Impact nieuw Europese btw-systeem

Ingrijpende wijzigingen gaan zeker gevolgen hebben.

22-08-2019  In 2016 heeft de Europese Commissie het Btw-actieplan gelanceerd als blauwdruk voor de ingrijpende wijzigingen die worden doorgevoerd in het Europese btw-systeem. We kennen nog niet alle details, maar dat het impact gaat hebben is zeker. In dit artikel lees je chronologisch de belangrijkste wijzigingen.

Bij de meeste ondernemers staat het Europese btw-systeem niet bovenaan hun lijstje met favoriete onderwerpen. Zij vinden het systeem ingewikkeld, de uitzonderingen zijn niet bij te houden, en de verschillen in wetgeving tussen de lidstaten zijn ontelbaar en soms niet te verklaren. Maar het ondernemen gaat door en voor elke transactie moet je als ondernemer de beslissing nemen welk btw-tarief van toepassing is, of er een vrijstelling geldt, in welke lidstaat de btw verschuldigd is en zo kunnen we nog wel even doorgaan.

Daar komt bij dat het Europese btw-systeem zich ook nog eens gemakkelijk laat lenen voor fraude. Hierdoor verdwijnen elk jaar weer astronomische bedragen in de verkeerde zakken. Bovendien heeft het gemak waarmee particulieren goederen online kunnen kopen in andere werelddelen en deze vervolgens zonder btw kunnen importeren in de EU, ertoe geleid dat het huidige btw-systeem onhoudbaar is geworden. 

Wijzigingen waren dan ook onontkoombaar. Deze zijn in 2016 aangekondigd in het Btw-actieplan van de Europese Commissie en inmiddels grotendeels vertaald naar wetgeving. De eerste wijzigingen zijn ingegaan op 1 januari 2019. De volgende wijzigingen gaan in per 1 januari 2020, 2021 en 2022.

2019: internetdiensten aan particulieren

Per 1 januari 2019 zijn vereenvoudigingen in werking getreden voor de volgende diensten, mits deze zijn verricht aan particulieren / niet-ondernemers:
1.    Telecommunicatiediensten
2.    Radio- en televisieomroepdiensten
3.    Diensten verricht langs elektronische weg

Op basis van de huidige en nieuwe regels moeten ondernemers voor deze diensten de btw in rekening brengen van het land waar de afnemer woont. Zo moet een Nederlandse ondernemer die telecommunicatiediensten verricht voor een particulier of gemeente in Duitsland, nu Duitse btw in rekening brengen. 

De Nederlandse ondernemer moet daarvoor ook een btw-registratie aangaan in Duitsland of kiezen voor een speciaal compliancesysteem in Nederland. Deze wijziging staat toe dat als de omzet onder de 10.000 euro blijft, de Nederlandse ondernemer Nederlandse btw in rekening mag brengen. Deze kan hij op de normale wijze in zijn Nederlandse btw-aangifte verantwoorden.

Per 1 januari 2019 is de Nederlandse ondernemer bovendien niet meer verplicht twee bewijsstukken te verzamelen om de woonplaats van de afnemer vast te stellen. Sinds die datum is dit teruggebracht naar één bewijsstuk (bij een omzet onder de 100.000 euro).

2020: vier belangrijke wijzigingen  – ‘Quick Fixes’

Op 1 januari 2020 treden bij intracommunautaire transacties vier belangrijk wijzigingen in werking. Deze wijzigingen staan ook bekend als de ‘Quick Fixes’:

1.    Btw-nummer
Alhoewel iedere adviseur zal adviseren het btw-nummer van de klant op te vragen, te verifiëren in het VIES-systeem en te vermelden op de factuur, is dit geen wettelijke voorwaarde voor toepassing van het nul procent btw-tarief bij een intracommunautaire levering. Vanaf 1 januari 2020 wordt dit wél een wettelijke voorwaarde. Dit geldt ook voor het juist en tijdig verantwoorden van dit btw-nummer in de ‘Listing’ / ‘ICP’. Dit is de aangifte waarin een ondernemer de intracommunautaire leveringen per afnemer specificeert op het respectievelijke btw-nummer van die klant.

Het niet voldoen aan deze voorwaarden kan vanaf volgend jaar betekenen dat je alsnog 21 procent Nederlandse btw verschuldigd bent over deze transacties. Het is dan altijd de vraag of je deze btw alsnog in rekening kunt brengen bij je klant. Ondernemers moeten in elk geval - nog meer dan vandaag - het proces van opvragen, vastleggen en correct gebruik van het btw-nummer van hun klant goed vastleggen en uitvoeren.

