen door bemanningsleden kon op nationaal niveau geen overeenstemming worden bereikt en daarom heeft de Commissie Transport Gevaarlijke Goederen (CTGG) dit aangekaart in Genève.

Activiteitenbesluit

Het staat de bemanning vrij om na het transport te doen of te laten wat zij wil, uiteraard met inachtneming van regelgeving zoals het Activiteitenbesluit. Als de ontvanger en vervoerder hierover afspraken hebben gemaakt, is het dus toegestaan dat er op het terrein van de ontvanger handelingen met gevaarlijke stoffen worden verricht, zoals het aansluiten van een gasfles.

Interpretatie

In mei van dit jaar werden veel bedrijven door de Inspectie Leefomgeving en Transport op de vingers getikt omdat de door hen uitgevoerde handelingen niet zouden zijn toegestaan. De CTGG was het oneens met de interpretatie van de inspectiedienst en heeft diverse gesprekken gevoerd en brieven met de overheid gewisseld. De interpretatie van de inspectiedienst leidt volgens de CTGG in de praktijk tot onwenselijke situaties omdat een hiervoor opgeleide ‘delivery specialist’ op het terrein van de ontvanger geen handelingen met gevaarlijke stoffen meer zou mogen verrichten.

Handhaving

Nu haar standpunt door de Unece wordt bevestigd, gaat de CTGG in gesprek met de Nederlandse overheid om handhaving conform het internationale standpunt te laten uitvoeren.

De CTGG is het samenwerkingsverband van 15 organisaties uit het bedrijfsleven waarvan de leden betrokken zijn bij het transport van gevaarlijke stoffen. EVO is secretaris van de Commissie.