2.    Transportbewijzen
Sinds in 1993 het intracommunautaire stelsel werd ingevoerd, wordt er veel gediscussieerd over transportbewijzen. Ondernemers moeten bij een intracommunautaire levering immers kunnen aantonen dat de goederen naar een andere lidstaat zijn vervoerd. Gek genoeg is nergens wettelijk vastgelegd met welke (transport)bewijzen je dit vervoer moet onderbouwen. Door de jaren heen heeft elke ondernemer daarin zijn eigen weg gevonden door met een combinatie van documenten te werken (bijvoorbeeld zijn CMR) of met verklaringen door de afnemer. Bedrijven hebben ook afspraken met de fiscus gemaakt over welke bewijzen voorhanden moeten zijn om naderhand discussies te voorkomen.

Vanaf 2020 kun je ook gebruikmaken van een nieuw systeem (bewijsvermoeden). In dit systeem krijg je de mogelijkheid met een combinatie van twee documenten vooraf zekerheid te verkrijgen op het transport. Deze twee documenten moeten afkomstig zijn van partijen die onafhankelijk zijn van de leverancier én de afnemer. Als de afnemer voor het vervoer zorgt, moet deze vanaf 2020 ook een schriftelijke verklaring afgeven. Deze verklaring moet de nodige gegevens bevatten zoals datum van vervoer, beschrijving van de goederen en datum en plaats van aankomst. Als je tijdig de juiste documenten in je administratie hebt, kan er in principe geen discussie meer ontstaan over het transport van de goederen.

3.    Call-off voorraad
Wie een deel van zijn voorraad overbrengt naar een andere lidstaat, bijvoorbeeld op basis van een overeenkomst tot call-off voorraad of consignment-voorraad, moet zich in die andere lidstaat registreren voor de btw. De latere levering aan de afnemer in die andere lidstaat is vervolgens ook nog eens belast met lokale btw. Om deze btw-registratie te voorkomen zijn er nu al lidstaten die een vereenvoudiging hebben ingevoerd op basis waarvan je je niet hoeft te registreren. Nederland hanteert een vereenvoudiging voor zowel call-off- als consignment-voorraad. Veel lidstaten hanteren echter geen enkele vereenvoudiging.

Vanaf 2020 zijn alle lidstaten verplicht de vereenvoudiging voor call-off voorraad toe te passen. Daarmee kun je een registratie in het buitenland voorkomen en de huidige registraties wellicht annuleren. Belangrijk is dat deze vereenvoudiging alleen geldt voor call-off voorraad en níet voor consignment-voorraad. Voor toepassing van de vereenvoudiging voor call-off voorraad moet worden voldaan aan een aantal stevige administratieve voorwaarden. Denk daarbij bijvoorbeeld aan het bijhouden van een register (door zowel de leverancier als de afnemer) met daarin details over de goederen, datum van overbrenging en het bijhouden van de goederen die weer geretourneerd worden.

4.    Ketentransacties
Bij ketentransacties worden goederen meerdere keren verkocht, waarbij deze uiteindelijk één keer de grens overgaan naar een andere lidstaat. Zoals een Nederlandse ondernemer die goederen verkoopt aan een Belgische afnemer, die op zijn beurt de goederen weer verkoopt aan een andere afnemer in België. Bij dit soort transacties is het altijd de vraag in welke schakel van de keten de intracommunautaire levering plaatsvindt. Met andere woorden, wie is verantwoordelijk voor het vervoer van de goederen naar België? Want alleen in deze schakel is sprake van een intracommunautaire levering. 

In de praktijk levert dit veel discussie op. Op basis van een nieuw artikel wordt geprobeerd een vereenvoudiging aan te brengen, waardoor de eerste (Nederlandse) leverancier ervan uit kan gaan dat hij de intracommunautaire levering verricht. Op basis van de hoeveelheid tekst die de wetgever nodig heeft om deze vereenvoudiging toe te lichten, bestaat echter de kans dat deze vereenvoudiging juist tot meer verwarring gaat leiden.

2021: afstandsverkopen / nieuw compliancesysteem

Afstandsverkopen zijn verkopen van goederen aan particulieren in andere lidstaten, waarbij een verkoopgrens wordt overschreden. Wie als leverancier onder deze grens blijft, dient Nederlandse btw in rekening te brengen. Wie de grens overschrijdt, is verplicht de btw van het land waarvan hij de verkoopgrens heeft overschreden in rekening te brengen. In zo’n geval ben je ook verplicht tot een btw-registratie in dat land. Deze omzetgrenzen gelden nu voor de omzet per lidstaat. Per 1 januari 2021.

Op hoofdlijnen betekent dit dat er geen omzetgrens meer geldt per lidstaat. Daarvoor in de plaats komt één omzetgrens voor de verkopen aan alle lidstaten. Deze nieuwe omzetgrens is beduidend lager, namelijk 10.000 euro. Hierdoor ben je dan ook veel eerder buitenlandse btw verschuldigd. Het goede nieuws is dat je niet langer verplicht bent een registratie aan te gaan in de andere lidstaten. Op basis van een nieuw compliancesysteem kun je straks deze buitenlandse btw via het Nederlandse aangiftesysteem verantwoorden.

De huidige btw-vrijstelling bij invoer van goederen met een lage waarden (minder dan 22 euro) komt te vervallen gezien het overduidelijke misbruik van deze vrijstelling. In het nieuwe systeem kan deze vrijstelling alleen nog onder zeer strikte voorwaarden worden toegepast.

2022: Nog veel onduidelijkheden

In het Btw-actieplan staan ook plannen voor 2022. Omdat nog niet alle voorstellen zijn aangenomen of uitgewerkt, zijn er echter nog veel onduidelijkheden zoals:

1.    Intracommunautaire transacties en de Certified Taxable Person
Het voorstel tot intrekking van het huidige systeem van intracommunautaire transacties is nog niet aangenomen. Op basis van het huidige voorstel staat de invoeringsdatum gepland op 1 juli 2022. Het effect van dit voorstel is dat er feitelijk geen onderscheid meer zal zijn tussen een levering aan een Nederlandse afnemer en een afnemer in een andere lidstaat (bijvoorbeeld Duitsland). In het nieuwe systeem moet nog steeds 21 procent Nederlandse btw in rekening worden gebracht aan de Nederlandse afnemer, maar is er geen nul procent btw-tarief meer voor de levering aan de Duitse afnemer. Aan deze afnemer dient dan negentien procent Mehrwertsteuer in rekening gebracht te worden.
Dit nieuwe systeem moet gaan gelden voor alle transacties aan ondernemers in andere lidstaten. Voor al deze transacties moet je dan lokale btw in rekening te brengen. Deze buitenlandse btw kun je vervolgens via het Nederlandse aangiftesysteem verantwoorden zodat je je niet in alle lidstaten hoeft te registreren.

Voor deze nieuwe hoofdregel geldt straks één uitzondering. Deze is van toepassing als een klant zich heeft gekwalificeerd als een Certified Taxable Person (CTP). In die situatie kun je de verlegginsregeling toepassen, zodat de leverancier geen btw in rekening hoeft te brengen. Alle ondernemers in de EU krijgen straks de mogelijkheid zich te kwalificeren als CTP. Dit is in zekere zin de ‘lichte’ btw-versie van de AEO-status voor douanedoeleinden. Over de daadwerkelijke invoering van de CTP-status is nog veel discussie, zodat er nog geen duidelijkheid bestaat over de invoering, het uitstel of afstel van de CTP.

2.    Meer btw-tarieven
Er zijn ook voorstellen gedaan om lidstaten meer ruimte te geven voor het invoeren van aanvullende btw-tarieven. Hierbij zouden de lidstaten ook meer vrijheid moeten krijgen om deze tarieven zelf vast te stellen. Dit zou kunnen betekenen dat per 1 juli 2022 per lidstaat vijf verschillende btw-tarieven gaan gelden. Het spreekt voor zich dat dit voor ondernemers ingewikkelde situaties gaat opleveren en waarschijnlijk meer discussie met klanten en de fiscus over toepassing van het juiste tarief.

3.    Vereenvoudigingen voor kleine ondernemers
Voor kleine ondernemers zijn voorstellen gedaan om tot een zekere harmonisatie te komen van de vereenvoudigingen op btw-gebied. In deze voorstellen wordt bepaald dat je als ondernemer ‘klein’ bent als je omzet minder is dan twee miljoen euro, en welke vereenvoudigingen dan toegepast kunnen worden. Denk hierbij aan vereenvoudigde registratie- en aangifteprocedures en versoepelingen met betrekking tot de administratie.

Al met al is het met het Btw-actieplan van de Europese Commissie net als met de brexit: we weten nog niet hoe de details er precies uit gaan zien. Dat de wijzigingen impact gaat hebben weten we wel. Wacht daarom niet te lang met het starten van de voorbereidingen!

Dit artikel is geschreven door Charles van den Berg, eigenaar van VAT Partners BV.
Noot van de redactie: dit artikel is geschreven op basis van de stand van zaken tot en met medio juli 2019.

Btw-informatiebijeenkomsten

Het wijzigen van het Europese btw-systeem is onderdeel van een omvangrijk plan: het Btw-actieplan. Voor bedrijven is een gedegen voorbereiding op deze wijzigingen een vereiste. Daarom organiseert evofenedex een reeks ontbijtbijeenkomsten over de belangrijkste wijzigingen voor internationaal ondernemende bedrijven. Bereid je dus op tijd voor.
 

Onze ledenadviseur Yoan
Contact

Vragen over internationaal ondernemen?

Yoan en de andere ledenadviseurs helpen je graag verder